Archives for posts with tag: boeken

foto van JaapLeest.Jaap Friso van “Dé recensiewebsite over jeugdliteratuur, JAAP LEEST”, somt naar aanleiding van mijn boek Oppassen problemen op die niet in het boek staan, sneert links en rechts nog wat en roept dan “Carry Slee!” (waartegen ik overigens geen bezwaar heb). Snerend recenseren, arrogant en lekker populair. Je krijgt er altijd wel enkele jaknikkers mee in je kielzog, want er is veel te vrezen in kinderboekenland.  Wie waagt het een kritische noot bij een onzorgvuldige, flauwe recensie te plaatsen? Zeker niet als de recensent ook in jury’s zit die kinderboeken beoordelen.

Hier dan de juiste feiten die zelfs beginnend amateur-recensenten goed lazen in mijn boek “Oppassen”: Oppaskindje wordt ontvoerd door zijn vader, niet door zijn ‘gescheiden’ vader. Hoofdpersoon Nina vind het eng in de brugklas (en is bang in het donker) maar spreken van “angststoornissen” slaat nergens op. Luca is haar halfbroer, niet haar stiefbroer. Hij is drie jaar ouder, niet vijf jaar ouder. Nina en Luca hebben betrokken, liefdevolle ouders en een warm, gezellig thuis, hun ouders zijn niet gescheiden. Duizelt het al, zoveel correcties die er zeker toe doen – want ‘probleemboek’ roepen is nu minder voor de hand liggend. Duizelt het al? En Stiefkind is een 12/13+ boek, het is zeker niet voor 10-jarigen. Maar dit staat wellicht zo in Jaaps recensie omdat het goed past in zijn ‘een pot nat’ benadering.

Duizelt het al? sneert Jaap Friso in zijn recensie na zijn onjuiste opsomming van problemen.

Oppassen is geen probleemboek. Het gaat over pittige, leuke kinderen, een fijn gezin, maar ook over eigentijdse issues. Bang zijn in het donker is in dit boek eerder grappig en kinderachtig van de hoofdpersoon (en dat weet ze zelf ook wel) dan een probleem, en het is zeker geen stoornis.

Bij het lezen van deze recensie moet ik denken aan zo’n onderwijzer die, zonder werkelijk naar de CITO-toets te kijken, doorverwijst naar het vervolgonderwijs. Hij weet immers al wat ik in mijn mars heb en hij kent mijn ‘soort’. Dus hij zet me weg waar ik volgens hem hoor.

Dit schrijft Jaap Friso op FB:

“Rond mijn 14e was ik dol op de zogenaamde ‘kommer- en kwelreeks’. Boeken (vooral van Lemniscaat) waarin moeilijke maatschappelijke thema’s werden behandeld, maar toch lekker weglazen.

De recente boeken van Selma Noort passen in zo’n reeks. Verhalen over kinderen met veel verantwoordelijkheid en problemen, vaak komen ze uit gebroken gezinnen.

In Oppassen een meisje met angstoornissen en een oudere stiefbroer die graag in vrouwenkleren loopt. Ze passen een weekend op een jongetje, dat wordt ontvoerd door de gescheiden vader. Ga er maar aan staan om hier een coherent verhaal van te maken maar dat is gelukt.

Dit is dan de recensie op zijn web site:

“Liefde voor altijd bestaat niet”

GENRE: Kinderboek 

UITGEVER: Leopold

WAARDERING: 7.5

Nina (12) heeft een angststoornis en haar vijf jaar oudere halfbroer Luca loopt graag in meisjeskleren en maakt zich op. Het wat ongewone duo is tot elkaar veroordeeld als hun ouders een weekend naar Parijs gaan. Geen straf want ze kunnen het goed met elkaar vinden. Luca wordt onverwachts ingeschakeld door de moeder van zijn oppaskind en tijdens het bewuste weekend wordt het jongetje op wie ze passen  ontvoerd door zijn gescheiden vader.

Duizelt het al?  Schrijfster Selma Noort heeft er een handje van om veel personages en verhaallijnen op te voeren en dat brengt bijna automatisch gevaren met zich mee. Dat het te vol wordt omdat een een auteur te veel wil vertellen en dat de focus ontbreekt. Aan dat euvel lijdt Oppassen enigszins maar Noort slaagt er wonderwel in om zaken die bijna onaannemelijk zijn toch geloofwaardig te maken. Een kind dat zomaar wordt meegenomen uit de speeltuin in een bestelbusje. Een allochtone jongen die de androgyne Luca buitengewoon aantrekkelijk vindt.

Het is op het randje maar het wordt niet echt vreemd, vooral door de soepele verteltoon. Het is de verdienste van Noort dat ze wegkomt met die mate van onwaarschijnlijkheid. Net als in de 10+boeken Afkoelen en Stiefkind, die indezelfde lijn liggen.  Anders dan bijvoorbeeld Carry Slee, die soortgelijke thema’s behandelt, maar het er dikker bovenop legt. Noorts verhalen lezen ook gemakkelijk weg, maar krijgen meer diepgang.

Het genderissue van Luca wordt onnadrukkelijk uitgewerkt waardoor het snel vanzelfsprekend wordt.  Dat geldt in mindere mate voor de angsten van Nina, die niet veel meer dan een gegeven zijn, al lijkt het iets met de scheiding van haar ouders te maken te hebben. ‘Liefde bestaat niet echt, denk ik. En dan denk ik: liefde voor altijd bestaat niet’. Het zijn fraaie karakterss, maar ze strijden net iets teveel om voorrang om ze goed te leren kennen

De boeken van Noort zouden niet misstaan in de serie die vroeger werd aangeduid als ‘de kommer en kwelreeks’. Hedendaagse problemen waarbij veel identificatie  mogelijk is. Het gaat doorgaans om kinderen uit gebroken gezinnen, met veel verantwoordelijkheid en de nodige problemen. Maar er is ook  sprake van liefde en vriendschap, hoe ingewikkeld ook, en daarmee altijd een perspectief.

 

Advertenties

Toch nog een keer een kinderboekenschrijfster in de Lokhorstkerk in Leiden

Gisteren speelde ik gids in Leiden. Met in de hand het boekje “Eet mijn arm maar op!”  – (Leiden voor kinderen, twee stadswandelingen) dat ik elf jaar geleden schreef (en nu veelvuldig raadpleegde om jaartallen en feiten in terug te vinden) ging ik voorop de stad door. Achter mij een flinke groep kennissen en vrienden van de ‘conditieclub’ waarvan ik al meer dan een tiental jaren lid ben. Elke zaterdagochtend om acht uur treden we vol goeie moed aan in de gymzaal hier op het dorp, en zoiets excentrieks schept een band. We grijpen dan ook veel gelegenheden aan om samen te eten of iets te ondernemen. In dit geval: een bezoek (met eten en drinken) aan Leiden, de stad die 10 kilometer hier vandaan ligt en waar ik geboren en getogen ben. Een bont gezelschap is het, die conditieclub van mij, mannen en vrouwen met ver uiteenlopende talenten en interesses. Zo bleek een van de leden de sleutel van de Lokhorstkerk bij zich te hebben. En mijn stadswandeling leidde langs de kerk. Of we even naar binnen wilden. Jazeker! Natuurlijk!

De Lokhorstkerk is een verborgen (want vroeger verboden) kerk. Aan de voorkant lijkt het een woonhuis, eenmaal binnen en een portaaltje doorgelopen, openen zich deuren naar een heuse hoge kerkruimte, ruikend naar hout, stof en boenwas, met hoge ramen en een prachtig orgel. Veel kinderboekenschrijvers en vakgenoten kennen deze kerk. Het is de kerk waar de AMG-Schmidtlezingen werden gehouden, de laatste keer, ter afsluiting, door Ted van Lieshout. Ik heb me daar, zittend en luisterend, weleens afgevraagd waar ik het over zou hebben zou ik zo’n lezing verzorgen. Hoe zou het zijn om daar achter de microfoon te staan. Wat zou ik kwijt willen over het vak dat mijn leven vult en vorm heeft gegeven?

Nu betrad ik een beetje bevreemd plotseling de ruimte met mijn conditieclubgenoten. Het was er stil en stoffig en wat ontzield. Geen Toin Duyx, geen Helma van Lierop, geen vakgenoten en studenten met glaasjes wijn en sap in de voorkamer. Een paar mensen keken verwonderd in de kerkruimte rond en gingen even in de kerkbanken zitten. Nu hadden wij een zeer begenadigd organist bij ons, en naar bleek, zelfs nog een. De heren beklommen de trap, trokken alle registers open en speelden een prachtimprovisatie, en mijn lievelingschanson (toeval, maar toch)! Beneden luisterde de rest van de groep. Bekende klanken, wanklanken, wanhoopsklanken hoorde ik al eerder in de Lokhorstkerk. Maar orgelklanken had ik hier nog niet gehoord. Niemand van de kinderboekenschrijvers bracht tot nu toe een organist in de kerk. Maar ik nu wel. Ha! Twee zelfs.

De klanken stierven weg. De registers gingen weer dicht. Beneden beklom ik triomfantelijk het spreekgestoelte (neem altijd een kans waar als deze zich voordoet) en vertelde verder over de stadswandeling; wat zouden we nog gaan zien en waar gingen we nog heen. Ik legde mijn handen op het hout en hoorde de krachtige galm van mijn stem de ruimte vullen. Het was terecht.

Het orgel kraakte nog wat na. Het stof legde zich terug in de zonnevlekken op de kaalgelopen vloer. Ik zag het jongetje Pol uit mijn Pol en Lot-boeken even als een schim tussen de kerkbankjes naar het orgel lopen. Een stofglinstering in mijn oog was hij. Misschien niet zichtbaar voor een ander. Maar ik zag hem. Hij hangt daar altijd rond bij het orgel. Als de AMG Schmidtlezingen afgelopen zijn, rent hij naar boven en speelt hij erop. Een beetje zacht nog, en aftastend. Pas als hij weet dat iedereen weg is, trekt hij alle registers open.

De sleutelbewaarder sloot de deur. Het waaide hard. Ik ging weer voorop en liet mijn kleine Pol achter, binnen. Zo gaat dat. Op sommige plaatsen laat je stukjes van jezelf achter. Tenminste. Ik wel.

Moeders en hun kinderen

Vanmorgen stond me op de Amsterdamse JP Coenschool waar ik als schoolschrijver werk, een verrassing te wachten. Ik had iets lekkers, een aantal van mijn boeken om in te kijken, en werk van de kinderen meegenomen voor de ‘ouder-koffie-ochtend’, de ontmoeting met ouders en/of eventueel andere familie van de kinderen. Toen ik het zaaltje binnen kwam, zat een aantal moeders al in glimlachende afwachting klaar rond een grote tafel. Ze waren bezig met Nederlandse (lees)les uit een van mijn boekjes (Bart en Esra, voorlezen aan peuters en kleuters). De ouders van Esra, in het boekje, zijn Turks. Grappig genoeg was niet een van de aanwezige moeders deze ochtend Turks, hoewel er veel uiteenlopende nationaliteiten werden vertegenwoordigd. Vragen voor me waren al op het bord geschreven en er lag een boekje voor me klaar: ‘”Ik moet heel hard lachen” door de moeders van de JP. Coenschool naar aanleiding van een verhaal van Selma Noort’. Het bevat heel korte verhaaltjes in het Nederlands! over momenten dat de moeders moesten (glim)lachen om hun kind.  De ‘juf Nederlands’ heeft de moeders een beetje geholpen. Ik vind het een prachtig geschenk. Het is een heel ontroerend boekje en ik kreeg toestemming om een paar verhaaltjes in dit blog te verwerken.

Deze jonge vrouw kent nog maar heel weinig Nederlands.

Ik ben Wala. Ik kom uit Palestina. Mijn zoon heet Mahmoud. Hij is een baby. Als mijn zoon slaapt, hij speelt met zijn handen. Zijn armen blijven omhoog. Ik vind dat schattig. Wala.

Midia schrijft:

Gisteren Maryam slaapt. Ze droomt. Ze roept: “Juf! Juf!” Ik moet lachen. Midia.

Yamina schrijft:

Gisteren mijn dochter draagt mijn kleding. Ze doet mijn kaftan aan. Ze zet mijn bril op. De kaftan is groot voor haar. Ik lach. Ik moet heel hard lachen. Ik zeg tegen haar: Dit is groot voor jou. Ik maak een kleine kaftan voor je. Ik ga naar de markt, stof kopen. Yamina.

Khadra schrijft:

Ik verschoon de luier van Sohaib. Hij lacht. De luier is uit. Hij vindt dat fijn. Ik kietel mijn zoontje. Khadra.

Ik heb deze vrouwen gezien en gesproken. We hebben koffie en thee gedronken en allerlei lekkere dingen erbij gegeten. We hebben over onze kinderen gesproken, over het moederschap, over taalproblemen, het genieten van de bibliotheek en alles wat deze te bieden heeft, en over voorlezen aan onze kinderen. Maar als ik deze vrouwen niet had ontmoet, had ik door deze sobere en toch zo veelzeggende schetsen uit hun leven, ook een prachtig beeld van hen gekregen.

Toen ik vandaag een basisschool bezocht maakte ik iets mee dat ik nooit eerder bij de hand had. Ik kwam in een overigens goed voorbereide (veel van mijn boeken in de klas en er was veel gelezen) en leuke groep vijf vertellen over mijn boeken en mijn werk als kinderboekenschrijver. Twee jongens zaten een computerspel te doen in de hoek van de klas, iets met een auto op een snelweg. Ze fluisterden. Ik nam aan dat het leerlingen van een andere groep waren die niet mee konden doen met gym of zoiets. Toen ik ernaar informeerde zei de leerkracht: “Nee, ze zitten in deze klas, maar ze hadden geen zin om te luisteren.”
Ik kon mijn oren niet geloven! Geen zin om te luisteren naar een kinderboekenschrijver die iets over lezen en spannende kinderboeken komt vertellen? Hoe blasé kun je zijn (8/9 jaar)? Je speelt liever een computerspelletje? En dat mag dan van de leerkracht?

NOU, VAN MIJ NIET!
“Kom daarachter vandaan!” sommeerde ik de twee jongens verontwaardigd. “Zijn jullie nou helemáál! Zitten! En luisteren! Wie is hier in de klas nou eigenlijk de baas, zeg?!” Ik wilde de leerkracht niet met alle kinderen erbij vertellen hoe ik erover dacht en dat vergde flink wat zelfbeheersing, maar het lukte na enig binnensmonds gesputter en wat gerommel tussen mijn boeken, met gebogen hoofd zodat ik even niemand aan hoefde kijken. De jongens gingen gedwee zitten en deden verder goed mee. Maar ik was werkelijk ontzet. Wat krijgen we nou zeg!

28 feb. 2013

Beste mevrouw Noort,
ik heet J., ik ben 10 jaar en zit in groep 6b. Voor het eerst heb ik een boekbespreking. Omdat ik dyslexie heb, heb ik gekozen voor een boek uit de serie Zoeklicht Dyslexie. Het boek Dat moet ik zien! heb ik nu al 3 x gelezen omdat het zo spannend is. Ik wil elke keer weer weten wat er gebeurt.  Ik zou het heel leuk vinden als u mij een mail terug stuurt.
Groetjes van J.

1 maart 2013

Hallo J.,
Wat leuk dat jij je boekbespreking gaat houden over Dat moet ik zien! en dat je het al drie keer hebt gelezen!
Ik heb nog meer spannende boeken geschreven speciaal voor kinderen met dyslexie. Help! De meester is een vreetzak! is super-spannend. Het gaat over Sandra en Jelmer en een heel rare, gemene inval-meester. Er is nog een tweede boek over Sandra en Jelmer, dat heet Help! Ze jatten de dikke dame! Dat vind je vast ook leuk om te lezen, er komen twee maffe boeven in voor en de tekeningen zijn erg grappig. De tekeningen in allebei deze boeken zijn gemaakt op de computer door Syvia Weve. Dat is best bijzonder en dat kun je ook vertellen bij je boekenbeurt. De andere boeken die je hieronder ziet zijn ook geschreven voor kinderen met dyslexie. Je kunt ze als het goed is allemaal lenen in de bibliotheek, en misschien hebben ze deze boeken ook wel op je school.

9789027664044  9789027662040  IMG_2583  vreetzak  9789048703517
Heel veel succes met je boekbespreking! Print deze mail uit en lees hem erbij voor, en doe je juf/meester en je klas maar de hartelijke groeten van mij.
PS. Als je (of je meester of juf) nog meer informatie wilt over boeken voor kinderen met dyslexie, kun je die vinden op mijn site: http://www.selmanoort.nl onder “Boekenlijst” (en dan even naar beneden scrollen) en klikken op “dyslexie/makkelijk lezen”.
Daaaaag! groetjes, Selma Noort

12 mrt. 2013

Hallo mevrouw Noort,
Dank u wel voor uw mooie mail. Ik heb hem uitgeprint en vorige week tijdens de boekenbeurt voorgelezen. Ik had een “goed” voor mijn boekenbeurt. Ik had ook nog 10 andere boeken van u gehaald in de bibliotheek en deze laten zien aan de klas. De juf vond het heel leuk dat ik een mail van u had gekregen. De juf van de andere groep 6 wilde uw mail ook lezen en vond het ook heel leuk dat ik u kon mailen en dan een antwoord terug kreeg! U hebt zoveel boeken geschreven, ik wil ze allemaal wel lezen. Ik ben nu gaan lezen in Rennen, jongens!
Groetjes van J.

12 mrt. 2013

Hee J., wat goed van jou! En ik vind het SUPER GOED dat je nu ook mijn andere boeken aan het lezen bent!
Ik ben trots op je!
Heel veel groetjes,
Selma Noort

Zolang ik me kan herinneren was ik op zoek naar ‘leermeesters’ (v/m) die ik naarstig zocht op de plaats waar ik toegang toe had: de bibliotheek. Ik opende een boek en de stemmen van schrijvers en romanfiguren begonnen te spreken, soms rechtstreeks tegen mij, het gretig lezende meisje. Beelden vormden zich voor mijn geestesoog, werelden openden zich, geuren dreven de wereld van mijn verbeelding binnen en ik hoorde regen ruisen, vogels tjirpen, het geluid van een stoomtrein of van koetsen op de kasseien. Vrouwen, mannen, jong en oud, zij vertelden hun verhalen aan mij.  Ik kende bundels korte verhalen, romans en biografieën en was rond mijn 16e nog steeds gek van kinderboeken, maar ook van sciencefiction en van de dikke, klassiek vormgegeven boeken van de grote Russische schrijvers. Nederlandse literatuur was ik nog niet aan toe. Dan kwam pas toen ik rond de 25 was. Theoretische (leer)boeken kende ik niet.

Toen ik op mijn zestiende in Leiden naar de Haanstra Kweekschool voor Kleuterleidsters ging, moest ik het leerboek Psychologie van de schrijvers Duijker en Dudink aanschaffen. De lerares psychologie gaf  ons eerste huiswerk op: ‘Lees het hoofdstuk over de puberteit’. Ik vond het heel moeilijk een boek te lezen dat niet verhalend was. Ik begon opnieuw en opnieuw en worstelde me door zinnen en alinea’s die niets leken te betekenen en waarbij ik geen ‘beelden’ kreeg. Ik voelde me wanhopig. Ik wist niet dat lezen zo moeilijk kon zijn, en dikke boeken zo akelig saai.  Maar met moed der wanhoop ging ik door, en uiteindelijk lukte het me nieuwe begrippen uit de abstracte taalbrei te zeven. Als eerste de ‘aha-erlebnis’ en ‘ambivalentie’.  ‘Ambivalentie’, zei ik tegen mezelf. ‘Aha! Dát voel ik dus over zoveel.’ Daarna kwam de schaamte omdat ik een puber volgens het boekje bleek te zijn. Ik vertoonde alle symptomen als beschreven in Duijker en Dudink, zoals we het boek noemden. Dit onder ogen ziend genas ik prompt van de puberale veronderstelling unieker dan leeftijdgenoten te zijn en nam me voor me volwassener te gaan gedragen (ik laat hierbij in het midden of dat lukte). In elk geval was dat ongetwijfeld de bedoeling van die psychologielerares.

Deze terugblik komt door het woord ‘ambivalentie’ in de titel van deze blogs. Aan de ene kant het gevoel dat kleuterleidster zijn leuk is, zinvol, en een uitdaging. Dat het me scherp zal houden, mijn schrijven wellicht ten goede zal komen. Dat ik als juf veel kanten van de zaak zie: de ouders, de kinderen, het moderne (of juist niet) onderwijs, het dorpsleven, opgroeien en opvoeden in dit tijdsgewricht, gezinsperikelen…  De realiteit, de liefde, de chaos, de frustraties. En aan de andere kant het gevoel dat kleuterleidster zijn te moeilijk is, te uitputtend, fysiek en mentaal te zwaar (het lawaai, de chaos soms, de voortdurende vraag om aandacht, het er alleen voor staan tussen al die kleintjes, de verantwoordelijkheid, de onmacht, etc.). Dat ik gek ben om mijn veilige, serene, door mijn prachtige tuin omgeven huis te verlaten.

Ambivalentie:  Als ik moet schrijven geloof ik dat het simpeler is het leven praktisch te leven dan erover te schrijven. Als ik het leven praktisch leef geloof ik dat ik gezegend ben als ik er slechts over te schrijven hoef.

naar de grenzen van de werkelijkheid

De eerste tien jaar schreef ik uitsluitend boeken die gebaseerd waren op de realiteit. Ik kon die realiteit niet loslaten. Pas toen ik een poos niet schreef en er een periode van rust in mijn leven had plaatsgevonden, schreef ik het eerste verhaal dat zich niet in een herkenbare werkelijkheid afspeelde – een sprookje genaamd “Eilandheimwee”, dat werd bekroond met een Zilveren Griffel. Sindsdien was het prettig de werkelijkheid te laten voor wat het was en nieuwe werelden te scheppen, op het randje van die werkelijkheid soms, waardoor lezers twijfelden. Het was herkenbaar en toch niet. Zoiets kon toch niet bestaan/gebeuren… of wel? En: Kon zoiets maar echt gebeuren. Bestonden deze boekpersonen maar echt.

Met schilderen verliep het voor mij vlotter. Thuis zette ik van alles op het doek zonder voorbeeld, tastend en zoekend tot er iets herkenbaars ontstond… en toch ook weer niet – situaties op de grenzen van de realiteit. Anders was het met een model voor mijn neus. Dan probeerde ik toch altijd weer een gelijkenis te treffen. Telkens weer ging wat ik maakte lijken op wie er voor me zat, of ik dat nu een interessant model en een interessante pose vond of niet (meestal niet). Voor mijn gevoel lukte het me gisterenavond voor het eerst echt om het model en de pose, waar ik helemaal niets mee had, los te laten door mijn blik ervan af te wenden en alleen nog maar gedeeltelijk haar houding te gebruiken voor wat ik wel interessant vond en wilde tekenen.

Een moeizaam proces waar ik altijd mee bezig ben en aan werk – het verbeelden van de grenzen van de werkelijkheid en het ongevormde land daarachter. Daar is het zoveel interessanter en daar vertoef ik zoveel liever dan in het land van de realiteit die wij denken met elkaar te delen.

zo precies mogelijk naar werkelijkheid

%d bloggers liken dit: