Archives for posts with tag: bibliotheek

IMG_1553Op 27 juni, afgelopen zomer, schreef ik het blog “Er ontbrak iets op het CPNB feest” over o.a. het Marokkaanse meisje Ouahiba:  https://selmanoort.wordpress.com/2014/06/27/er-ontbrak-iets-op-het-cpnb-feest/

Ik kreeg via FB, twitter en de mail veel reacties op dit blog. Er was zelfs iemand die naar het nummer van een bankrekening vroeg om geld te storten zodat het boekje over Ouahiba er zou kunnen komen. Ook reageerden er mensen met uiteenlopende suggesties om dit boekje op de markt te krijgen, waaronder twee uitgevers. Eén van die uitgevers had het boekje weliswaar kunnen maken, maar had geen toegang tot de kanalen waardoor ik het graag verspreid zou zien. Want ik wil het niet alleen maar gedrukt hebben, ik wil het GELEZEN hebben. Ik wil dat Ouahiba’s verhaal overal in Nederland op basisscholen en in bibliotheken binnenkomt, gewoon tussen de andere boeken waar het thuishoort. Zodat zoveel mogelijk kinderen het tegenkomen en ervoor kunnen kiezen om het te lezen.

Hoe kon ik dit voor elkaar krijgen? Tja, als het gratis in de kinderboekenweek zou worden verspreid of zoiets.  Nou ja, keep on dreaming, Selma. Maar er was nog die tweede uitgever. Die had ik zelf in eerste instantie niet benaderd omdat ik ervan uitging dat dit boek niet in het fonds zou passen…

Maar tijden veranderen, en mensen veranderen mee. Het was en is heel moeilijk in het boekenvak. En terwijl er veel financieel veilige keuzes (moeten) worden gemaakt, soms ten koste van kwaliteit en diversiteit, zijn er ook mensen die opstaan en zeggen: Ik ga ervoor. Omdat sommige dingen gezegd moeten worden, en sommige verhalen gehoord moeten worden.

En zo is het gegaan. Chapeau! Ik verklap deze uitgever nog niet. Maar het verhaal van Ouahiba gaat er komen. En dat is in deze tijd mooi en hartverwarmend nieuws!

Hieronder nog een klein stukje van Ouahiba’s (8 jaar) verhaal (zij is in de bibliotheek):

“Ik denk iets moeilijks.
Ik sta daar stil met dat boek.
Ik hoor en ik zie niks meer.
Dit is wat ik denk:
Maan en Sterre staan in een boek.
Dus ik, Ouahiba, weet dat ze bestaan.
Maar ik, Ouahiba, sta nooit in een boek.
Hoe weten die Maan en Sterre nu dat IK besta?
En al de andere AVI-kinderen:
Bas, Mo en Jip.
Wendie, Pien en Els.
Daarom schrijf ik dit op in dit boek:
Ik, Ouahiba, besta.
Niet bij jou in de straat misschien.
Maar ergens anders.
Ik, Ouahiba, besta.”

Advertenties

ZENUWACHTIG VOOR JE BOEKENBEURT? WELNEE, JOH. RUSTIG AAN!

Beste kinderen: zoek een boek uit dat je leuk vindt (in de boekwinkel of in de bibliotheek), en vertel daarover aan de andere kinderen uit je klas. Kies een origineel boek, liefst een boek dat nog niet veel kinderen hebben gelezen. Breng je enthousiasme over op je klas. En vertel ook wat je er zo leuk aan vindt. Dus niet alleen maar: ‘Dit is een leuk boek.’ Maar vertel bijvoorbeeld dat je die boef in het boek zo leuk vindt omdat hij heel slim is (en geef dan een voorbeeld van hoe slim hij is). Of dat het verhaal zich ’s nachts afspeelt, dus extra spannend is. Of omdat het verhaal echt gebeurd is. Of juist omdat het fantasie is. Of omdat het grappig of mooi of ontroerend is. Of omdat er honden in voorkomen en jij veel van honden houdt. Zoiets.

Snap je de titel van het boek? Vertel aan je klas waarom jij denkt dat het boek zijn titel heeft. Wie heeft de tekening voorop gemaakt? (Die naam vind je meestal binnen in het boek). Wat vind je van die tekening? Past die goed bij het boek? Of is hij veel spannender of saaier dan het boek? Klopt wat er op de achterkant van het boek staat geschreven met wat er IN het boek staat? Waarom koos jij dit boek voor je boekbespreking? Wie is de uitgever van het boek? (Schrijvers knutselen hun boeken dus niet thuis. Zoiets moois komt niet uit hun printer. Schrijvers verkopen hun verhalen aan een uitgever, en die zorgt ervoor dat er van hun verhaal een echt boek wordt gemaakt.) Lees een stukje voor dat jij heel spannend of grappig of mooi vindt. Oefen het voorlezen thuis. En denk daarbij aan:

Goed voorlezen doe je rustig, met punten en komma’s. Zo nu en dan kijk je de klas in. Houd je vinger bij waar je voorleest, dan vindt je meteen weer terug waar je bent gebleven. Laat vraagtekens en uitroeptekens horen! Lees spannend of grappig of mooi voor. En vooral: spreek duidelijk. SNEL voorlezen is niet GOED voorlezen. Als je heel snel leest, volgen je luisteraars het verhaal niet.

Oefen je boekenbeurt een keer voor je ouders of opa of oma. Vraag wat ze er leuk aan vinden en wat je nog zou kunnen verbeteren. Vraag of ze je goed konden verstaan. En ga dan rustig naar school met je boek. Het gaat helemaal goed komen!

Als je een boekbespreking houdt over een van mijn boeken, laat het me dan weten via mijn e-mail. Je vindt mijn e-mail adres en al veel antwoorden op vragen op mijn site: http://www.selmanoort.nl.Ik stuur je altijd een e-mail terug om je succes te wensen. Die e-mail kun je dan voorlezen bij je boekenbeurt. Laat de juf of meester dan weten dat je zo slim was om informatie over de schrijver (over mij) op te zoeken, en dat je zelfs zo superslim was dat je een e-mail hebt gestuurd en ontvangen.

DYSLEXIE: Als je dyslexie hebt kun je in de bibliotheek een boek zoeken in de kast die heet “makkelijk lezen plein”. Boeken voor kinderen met dyslexie zijn vaak extra spannend of grappig zodat die kinderen, ook al vinden ze lezen misschien niet zo leuk, toch verder willen lezen. Vraag maar eens naar mijn boeken “Help! De meester is een vreetzak!” of “Help! Ze jatten de dikke dame!” Op mijn site zie je onder ‘boekenlijst’ nog meer boeken die ik speciaal voor kinderen met dyslexie heb geschreven. Lezen is misschien een beetje lastig, maar vertellen kun je zeker goed! En dat is het belangrijkst voor je boekenbeurt!

Doe je best, meer kun je niet doen. Een boekenbeurt is leuk!

Succes hoor! Daaaag!

Selma Noort

Moeders en hun kinderen

Vanmorgen stond me op de Amsterdamse JP Coenschool waar ik als schoolschrijver werk, een verrassing te wachten. Ik had iets lekkers, een aantal van mijn boeken om in te kijken, en werk van de kinderen meegenomen voor de ‘ouder-koffie-ochtend’, de ontmoeting met ouders en/of eventueel andere familie van de kinderen. Toen ik het zaaltje binnen kwam, zat een aantal moeders al in glimlachende afwachting klaar rond een grote tafel. Ze waren bezig met Nederlandse (lees)les uit een van mijn boekjes (Bart en Esra, voorlezen aan peuters en kleuters). De ouders van Esra, in het boekje, zijn Turks. Grappig genoeg was niet een van de aanwezige moeders deze ochtend Turks, hoewel er veel uiteenlopende nationaliteiten werden vertegenwoordigd. Vragen voor me waren al op het bord geschreven en er lag een boekje voor me klaar: ‘”Ik moet heel hard lachen” door de moeders van de JP. Coenschool naar aanleiding van een verhaal van Selma Noort’. Het bevat heel korte verhaaltjes in het Nederlands! over momenten dat de moeders moesten (glim)lachen om hun kind.  De ‘juf Nederlands’ heeft de moeders een beetje geholpen. Ik vind het een prachtig geschenk. Het is een heel ontroerend boekje en ik kreeg toestemming om een paar verhaaltjes in dit blog te verwerken.

Deze jonge vrouw kent nog maar heel weinig Nederlands.

Ik ben Wala. Ik kom uit Palestina. Mijn zoon heet Mahmoud. Hij is een baby. Als mijn zoon slaapt, hij speelt met zijn handen. Zijn armen blijven omhoog. Ik vind dat schattig. Wala.

Midia schrijft:

Gisteren Maryam slaapt. Ze droomt. Ze roept: “Juf! Juf!” Ik moet lachen. Midia.

Yamina schrijft:

Gisteren mijn dochter draagt mijn kleding. Ze doet mijn kaftan aan. Ze zet mijn bril op. De kaftan is groot voor haar. Ik lach. Ik moet heel hard lachen. Ik zeg tegen haar: Dit is groot voor jou. Ik maak een kleine kaftan voor je. Ik ga naar de markt, stof kopen. Yamina.

Khadra schrijft:

Ik verschoon de luier van Sohaib. Hij lacht. De luier is uit. Hij vindt dat fijn. Ik kietel mijn zoontje. Khadra.

Ik heb deze vrouwen gezien en gesproken. We hebben koffie en thee gedronken en allerlei lekkere dingen erbij gegeten. We hebben over onze kinderen gesproken, over het moederschap, over taalproblemen, het genieten van de bibliotheek en alles wat deze te bieden heeft, en over voorlezen aan onze kinderen. Maar als ik deze vrouwen niet had ontmoet, had ik door deze sobere en toch zo veelzeggende schetsen uit hun leven, ook een prachtig beeld van hen gekregen.

28 feb. 2013

Beste mevrouw Noort,
ik heet J., ik ben 10 jaar en zit in groep 6b. Voor het eerst heb ik een boekbespreking. Omdat ik dyslexie heb, heb ik gekozen voor een boek uit de serie Zoeklicht Dyslexie. Het boek Dat moet ik zien! heb ik nu al 3 x gelezen omdat het zo spannend is. Ik wil elke keer weer weten wat er gebeurt.  Ik zou het heel leuk vinden als u mij een mail terug stuurt.
Groetjes van J.

1 maart 2013

Hallo J.,
Wat leuk dat jij je boekbespreking gaat houden over Dat moet ik zien! en dat je het al drie keer hebt gelezen!
Ik heb nog meer spannende boeken geschreven speciaal voor kinderen met dyslexie. Help! De meester is een vreetzak! is super-spannend. Het gaat over Sandra en Jelmer en een heel rare, gemene inval-meester. Er is nog een tweede boek over Sandra en Jelmer, dat heet Help! Ze jatten de dikke dame! Dat vind je vast ook leuk om te lezen, er komen twee maffe boeven in voor en de tekeningen zijn erg grappig. De tekeningen in allebei deze boeken zijn gemaakt op de computer door Syvia Weve. Dat is best bijzonder en dat kun je ook vertellen bij je boekenbeurt. De andere boeken die je hieronder ziet zijn ook geschreven voor kinderen met dyslexie. Je kunt ze als het goed is allemaal lenen in de bibliotheek, en misschien hebben ze deze boeken ook wel op je school.

9789027664044  9789027662040  IMG_2583  vreetzak  9789048703517
Heel veel succes met je boekbespreking! Print deze mail uit en lees hem erbij voor, en doe je juf/meester en je klas maar de hartelijke groeten van mij.
PS. Als je (of je meester of juf) nog meer informatie wilt over boeken voor kinderen met dyslexie, kun je die vinden op mijn site: http://www.selmanoort.nl onder “Boekenlijst” (en dan even naar beneden scrollen) en klikken op “dyslexie/makkelijk lezen”.
Daaaaag! groetjes, Selma Noort

12 mrt. 2013

Hallo mevrouw Noort,
Dank u wel voor uw mooie mail. Ik heb hem uitgeprint en vorige week tijdens de boekenbeurt voorgelezen. Ik had een “goed” voor mijn boekenbeurt. Ik had ook nog 10 andere boeken van u gehaald in de bibliotheek en deze laten zien aan de klas. De juf vond het heel leuk dat ik een mail van u had gekregen. De juf van de andere groep 6 wilde uw mail ook lezen en vond het ook heel leuk dat ik u kon mailen en dan een antwoord terug kreeg! U hebt zoveel boeken geschreven, ik wil ze allemaal wel lezen. Ik ben nu gaan lezen in Rennen, jongens!
Groetjes van J.

12 mrt. 2013

Hee J., wat goed van jou! En ik vind het SUPER GOED dat je nu ook mijn andere boeken aan het lezen bent!
Ik ben trots op je!
Heel veel groetjes,
Selma Noort

Zolang ik me kan herinneren was ik op zoek naar ‘leermeesters’ (v/m) die ik naarstig zocht op de plaats waar ik toegang toe had: de bibliotheek. Ik opende een boek en de stemmen van schrijvers en romanfiguren begonnen te spreken, soms rechtstreeks tegen mij, het gretig lezende meisje. Beelden vormden zich voor mijn geestesoog, werelden openden zich, geuren dreven de wereld van mijn verbeelding binnen en ik hoorde regen ruisen, vogels tjirpen, het geluid van een stoomtrein of van koetsen op de kasseien. Vrouwen, mannen, jong en oud, zij vertelden hun verhalen aan mij.  Ik kende bundels korte verhalen, romans en biografieën en was rond mijn 16e nog steeds gek van kinderboeken, maar ook van sciencefiction en van de dikke, klassiek vormgegeven boeken van de grote Russische schrijvers. Nederlandse literatuur was ik nog niet aan toe. Dan kwam pas toen ik rond de 25 was. Theoretische (leer)boeken kende ik niet.

Toen ik op mijn zestiende in Leiden naar de Haanstra Kweekschool voor Kleuterleidsters ging, moest ik het leerboek Psychologie van de schrijvers Duijker en Dudink aanschaffen. De lerares psychologie gaf  ons eerste huiswerk op: ‘Lees het hoofdstuk over de puberteit’. Ik vond het heel moeilijk een boek te lezen dat niet verhalend was. Ik begon opnieuw en opnieuw en worstelde me door zinnen en alinea’s die niets leken te betekenen en waarbij ik geen ‘beelden’ kreeg. Ik voelde me wanhopig. Ik wist niet dat lezen zo moeilijk kon zijn, en dikke boeken zo akelig saai.  Maar met moed der wanhoop ging ik door, en uiteindelijk lukte het me nieuwe begrippen uit de abstracte taalbrei te zeven. Als eerste de ‘aha-erlebnis’ en ‘ambivalentie’.  ‘Ambivalentie’, zei ik tegen mezelf. ‘Aha! Dát voel ik dus over zoveel.’ Daarna kwam de schaamte omdat ik een puber volgens het boekje bleek te zijn. Ik vertoonde alle symptomen als beschreven in Duijker en Dudink, zoals we het boek noemden. Dit onder ogen ziend genas ik prompt van de puberale veronderstelling unieker dan leeftijdgenoten te zijn en nam me voor me volwassener te gaan gedragen (ik laat hierbij in het midden of dat lukte). In elk geval was dat ongetwijfeld de bedoeling van die psychologielerares.

Deze terugblik komt door het woord ‘ambivalentie’ in de titel van deze blogs. Aan de ene kant het gevoel dat kleuterleidster zijn leuk is, zinvol, en een uitdaging. Dat het me scherp zal houden, mijn schrijven wellicht ten goede zal komen. Dat ik als juf veel kanten van de zaak zie: de ouders, de kinderen, het moderne (of juist niet) onderwijs, het dorpsleven, opgroeien en opvoeden in dit tijdsgewricht, gezinsperikelen…  De realiteit, de liefde, de chaos, de frustraties. En aan de andere kant het gevoel dat kleuterleidster zijn te moeilijk is, te uitputtend, fysiek en mentaal te zwaar (het lawaai, de chaos soms, de voortdurende vraag om aandacht, het er alleen voor staan tussen al die kleintjes, de verantwoordelijkheid, de onmacht, etc.). Dat ik gek ben om mijn veilige, serene, door mijn prachtige tuin omgeven huis te verlaten.

Ambivalentie:  Als ik moet schrijven geloof ik dat het simpeler is het leven praktisch te leven dan erover te schrijven. Als ik het leven praktisch leef geloof ik dat ik gezegend ben als ik er slechts over te schrijven hoef.

%d bloggers liken dit: