Archives for posts with tag: selma noort

Ik kon toch iets bijdragen…

Schilderij “Tulpen”, olie op doek, 100/140 cm.

Onlangs ontving ik weer een magazine van Hospice Issoria, Leiden, omdat wij in het adresbestand hiervan zitten. Dit komt omdat het initiatief voor dit hospice jaren geleden is genomen door o.a. mijn buren en hun gezinsleden. Het initiatief is inmiddels uitgegroeid tot een zeer professionele organisatie en er is een nieuw  pand. Ik ken het nieuwe pand. Het staat aan de Burggravenlaan, nummer 11, is groot en mooi en ligt in een prachtige tuin. Vroeger was ertegenover het sportveld van mijn middelbare school aan de Hoge Rijndijk. Vaak vroeg ik me vroeger af wie er in dat mooie huis in die tuin woonde, of het een heel rijke familie was. Dan droomde ik ervan in zo’n soort huis te wonen en er een schrijfkamer te hebben. En als ik dan even geen inspiratie had, zou ik de bloementuin in lopen…

Nu zit er dus een hospice in het pand, en dat is helemaal goed. Ik woon inmiddels in mijn eigen droomhuis, gelukkig een stuk kleiner, maar echt met schrijf- en schilderkamer, en met een (bloemen)tuin. Ik bladerde het magazine door en natuurlijk stond er ergens ook de bescheiden vraag voor inzet of een bijdragen voor wie dit zich kan veroorloven.  Ik dacht aan het nieuwe onderkomen, aan het goede doel, en aan mijn beperkte middelen. Maar… natuurlijk kon ik iets bijdragen! Een schilderij!

Contact werd gelegd.  Gisteren ging ik het schilderij ophangen, kreeg ik een rondleiding door het mooie pand (1920) en herinnerde ik me weer levendig hoe het was om vijftien te zijn en op het sportveld te staan dromen. Het hospice is prachtig en het is prachtig dat er een hospice is. Mijn schilderij hangt in de gastvrije woonkeuken en zo is er toch een stukje van mij in het huis van mijn jeugddromen terecht gekomen.

Een stukje kleur, droom, bezieling – het voelt goed om iets waarvan ik meer dan genoeg heb, te hebben kunnen bijdragen aan het Leidse Hospice Issoria.

Voor wie meer van mijn schilderwerk wil bekijken: http://www.selmanoort-art.nl

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Kleuterleidsters, juffen en ik zijn het er over eens: er zijn te weinig liedjes over “de winter”. Bij het schrijven van “Het grote voorleesboek van de winter” (uitg. Leopold, 4 t/m 8 jaar) ondervond ik dat weer eens. Tja, en wat doe je dan? Dan schrijf je er zelf een, met lekker veel actie/gebaren erbij. Omdat ik het niet kan gaan voorzingen op alle scholen, heb ik het op de wijs van een bekend liedje (Herfst, herfst, wat heb je te koop…) geschreven.

Het is dikke pret als ik op een basisschool kom, om na het voorlezen en vertellen dan dit lied met de kinderen te zingen. Compleet met alles erop en eraan. Als je wilt zien hoe ik dat doe, nodig me dan uit om op je school of in de bieb te komen voorlezen, en …zingen. De hoge C haal ik niet, maar de kinderen hebben gegarandeerd lol! En als ik weer wegga, kunnen alle meesters en juffen het lied verder zingen met de kinderen. Elke winter weer…

Omdat het eerste couplet (onder de muzieknoten) een beetje moeilijk te lezen is, staat de tekst daarvan nog eens hieronder. Veel plezier!

winterlied

Winter, winter, wat heb je te koop? Uit: “Het grote voorleesboek van de winter”, Selma Noort, Uitgeverij Leopold, Illustraties: Tineke van der Stelt.

1e couplet:

Winter, winter, wat heb je te koop?
Duizend dikke sneeuwvlokken op een hoop.
Krakende vorst. Boerenkool met worst.
Warme chocolademelk voor de dorst!

DE SCHOOLSCHRIJVER

De feestelijke afsluiting van het schoolschrijverproject 2013 in het Muziekgebouw in Amsterdam, met presentator Abdelkader Benali.

De feestelijke afsluiting van het schoolschrijverproject 2013 in het Muziekgebouw in Amsterdam, met presentator Abdelkader Benali.

Sinds 2007 kent de VvL de (Vereniging van Letterkundigen) VvL-penning toe als blijk van waardering voor mensen of instanties die iets hebben ondernomen of gepresteerd dat schrijvers en/of vertalers ten goede komt en die daarvoor naar de mening van de VvL te weinig publieke waardering krijgen. Afgelopen juni werd de VvL penning uitgereikt aan Annemiek Neefjes, de bedenker van het concept: De Schoolschrijver. Ik ben een van Annemieks schoolschrijvers, en mijn collega’s en ik waren trots op haar want we hebben in praktijk ervaren hoeveel je als schoolschrijver kunt betekenen.

Wat doet een schoolschrijver? Een schoolschrijver gaat binnen een traject van een half jaar één dag per week naar een basisschool waar grote behoefte is aan taalstimulering. Na een feestelijk introductie werkt de schoolschrijver negen weken met dezelfde klassen zodat de wisselwerking tussen schrijver en kinderen verdiept en verbreed wordt. Daarna volgen er nog drie weken talentenklassen, waarin een aantal kinderen extra aandacht van de schrijver krijgt. De schrijver werkt vanuit  eigen ervaring, enthousiasme, en liefde voor lezen en schrijven. Kortom, recht uit het schrijvershart. Er is wel een ruim en ondersteunend, flexibel programma met richtlijnen dat o.a. ook aanstuurt op het optimaal betrekken van de leerkrachten en de ouders bij het project De Schoolschrijver. Zo organiseert de schrijver een ouderbijeenkomst, een studiebijeenkomst voor de leerkrachten, een bibliotheekbezoek of –speurtocht, huiswerkopdrachten, leestips, een muurkrant in de school, e.d.

Alle kinderen van de school kennen de schoolschrijver. Na een aantal weken is er geen enkel kind meer dat niet weet wat een uitgeverij is, een illustrator of een titel. Alle kinderen begrijpen dan dat iemand – een schrijver – door middel van verbeelding en taal de wereld in een boek schept. Ze kunnen zich een beeld vormen van hoe een schrijver begint met een idee, tot aan het moment dat een boek in de winkel ligt. En ze ontdekken dat zij ook schrijvers kunnen zijn. Van gedichtjes, verhalen over hun familie, van gevoelens en wensen, of van fantasieverhalen vol monsters en prinsessen. Dit schrijven zonder opdracht – uit je verbeelding – is iets dat op scholen zeer zelden tot nooit wordt gedaan. Maar juist dan zijn kinderen razend enthousiast en optimaal gemotiveerd om naar eigen woorden te zoeken. Juist dan zetten ze spelenderwijs hun passieve taalkennis om in actieve en creatieve taalbeheersing zoals ze die zo nodig hebben voor interactie met hun leefwereld.

De kinderen gaan anders naar boeken kijken: “Ik denk dat deze schrijfster dit boek speciaal geschreven heeft voor kinderen die van voetballen houden.” “Deze schrijver heeft een verhaal geschreven dat echt is gebeurd. Dat is heel dapper.” “Het is net alsof ik de stem van die schrijver in mijn hoofd hoor als ik lees. Het is een hele aardige stem.”

Aan het eind van mijn vier maanden was het moeilijk om afscheid te nemen. Voor de laatste keer in mijn auto wegrijdend van de school zag ik ze nog even, “mijn” kinderen, in het drukke Amsterdamse stadsgewoel tussen al die grote mensen op weg naar huis met boven hun hoofden deinend de ballonnen die ik had getrakteerd.

Dit waren de afscheidswoorden van de juf van groep vier: ‘Ik vind dat je moet weten, Selma, dat sommige kinderen in deze (zwakke) klas anderhalf (school)jaar in taalvaardigheid vooruit zijn gegaan door je werk hier.’

Dit jaar ben ik weer schoolschrijver – andere kinderen, andere school.

KUNSTKAARTEN

Mijn nieuwe kunstkaarten zijn binnen van de drukker. Ze worden op verschillende verkooppunten verkocht, o.a. bij Galerie LIFO, Nieuwe Rijn 22, Leiden, en bij een aantal kinderboekwinkels. Je kunt ze ook bestellen via mijn site http://www.selmanoort-art.nl. Kies daar welke kaarten je wilt hebben, mail me en bestel zo. Ik ben erg blij met de kaarten. Ik merk dat een kaartenmolentje voor de deur de drempel verlaagt voor mensen die aanvankelijk niet snel binnen durven in een galerie. Met het idee van “ik koop een kaart (binnen afrekenen) en dan kijk ik meteen rond” is de drempel lager. Ook voor mensen die zich geen kunst kunnen veroorloven, is een kaart een leuk souvenir. Ik geniet als ik mensen met het kaartenmolentje zie draaien en met plezier zie kiezen. Een kaart voor een neef, een kaart als boekenlegger. En ook het overleg tussen mensen over welke kaarten hun voorkeur hebben, waarom of waarom niet… is heerlijk om stiekem naar te luisteren.

kaartenset1 complete set van 8 kaarten (bv. zoals hier afgebeeld) kost 10 euro incl. verzendkosten.

4 kaarten kosten 5 euro incl. verzendkosten.

losse kaarten kosten 1 euro (en een postzegel).

Je kunt ook gewoon aangeven welke kaarten je wilt. Al wil je 10 dezelfde kaarten, dan is dat ook mogelijk. Je hoeft de combinatie  zoals op de foto dus niet aan te houden.

Op verzoek kun je (een van) de kaarten gesigneerd krijgen.

 

scan_reghthuys-smallDeze week heb ik de loodzware sleutel van middeleeuws formaat van ’t Reghthuys gekregen en mag ik ’s morgens de deur openen en de vlag buiten hangen, iets dat ik met veel plezier doe. De Culturele Vereniging ’t Reghthuys is gehuisvest in het Reghthuys, Reghthuysplein 1, in Nieuwkoop, een gebouw uit 1628. In verband met ‘Zomerkunst’ exposeren kunstenaars van uiteenlopende disciplines hun werk in dit mooie, sfeervolle gebouw. Bijna al mijn schilderijen hangen er want er is ruimte genoeg. Nu en dan werp ik even een blik in het cachot in de kelder, en verheug me over het feit dat ik er vandaag de dag in elk geval niet meer ingestopt zou kunnen worden, zo laag is die ruimte. De muren hangen vol met mijn werk en in de ruimte exposeert Marion Westerman haar papierpulp sculpturen die je werkelijk van alle kanten wilt bekijken en die zo kunstig geschilderd zijn dat je echt even denkt dat je bijvoorbeeld met geroest metaal te doen hebt. Vandaag is er braderie voor de deur, of dat gunstig is of juist niet ga ik wel merken. Eigenlijk gaat ’t Reghthuys pas om 12.00 uur open, maar vanwege die braderie gooi ik de boel nu om 10.00 uur open en ga ik er vast lekker rustig zitten. Ik heb een boek van mijn collega Marco Kunst gekocht en ben daar gisteren in begonnen. Heerlijk lezen en zo nu en dan even praten met mensen die binnenkomen. De reacties zijn overigens tot nu toe verrast en verheugd over alle kleuren en de vrolijkheid van de tentoonstelling.

Marion Westerman en ik exposeren nog in ’t Reghthuys t/m a.s. zondag, 28 juli. We zijn iedere dag aanwezig. Er staat ook een boekentafel met kinder/jeugdboeken die je natuurlijk gesigneerd kunt krijgen als je dat wilt, en Marion en ik verkopen kaarten van ons werk.

IMG_0742

Moeders en hun kinderen

Vanmorgen stond me op de Amsterdamse JP Coenschool waar ik als schoolschrijver werk, een verrassing te wachten. Ik had iets lekkers, een aantal van mijn boeken om in te kijken, en werk van de kinderen meegenomen voor de ‘ouder-koffie-ochtend’, de ontmoeting met ouders en/of eventueel andere familie van de kinderen. Toen ik het zaaltje binnen kwam, zat een aantal moeders al in glimlachende afwachting klaar rond een grote tafel. Ze waren bezig met Nederlandse (lees)les uit een van mijn boekjes (Bart en Esra, voorlezen aan peuters en kleuters). De ouders van Esra, in het boekje, zijn Turks. Grappig genoeg was niet een van de aanwezige moeders deze ochtend Turks, hoewel er veel uiteenlopende nationaliteiten werden vertegenwoordigd. Vragen voor me waren al op het bord geschreven en er lag een boekje voor me klaar: ‘”Ik moet heel hard lachen” door de moeders van de JP. Coenschool naar aanleiding van een verhaal van Selma Noort’. Het bevat heel korte verhaaltjes in het Nederlands! over momenten dat de moeders moesten (glim)lachen om hun kind.  De ‘juf Nederlands’ heeft de moeders een beetje geholpen. Ik vind het een prachtig geschenk. Het is een heel ontroerend boekje en ik kreeg toestemming om een paar verhaaltjes in dit blog te verwerken.

Deze jonge vrouw kent nog maar heel weinig Nederlands.

Ik ben Wala. Ik kom uit Palestina. Mijn zoon heet Mahmoud. Hij is een baby. Als mijn zoon slaapt, hij speelt met zijn handen. Zijn armen blijven omhoog. Ik vind dat schattig. Wala.

Midia schrijft:

Gisteren Maryam slaapt. Ze droomt. Ze roept: “Juf! Juf!” Ik moet lachen. Midia.

Yamina schrijft:

Gisteren mijn dochter draagt mijn kleding. Ze doet mijn kaftan aan. Ze zet mijn bril op. De kaftan is groot voor haar. Ik lach. Ik moet heel hard lachen. Ik zeg tegen haar: Dit is groot voor jou. Ik maak een kleine kaftan voor je. Ik ga naar de markt, stof kopen. Yamina.

Khadra schrijft:

Ik verschoon de luier van Sohaib. Hij lacht. De luier is uit. Hij vindt dat fijn. Ik kietel mijn zoontje. Khadra.

Ik heb deze vrouwen gezien en gesproken. We hebben koffie en thee gedronken en allerlei lekkere dingen erbij gegeten. We hebben over onze kinderen gesproken, over het moederschap, over taalproblemen, het genieten van de bibliotheek en alles wat deze te bieden heeft, en over voorlezen aan onze kinderen. Maar als ik deze vrouwen niet had ontmoet, had ik door deze sobere en toch zo veelzeggende schetsen uit hun leven, ook een prachtig beeld van hen gekregen.

Vanaf begin maart werk ik elke donderdag als Schoolschrijver op de JP Coenschool in Amsterdam Oost, telkens in de groepen 3 en 4. Verder bezoek ik op deze dag ook eenmalig een van de andere klassen. Het is de bedoeling dat ik bij de hele school een keer binnenkom om te vertellen, met de kinderen (leerkrachten) te praten, een spelquiz over boeken en lezen te spelen met de kinderen van de groepen 7 en 8, en om als er tijd genoeg is, nog een stuk voor te lezen in de groepen 5 en 6.

Voor mensen die meer informatie willen over stichting “De Schoolschrijver”, zie: www.deschoolschrijver.nl waarop ik elke week een blog plaats. Het blog van deze week wil ik ook graag delen met de lezers van mijn eigen blogs.

BLOG SCHOOLSCHRIJVER JP.COENSCHOOL / SELMA NOORT

donderdag 11 april

Vandaag was een prachtige dag waarop heel duidelijk werd hoe mijn eerdere bezoeken echt iets in werking hebben gezet bij de kinderen. Ze zijn allemaal gaan schrijven, ook groep 3. De opdracht was (nav het vervolg-voorleesverhaal): schrijf een briefje naar een kind in je klas. Dat hebben alle kinderen gedaan. En hoe! Er zaten zulke lieve briefjes bij ik er zo nu en dan flink van moest slikken zoals dit briefje van Youssef voor het meisje dat bij hem in het groepje zit: Salma.

IMG_0424

Het was voor het eerst van hun leven dat de kinderen een briefje schreven en door middel van het schrift communiceerden met anderen. Zij en ik hebben hiervan geleerd dat het vaak zo is dat je iets dat je niet gauw zou uitspreken, wel durft te schrijven. Dit is al vaker gebleken. Kinderen die zich weinig uiten in de klas, schreven de mooiste verhalen vaak recht uit het hart en dat vind ik heel ontroerend.

De kinderen kregen de smaak te pakken en schreven op suggestie van de leerkracht, die ook plezier in het schrijven had, vervolgens ook briefjes naar de directeur: meneer Mustafa. Ze mochten hierin schrijven wat ze graag zouden willen van de school. De wensen waren bescheiden… Ze varieerden van de komst van de glazenwasser en het repareren van een computer tot een zwembad op het schoolplein. En een paar kinderen hadden erg zitten ploeteren op de woorden ‘computer’ en ‘directeur’! Meneer Mustafa heeft alle brieven gelezen en/of voorgelezen gekregen. Hij zal zien wat hij kan doen. 🙂

Omdat de briefjes zoveel hebben losgemaakt bij de kinderen is de opdracht voor volgende week: Schrijf een briefje naar mama. Je mag aan haar schrijven wat je wilt. Ik ga deze briefjes bekijken en heel onbescheiden lezen. Maar ze gaan niet in de schoolschrijversmappen. Ze worden opgeplakt op gekleurd karton en versierd, en ze gaan naar degene voor wie ze bestemd zijn, mama, op moederdag. Laat ik nu zo het idee hebben dat deze heel eerlijke, heel prille briefjes heel, héél lang bewaard zullen blijven, bij de babyfoto’s…

Ook een bezoek aan groep 5/6. Wat een leuke klas weer en wat een razend enthousiaste kinderen. Er was tijd om voor te lezen en het boek gaf ik cadeau, zodat de kinderen zelf kunnen lezen hoe het verder gaat. Ik heb een serie boeken waarin een van de thema’s broertjes en zusjes is (mijn eigen kinderen). Deze boeken slaan heel erg aan bij de kinderen, die zichzelf erin herkennen. We hebben ook allerlei vertalingen bekeken. De kinderen vinden het enorm leuk om een van mijn boeken in bv. Arabisch of Turks of Hongaars te zien. Zo komen we ook op hun tweetaligheid. Op de voordelen daarvan en op de moeilijkheden daarvan. Mooie gespreksstof en de kinderen reageren uiterst betrokken.

In de groepen vier begon ik met het geheimzinnig gekafte boek. Het voorleesverhaal begon meteen spannend. De opdracht was: verzin een kaft die bij dit boek zou kunnen horen. Verzin ook een titel en zet die op je kaft. Zet er een auteursnaam bij, een uitgeverij, en eventueel ook de illustrator. Je mag je eigen naam gebruiken als auteur of illustrator. Ik liet, op aanraden van de leerkracht, de kinderen herhalen wat ik had voorgelezen (min of meer natuurlijk) en ook de opdracht. Dat was prettig. Ik merkte dat de kinderen er meer bij betrokken raakten en dat de betekenis van de opdracht nu ook goed tot hen doordrong. De kinderen haalden hun leesboeken uit hun laatjes. We bekeken de verschillen in vormgeving en omslagen en zochten de gemeenschappelijke kenmerken. Zodra mijn uur om was, wilden ze meteen aan de slag, begreep ik van de leerkracht. Goed teken!

“Ik ook! Ik heb ook iets geschreven. Mag ik het ook voorlezen?”

“Ik ook! Ik heb ook iets geschreven. Mag ik het ook voorlezen?”

Sommige kinderen wisten letterlijk wat klasgenootjes hadden geschreven en ‘lazen’ hardop uit hun hoofd mee. Er is dus veel gepraat over het schrijven, en al veel voorgelezen aan elkaar tussen de bedrijven door. Dit kan niet anders betekenen dan dat de kinderen er een intens plezier aan beleven.

Vanmorgen hoorde ik het zingen van de ketel
Het was een kreunend onbestemd soort lied
IJl jammerden daarbinnen watergeesten
Sinds mijn kindertijd hoorde ik ze niet

Komt het door man en zonen en de radio
Hun gestamp en het nieuws van alle dag
Hun afkeer van de bron, de stilte en de traagte
Dat ik pas nu weer watergeesten horen mag?

Ik buig mij over het suizend gas en voel de warmte
herinner me woorden die ik toen vast ergens las
“moe luisterden zij naar het zingen van de ketel” denk
dat ’t Lindgren, Grimm of Piggelmee of zoiets was.

Selma Noort

%d bloggers liken dit: