Archives for posts with tag: kinderen

Beste Irma Ruifrok,

9789027664044Misschien hebben wij elkaar weleens ontmoet op een feestje bij Uitgeverij Zwijsen, maar misschien ook niet. In elk geval hebben wij samengewerkt en ben ik zeer intensief met jouw werk bezig geweest op een wel heel speciale manier. Namelijk op het Kinderboekenfestival in Paramaribo, Suriname, Zuid Amerika, dat wordt bezocht door ongeveer 7000 kinderen per dag die met bussen worden aangevoerd van overal waar er wegen zijn. Suriname is een voormalig kolonie van Nederland, en iedereen spreekt daar Nederlands. (Sorry, ik vertel dit erbij omdat ik eigenlijk niet weet of je Vlaams bent, en in België is dit niet zo bekend als in Nederland, heb ik van een Vlaams collega in Suriname vernomen).

ik in stand

Het door jou geillustreerde boekje “Dat moet ik zien” was daar een groot succes. Met de uitvergrote illustraties erbij (je werkt daar in een tent op een festivalterrein zo groot als twee voetbalvelden) vertelde ik het verhaal met een Surinaamse draai. Zo woont het jongetje in Paramaribo en is zijn favoriete voetballer Messi, en is hij een fan van Barcelona. Want PSV kennen ze niet daar! 🙂

3 meisjes met flapoverOok verzin ik erbij dat zijn moeder denkt dat er een ‘biggy kaaiman’ in de struiken zit (want daar hebben ze daar veel ontzag en schrik voor). Al met al lijkt het hele verhaal over een kind zoals zijzelf te gaan. Na afloop van mijn vertelling, laat ik de kinderen adh van jouw illustraties (zie flapover) het verhaal weer navertellen. Je duidelijke illustraties waren in 2011 en dit afgelopen voorjaar 2013 dus een onmisbare steun bij het doen van mijn werk en vele kinderen hebben ervan genoten. En dat hoor jij natuurlijk weten.

Heel hartelijk dank voor je mooie tekeningen, ook namens de kinderen Suriname.

hartelijke groet,
Selma Noort

groepje

Advertenties

Moeders en hun kinderen

Vanmorgen stond me op de Amsterdamse JP Coenschool waar ik als schoolschrijver werk, een verrassing te wachten. Ik had iets lekkers, een aantal van mijn boeken om in te kijken, en werk van de kinderen meegenomen voor de ‘ouder-koffie-ochtend’, de ontmoeting met ouders en/of eventueel andere familie van de kinderen. Toen ik het zaaltje binnen kwam, zat een aantal moeders al in glimlachende afwachting klaar rond een grote tafel. Ze waren bezig met Nederlandse (lees)les uit een van mijn boekjes (Bart en Esra, voorlezen aan peuters en kleuters). De ouders van Esra, in het boekje, zijn Turks. Grappig genoeg was niet een van de aanwezige moeders deze ochtend Turks, hoewel er veel uiteenlopende nationaliteiten werden vertegenwoordigd. Vragen voor me waren al op het bord geschreven en er lag een boekje voor me klaar: ‘”Ik moet heel hard lachen” door de moeders van de JP. Coenschool naar aanleiding van een verhaal van Selma Noort’. Het bevat heel korte verhaaltjes in het Nederlands! over momenten dat de moeders moesten (glim)lachen om hun kind.  De ‘juf Nederlands’ heeft de moeders een beetje geholpen. Ik vind het een prachtig geschenk. Het is een heel ontroerend boekje en ik kreeg toestemming om een paar verhaaltjes in dit blog te verwerken.

Deze jonge vrouw kent nog maar heel weinig Nederlands.

Ik ben Wala. Ik kom uit Palestina. Mijn zoon heet Mahmoud. Hij is een baby. Als mijn zoon slaapt, hij speelt met zijn handen. Zijn armen blijven omhoog. Ik vind dat schattig. Wala.

Midia schrijft:

Gisteren Maryam slaapt. Ze droomt. Ze roept: “Juf! Juf!” Ik moet lachen. Midia.

Yamina schrijft:

Gisteren mijn dochter draagt mijn kleding. Ze doet mijn kaftan aan. Ze zet mijn bril op. De kaftan is groot voor haar. Ik lach. Ik moet heel hard lachen. Ik zeg tegen haar: Dit is groot voor jou. Ik maak een kleine kaftan voor je. Ik ga naar de markt, stof kopen. Yamina.

Khadra schrijft:

Ik verschoon de luier van Sohaib. Hij lacht. De luier is uit. Hij vindt dat fijn. Ik kietel mijn zoontje. Khadra.

Ik heb deze vrouwen gezien en gesproken. We hebben koffie en thee gedronken en allerlei lekkere dingen erbij gegeten. We hebben over onze kinderen gesproken, over het moederschap, over taalproblemen, het genieten van de bibliotheek en alles wat deze te bieden heeft, en over voorlezen aan onze kinderen. Maar als ik deze vrouwen niet had ontmoet, had ik door deze sobere en toch zo veelzeggende schetsen uit hun leven, ook een prachtig beeld van hen gekregen.

Vanaf begin maart werk ik elke donderdag als Schoolschrijver op de JP Coenschool in Amsterdam Oost, telkens in de groepen 3 en 4. Verder bezoek ik op deze dag ook eenmalig een van de andere klassen. Het is de bedoeling dat ik bij de hele school een keer binnenkom om te vertellen, met de kinderen (leerkrachten) te praten, een spelquiz over boeken en lezen te spelen met de kinderen van de groepen 7 en 8, en om als er tijd genoeg is, nog een stuk voor te lezen in de groepen 5 en 6.

Voor mensen die meer informatie willen over stichting “De Schoolschrijver”, zie: www.deschoolschrijver.nl waarop ik elke week een blog plaats. Het blog van deze week wil ik ook graag delen met de lezers van mijn eigen blogs.

BLOG SCHOOLSCHRIJVER JP.COENSCHOOL / SELMA NOORT

donderdag 11 april

Vandaag was een prachtige dag waarop heel duidelijk werd hoe mijn eerdere bezoeken echt iets in werking hebben gezet bij de kinderen. Ze zijn allemaal gaan schrijven, ook groep 3. De opdracht was (nav het vervolg-voorleesverhaal): schrijf een briefje naar een kind in je klas. Dat hebben alle kinderen gedaan. En hoe! Er zaten zulke lieve briefjes bij ik er zo nu en dan flink van moest slikken zoals dit briefje van Youssef voor het meisje dat bij hem in het groepje zit: Salma.

IMG_0424

Het was voor het eerst van hun leven dat de kinderen een briefje schreven en door middel van het schrift communiceerden met anderen. Zij en ik hebben hiervan geleerd dat het vaak zo is dat je iets dat je niet gauw zou uitspreken, wel durft te schrijven. Dit is al vaker gebleken. Kinderen die zich weinig uiten in de klas, schreven de mooiste verhalen vaak recht uit het hart en dat vind ik heel ontroerend.

De kinderen kregen de smaak te pakken en schreven op suggestie van de leerkracht, die ook plezier in het schrijven had, vervolgens ook briefjes naar de directeur: meneer Mustafa. Ze mochten hierin schrijven wat ze graag zouden willen van de school. De wensen waren bescheiden… Ze varieerden van de komst van de glazenwasser en het repareren van een computer tot een zwembad op het schoolplein. En een paar kinderen hadden erg zitten ploeteren op de woorden ‘computer’ en ‘directeur’! Meneer Mustafa heeft alle brieven gelezen en/of voorgelezen gekregen. Hij zal zien wat hij kan doen. 🙂

Omdat de briefjes zoveel hebben losgemaakt bij de kinderen is de opdracht voor volgende week: Schrijf een briefje naar mama. Je mag aan haar schrijven wat je wilt. Ik ga deze briefjes bekijken en heel onbescheiden lezen. Maar ze gaan niet in de schoolschrijversmappen. Ze worden opgeplakt op gekleurd karton en versierd, en ze gaan naar degene voor wie ze bestemd zijn, mama, op moederdag. Laat ik nu zo het idee hebben dat deze heel eerlijke, heel prille briefjes heel, héél lang bewaard zullen blijven, bij de babyfoto’s…

Ook een bezoek aan groep 5/6. Wat een leuke klas weer en wat een razend enthousiaste kinderen. Er was tijd om voor te lezen en het boek gaf ik cadeau, zodat de kinderen zelf kunnen lezen hoe het verder gaat. Ik heb een serie boeken waarin een van de thema’s broertjes en zusjes is (mijn eigen kinderen). Deze boeken slaan heel erg aan bij de kinderen, die zichzelf erin herkennen. We hebben ook allerlei vertalingen bekeken. De kinderen vinden het enorm leuk om een van mijn boeken in bv. Arabisch of Turks of Hongaars te zien. Zo komen we ook op hun tweetaligheid. Op de voordelen daarvan en op de moeilijkheden daarvan. Mooie gespreksstof en de kinderen reageren uiterst betrokken.

In de groepen vier begon ik met het geheimzinnig gekafte boek. Het voorleesverhaal begon meteen spannend. De opdracht was: verzin een kaft die bij dit boek zou kunnen horen. Verzin ook een titel en zet die op je kaft. Zet er een auteursnaam bij, een uitgeverij, en eventueel ook de illustrator. Je mag je eigen naam gebruiken als auteur of illustrator. Ik liet, op aanraden van de leerkracht, de kinderen herhalen wat ik had voorgelezen (min of meer natuurlijk) en ook de opdracht. Dat was prettig. Ik merkte dat de kinderen er meer bij betrokken raakten en dat de betekenis van de opdracht nu ook goed tot hen doordrong. De kinderen haalden hun leesboeken uit hun laatjes. We bekeken de verschillen in vormgeving en omslagen en zochten de gemeenschappelijke kenmerken. Zodra mijn uur om was, wilden ze meteen aan de slag, begreep ik van de leerkracht. Goed teken!

“Ik ook! Ik heb ook iets geschreven. Mag ik het ook voorlezen?”

“Ik ook! Ik heb ook iets geschreven. Mag ik het ook voorlezen?”

Sommige kinderen wisten letterlijk wat klasgenootjes hadden geschreven en ‘lazen’ hardop uit hun hoofd mee. Er is dus veel gepraat over het schrijven, en al veel voorgelezen aan elkaar tussen de bedrijven door. Dit kan niet anders betekenen dan dat de kinderen er een intens plezier aan beleven.

Als je terugkomt van vakantie, zie je vaak met een frisse blik wat je op wilt ruimen thuis. Voor mij was dat Facebook, waar ik de laatste tijd toch al niet vrolijk van word. Na een maand als kleuterjuf voor de zomervakantie wist ik het weer: volwassenen zijn alleen maar ouder. Niet wezenlijk anders. “Mama, mama, kijk naar mij! Juf, juf, zie je mij? Kijk dan!” Zoveel inzicht in de volwassen menselijke ziel & zaligheid hoef ik nu ook weer niet. Laat ik het daar maar op houden.

Er zijn mensen die van alles op twitter en facebook zetten waar mijn tenen van krullen, vooral bij berichten die niet over henzelf, maar over hun dierbaren gaan. Van foto’s van overledenen tot intieme details over ziektes, kinderen, liefdesleven, enz. Niet dat ik vind dat zulke zaken niet bespreekbaar zijn, maar mijn gevoel schreeuwt dat zulke zaken niet op deze manier openbaar gecommuniceerd moeten worden. Schakel over op de mail als je iets echt persoonlijks wilt toelichten aan een speciaal iemand waarmee je op twitter of FB aan de praat bent geraakt. Zo simpel is het. En zo netjes, integer en privé als het hoort. Je hoort sowieso niet alles van je dierbaren aan de grote klok te hangen. En ook waar het je eigen leven betreft ben je altijd gelinkt aan anderen en mocht je het voor jezelf niet nodig vinden, je bent die anderen wel discretie verschuldigd.

Mensen gaan wat mij betreft onthutsend over grenzen. Als mensen oud, dood of ziek en (ik bedoel in elk geval zonder toestemming tot openbaarmaking van die foto) gefotografeerd worden, als kinderen en geliefden  (al of niet met een beperking) geen toestemming geven om over hun beperkingen, zwaktes en persoonlijke strijd te FB/twitteren. Een blij kind met een diploma of pasverworven rijbewijs  in de hand op de foto op FB, okee. Dat lijkt me weinig kwaad kunnen. Maar uitgebreid twitteren of FB-en over het bedplassen of de driftbuien van je kind of de depressie van je moeder, vind ik echt niet kunnen. En moet dat nou: een foto plaatsen van je geliefde met een openbare liefdesverklaring erbij voor iedereen die het weten wil? Het lijkt de VS wel! Amerikanen gaan bij zoiets staan applaudiseren. We willen zo graag gehoord worden, allemaal. Zo graag dat we onze geliefden de bescherming van discretie niet geven die we hen verschuldigd zijn?

Natuurlijk zijn er leuke of informatieve dingen op FB. Iemand die oprecht blij en opgetogen een foto van het nieuwe jonge katje plaatst. Iemand die een tentoonstelling heeft. Een nieuw boek. Een mooie tekening. Of, naar genoeg, een gebroken been of een aanrijding met de auto. Ik vind het fijn om mee te leven met mensen die ik ken en waar ik een band mee heb. Dat kan zijn een collegiale band vanwege gedeelde werkinteresse (schrijvers, recensenten, etc), een vriend/familie band, of iemand uit het verleden (mijn vorige buurmeisjes, etc). Nu werd mijn FB dik bevolkt door mensen die ik helemaal niet kende. In het begin dacht ik dat het goed zou zijn om veel tot mijn vrienden toe te laten, omdat ik boeken schrijf en graag gelezen wil worden. Maar daar kom ik nu van terug. FB is commerciëler geworden en veel mensen willen bevriend zijn om zichzelf of hun product te verkopen of onder de aandacht te brengen. Ik heb dus opgeruimd in mijn vrienden/collega’s bestand.

‘Je kunt die facebookvrienden gewoon ‘uitzetten’, kreeg ik als goede raad van mensen die dachten dat ontvrienden weleens slecht zou kunnen zijn voor mijn PR. Ja. Maar dan staan ze nog steeds in mijn vriendenbestand. Zeker: veel leuke, lieve, aardige en gewoon betrokken mensen die iets willen weten over mijn boeken. Maar ook iemand actief bij een politieke partij waar ik niks mee te maken wil hebben kwam ik tegen, iemand die betrokken was bij nare agressieve zaken, en allerlei mensen waarvan ik eigenlijk helemaal niet weet waar ze voor staan (en er zijn veel onfrisse zaken en connecties). We leven in wantrouwige tijden. Ik ben iemand in een kwetsbaar beroep, schrijver en werkend met kinderen. Iedereen is welkom om zich mijn openbare FB te abonneren, wetend dat ik hun verslagen niet lees en zie. Ontvrienden is eerlijker dan hen ‘uitzetten’ (te vriend houden maar hun verslagen/foto’s niet langer ontvangen), vind ik. En in sommige gevallen soms ook gewoon verstandiger.

En voor al die lieve, leuke, aardige en gewoon betrokken mensen die ik heb ontvriend: jullie foto’s en verslagen waren mooi en teder en goedbedoeld, maar ze waren niet voor mijn oren en ogen bestemd. Ze waren voor opa en oma, voor familie, vrienden en kennissen. Ik hoop dat die er allemaal nog veel en lang van zullen genieten en ik wens jullie het allerbeste.

“Juf! Juf! Pietje zit te kotsen!” Dat was duidelijke taal. Ik liet vallen waar ik mee bezig was en holde naar Pietje. Het arme kind ging maar door. Een onvoorstelbare hoeveelheid zure drab belandde op zijn trui en broek en in zijn schoenen, spetterde op de vloer en het tafeltje met puzzels (100 stukjes onder gespuugd). Ik praatte kalmerend en dacht koortsachtig na. “Jongens, hier niet lopen!” zei ik tegen de andere kinderen. “Blijf op afstand.” “Het stinkt, het stinkt, juf!” Ja. het stinkt. Truitje met nauwe hals over het hoofdje van Pietje. Ach, kots in zijn haar en op zijn oogjes. “Ik ga zo lekker even je gezicht wassen, hoor jongen,” troost ik. Achter me: “Juf! Juf! Jantje bloedt!” Ach ja, Jantje bloedt uit zijn neus over alle blokjes en beestjes. Shit! Eh… ik bedoel ‘verdikkie’. “Juf, juf! De wc stroomt over!” “Juf, juf! Klaasje loopt toch door die kots heen, juf!”

’s Avonds leg ik mijn kloppend hoofd doodmoe (maar voldaan) op mijn kussen. Maar de slaap komt niet. Ik hoor 25 stemmetjes tegelijk: “Juf! Juf!”

Gisteren ruimde ik ‘mijn’ klaslokaal op in de school waar ik inval als kleuterleidster, en legde alles klaar voor het schoolreisje van ‘mijn’ kleuters. Ikzelf kon daar niet bij zijn want ik was als kinderboekenschrijver in de bibliotheek van Naaldwijk om daar aan twee groepen 4 over mijn werk te vertellen. Makkie, na de afgelopen dagen!!  HA! Deze afspraak in Naaldwijk stond allang vast bij Stichting Schrijvers, School, Samenleving. Ook morgen ga ik nog als schrijfster naar drie scholen in Delft, en zaterdag naar Amsterdam ivm de maand van het spannende boek (ik hoop dat mijn boeken ‘spannend’ genoeg zijn). Maandag ben ik dan weer gewoon als juf terug bij ‘mijn’ kleuters. Het duurde precies 1 dag, toen kende ik hun namen, en na drie dagen wist ik wie ik dichtbij me in de kring moest zetten om zo nodig in de nek te grijpen om op die manier met zo weinig mogelijk afleiding voor de anderen te waken over orde en oplettendheid (grinnik).

Ik verwierf ook razendsnel het vermogen vriendelijk doch vergeefs soebatten om te zetten in bevelen: ZIT! STIL! LET OP! LUISTER! MOND DICHT! JAS PAKKEN EN METEEN TERUG KOMEN IN DE KLAS.  ALS DE JUF PRAAT ZIJN DE KINDEREN STIL. En een heel nuttige: BEMOEI JE ER NIET MEE, JIJ BENT DE JUF NIET! Want het gaat de hele dag door:  Ju-u-uf…. Piet doet dit. Jantje doet dat. Pietje zegt dit. Jantje zegt dat. Juf, Jantje slaat Pietje en Pietje zegt kut.

Deze bevelen staan in hoofdletters niet omdat ik ze schreeuw hoor, maar even om ze duidelijk in de tekst te krijgen. Ik kijk er wel autoritair bij, maar dat hoort zo, heb ik begrepen van een vriendin die ik aan de Haanstra Kweekschool heb overgehouden en die al meer dan 30 jaar voor de klas staat. Een beetje toneelspelen maakt indruk op kleuters. En ik heb het gevoel dat ze al heel snel begrijpen dat eindeloos soebatten alleen maar heel veel tijd op een zeurderige manier in beslag neemt, terwijl ik intussen iets leuks, spannends of interessants zou kunnen vertellen, of grappige liedjes aan hen zou kunnen leren, of een leuk werkje uit zou kunnen leggen.

Ik kan het dus nog, juf zijn. Ik durf dat na zes hele dagen voor de klas al te beweren. Ik heb in sneltreinvaart vaderdagcadeautjes laten maken, alle kinderen over hun papa laten vertellen en dat opgeschreven en mee naar huis gegeven. Ze ruimen op en NETJES! JULLIE DENKEN TOCH NIET DAT IK DAT GA OPRUIMEN? We hebben lol, mooie dingen gemaakt, de oudste kleuters zijn fantastisch en leren me allerlei liedjes en versjes en geven me goede raad (“juf, als het wc papier op is dat kun je dat daar en daar…”, etc).

Maar er moet me iets van het hart. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat je 1 juf op 25 en soms 35 !!!! kleuters kunt laten werken? Het gaat me aan mijn hart. Ik zou een meisje kunnen helpen beter te praten. Een jongetje met kleur herkennen. Een ander kind met fijne motoriek. En weer andere kinderen zou ik moeilijker werkjes kunnen geven, meer uitdaging, andere materialen, maar daar is begeleiding bij nodig. Ik zou wel… als ik ze allemaal apart meer aandacht kon geven… hoeveel meer zou ik ze kunnen leren als ik kon, hoeveel meer zou ik kunnen helpen als ik kon. Hoeveel meer zou ik kunnen in een kleinere klas?

Er is zoveel te schrijven maar dit is het primaire en meest overweldigende gevoel dat ik heb over weer werken in het onderwijs anno 2012: DE KLASSEN ZIJN TE GROOT! Was er maar tijd en ruimte voor meer persoonlijke begeleiding van de kinderen. Hoe kan de politiek zo ongelooflijk blind en doof voor deze noodzaak in het gewone basisonderwijs zijn? Zo stompzinnig bezuinigen dat deze grote klassen weer ontstaan? Al snel voelde ik de onmacht om meer uit de kinderen te halen. Ik voel bij de oudste kleuters hun verlangen naar meer, en de verveling, de nieuwsgierigheid naar kennis en kunde, hun enthousiasme voor nieuwe dingen. En dan spelen ze toch maar weer met de grote blokken want er is maar 1 juf, en die heeft maar twee handen en er zijn veel hele kleintjes van net vier jaar.

Er zijn vast mensen die hier anders over denken, maar hoe is het mogelijk dat in een beschaafd land als Nederland, het basisonderwijs zo wordt afgescheept? Met als pleister op de wonde een uurtje een extra juf hier of daar om iets met een kind apart te doen. Omdat het kind achterstand heeft? En kinderen zonder ‘achterstand’ dan, die met meer aandacht heel veel verder zouden komen dan ze nu op deze manier komen? Alles wat als dubbeltje functioneert en best een kwartje zou kunnen worden, wat doen we daarmee?  VEEL TE WEINIG!  AAARGH!

Overigens: woensdagmiddag vrij is een sprookje, ik begin elke werkdag om 7.45 uur en ga naar huis tussen 16.30 en 17.00 uur. Tussen de middag heb ik hoogstens 10 minuten pauze om een boterham naar binnen te proppen (die dan ook niet smaakt). Voordeel: 6 dagen kleuterleidster = 1,5 kilo afgevallen!

Dit is het weer even voor nu. Wordt vervolgd.

(als je deze berichten wilt blijven volgen, klik dan op FOLLOW, in het blokje rechtsonder.

Het gras voor de voeten weggemaaid.

Mensen die kinderen willen, fantaseren over hoe het zal zijn om een gezin te hebben. Wat voor ouders zullen zij zijn, hoe willen zij zich opstellen naar hun kinderen, en wat willen zij hun kinderen meegeven. Natuurlijk fantaseren zij dan ook over de feestdagen. Kinderen bij de kerstboom, of kinderen op bezoek bij opa en oma. En hoe zullen zij het Sinterklaasfeest al of niet vieren. Voor jonge mensen die nog geen ouders zijn, lijkt een toekomst als ouder een toekomst waar je zeggenschap over zult hebben, waar je controle over zult hebben.

Iets minder jonge mensen die inmiddels ouders zijn geworden, hebben al ervaren dat je veel minder controle hebt over hoe je leven met kinderen verloopt dan je had gedacht toen je eraan begon. De televisie heeft invloed op je kinderen, de school, grootouders, iedereen… En soms heeft het er iets van weg dat iedereen leuk met je kind bezig is, behalve jijzelf. Althans, jij bent er voor de was en het geregel, de verzorging en het geld, en anderen nemen je al die leuke zaken die je je had voorgesteld af.

Het Sinterklaasfeest bijvoorbeeld. Je wilde het rustig houden, met respect en blijdschap bij een gewoon cadeautje. Je wilde je kinderen niet overladen met rotzooi, en je wilde al helemaal niet dat ze schreeuwend en hyperactief, doorgedraaid de boel zouden onderkotsen. Toch gebeurt dit. Want Sinterklaas komt al heel vroeg op tv.  Sinterklaas komt bij opa en oma. En op school. Sinterklaas en zijn Pieten komen op zwemles, ze komen bij de supermarkt, ze komen in het winkelcentrum, ze komen in het buurthuis, ze komen op de knutselclub, bij de naschoolse opvang, op de peuterspeelzaal… En als je dan zelf aan de buurt bent met je bescheiden / verstandige snoepgoed, je mandarijn en je doordachte presentje, dan vis je achter het net. Je kind kan geen Sinterklaas meer zien. Het wend zich af, is doorgedraaid, het snakt naar rust en reageert alle overvloedige feeststress en overvoering met lawaai af op zijn ouders, broertjes en zusjes.

Heeft Sinterklaas zijn hielen gelicht, dan zet de schooljuf binnen 24 uur al de kerstboom in de klas, want het kerstgebeuren moet volledig doorgemaakt zijn nog voor het aanbreken van de kerstvakantie. En is die kerstvakantie dan daar, dan wordt de boom weggehaald, de klas opgeruimd en begint het feest… thuis. Dan komen de ouders nog een keertje met hun kerstboom overal achteraan gehobbeld. Hoezo verheugde gezichtjes bij de kerstboom? Ze hebben het kerstgebeuren al uitgebreid op school gevierd. Ze spelen het wel mee, hoor, de kleintjes, om hun (groot)ouders een plezier te doen. Een soort opoffering: “ja, mooie kerstboom mama. Mogen we nou alsjeblieft televisie kijken?”

Hou toch eens op met die overdaad aan goeie bedoelingen. Supermarkt, verkoop je zooi. Juf, geef rekenles! Opa en oma, zet koffie en domineer niet zo. En opgedonderd met die Pieten op zwemles. Schoolslag en watertrappen, daar komen ze voor!

Van wie zijn die kinderen nou eigenlijk? Mogen de ouders er alstublieft zelf ook nog eens een keertje lol van hebben!?

%d bloggers liken dit: