Nieuwjaarskans:

Ik had zin om het nieuwe jaar met iets onverwachts te beginnen, en zette daarom een foto van mijn schilderij “Model” op FB en twitter. Ik schreef erbij dat: a) wie het mooi vond, b) het wilde hebben, c) er thuis plek voor had – een motivatie kon schrijven. De nieuwjaarskans. Aan de hand van die motivaties zou ik dan beslissen aan wie ik dit grote schilderij (70 bij 100 cm, olie op doek, twv  €1400,00) zou gunnen.

Mensen kregen een ruime week om te reageren. Ik vroeg hen ook om de oproep te delen en/of te retweeten zodat zoveel mogelijk mensen kans kregen om mee te dingen. Op FB kwamen al snel reacties binnen en werd er ijverig (doch soms met een gezonde tegenzin, want immers meer concurrentie) gedeeld. Ook op twitter begonnen de reacties binnen te komen en werd mijn oproep herhaaldelijk geretweet.

Een paar zaken vielen mij onmiddellijk op. Veel meer mensen dan ik had kunnen vermoeden hadden moeite om te verwoorden wat hen aantrok aan het schilderij. De heldere kleuren werden veelvuldig geroemd, maar velen liepen daarna vast. “Het zou mooi staan bij mij in de kamer / op mijn kale muur / in mijn nieuwe huis / ik zou er heel erg blij mee zijn” was dan nog een hoopvol toevoegsel, en daar bleef het vaak bij. Mijn schrijvende collega’s hadden minder moeite met het verwoorden. En veel jonge mensen die vaak niet meer hoeven verwoorden omdat ze nu immers altijd beschikking hebben over het delen van beelden, hielden het bij beeld: een selfie (dit ben ik voor mijn kale muur), een foto van een (kleurrijke) kamer waar het schilderij echt heel mooi zou staan, een foto van het huis in aanbouw waar het schilderij mooi zou staan, etc.

Ik vroeg mij, telkens weer nieuwe reacties lezend, af of mensen in 1800 of begin vorige eeuw zich beter konden uitdrukken omdat beschrijven in die tijd noodzakelijk was? Was hun vocabulaire uitgebreider, genuanceerder, poetischer? De bijbel bijvoorbeeld, is nu aangepast aan modern taalgebruik. Dit betekent dat al die prachtige woorden en die rijke taal die ik met de paplepel ingegoten kreeg, en die veelal al alleen nog maar passief bekend waren, nu helemaal uit onze taal verdwijnen.

Kunnen we nog wel beschrijven wat we zien, meemaken, voelen en willen? Zoals vroeger in brieven aan elkaar? Of kunnen nu alleen schrijvers e.d. nog beschrijven omdat de noodzaak tot beschrijven steeds meer verdwijnt? We hoeven zelfs niet meer op een ansicht onze vakantie te beschrijven aan het thuisfront, we eten gewoon een ijsje ergers waar er WIFI is, en appen daarvandaan een fotootje of tien naar het thuisfront. Zien en meemaken kun je dus aardig op beeld vastleggen.Woorden zijn dan erg veel werk. En die mens kiest bij voorkeur nu eenmaal de makkelijkste en de kortste weg van A naar B.

Maar wat je voelt of wilt, dat zul je toch moeten beschrijven. Als je daar geen woorden meer voor hebt, dan loop je lelijk vast in het leven. Daar is namelijk geen snel fotograferend mobieltje voor uitgerust. En zien we niet steeds meer mensen vastlopen in dit leven omdat ze het middel van de taal (dus discussie) niet meer tot hun beschikking hebben?

Er is vast wel onderzoek gedaan naar het verschil tussen taalgebruik in de vorige eeuw(en) en nu. Ik denk bijvoorbeeld dat de mensen van nu (onder de veertig) veel minder woorden kennen dan de ouderen, en dat de jeugd van nu er nog minder kent. Hoe verhoudt het beschikbare vocabulaire van tegenwoordig zich tot dat van iemand uit, bijv.,  de middenklasse uit de vorige eeuw?

Als je meer van mijn schilderijen wilt zien, kijk dan op www.selmanoort-art.nl.

IMG_2220

Loes Hazelaar kwam het schilderij “Model” afgelopen week ophalen in mijn atelier.

 

 

Advertenties