Kleuterleidsters, juffen en ik zijn het er over eens: er zijn te weinig liedjes over “de winter”. Bij het schrijven van “Het grote voorleesboek van de winter” (uitg. Leopold, 4 t/m 8 jaar) ondervond ik dat weer eens. Tja, en wat doe je dan? Dan schrijf je er zelf een, met lekker veel actie/gebaren erbij. Omdat ik het niet kan gaan voorzingen op alle scholen, heb ik het op de wijs van een bekend liedje (Herfst, herfst, wat heb je te koop…) geschreven.

Het is dikke pret als ik op een basisschool kom, om na het voorlezen en vertellen dan dit lied met de kinderen te zingen. Compleet met alles erop en eraan. Als je wilt zien hoe ik dat doe, nodig me dan uit om op je school of in de bieb te komen voorlezen, en …zingen. De hoge C haal ik niet, maar de kinderen hebben gegarandeerd lol! En als ik weer wegga, kunnen alle meesters en juffen het lied verder zingen met de kinderen. Elke winter weer…

Omdat het eerste couplet (onder de muzieknoten) een beetje moeilijk te lezen is, staat de tekst daarvan nog eens hieronder. Veel plezier!

winterlied

Winter, winter, wat heb je te koop? Uit: “Het grote voorleesboek van de winter”, Selma Noort, Uitgeverij Leopold, Illustraties: Tineke van der Stelt.

1e couplet:

Winter, winter, wat heb je te koop?
Duizend dikke sneeuwvlokken op een hoop.
Krakende vorst. Boerenkool met worst.
Warme chocolademelk voor de dorst!

Advertenties

LangeraarBoekhandel Haasbeek Herenhof uit Alphen aan den Rijn en ik hebben elkaar vandaag geadopteerd. Al vaker organiseerde deze mooie kantoor/boekhandel activiteiten waar ik voor gevraagd werd. Vanmorgen was ik – nog in verband met de Nationale Voorleesdagen – met deze boekhandel en verschillende vertegenwoordigers van de plaatselijke krantjes op een razend enthousiaste basisschool, basisschool Aeresteijn in Langeraar. Daar heb ik voorgelezen aan en gezongen met drie grote groepen, en daarna, tot mijn niet geringe verbazing, was ik ruim drie kwartier aan de lopende band bezig met signeren en had de boekhandel een pracht verkoop. In deze moeilijke tijd voor boekhandel en (kinderboeken)schrijvers lag de volgende stap eigenlijk gewoon voor de hand – ik stelde voor dat ik de boekhandel zou adopteren door me extra voor hen in te zetten door middel van deelname aan hun activiteiten, signeren en/of voorlezen. De boekhandel op haar beurt, wilde mij ook wel adopteren, mijn boeken goed in voorraad nemen en die activiteiten organiseren.

Proost dus! Op een fijne samenwerking in de toekomst, boekhandel Haasbeek Herenhof!

En basisschool Aeresteijn – tot ziens!

DE SCHOOLSCHRIJVER

De feestelijke afsluiting van het schoolschrijverproject 2013 in het Muziekgebouw in Amsterdam, met presentator Abdelkader Benali.

De feestelijke afsluiting van het schoolschrijverproject 2013 in het Muziekgebouw in Amsterdam, met presentator Abdelkader Benali.

Sinds 2007 kent de VvL de (Vereniging van Letterkundigen) VvL-penning toe als blijk van waardering voor mensen of instanties die iets hebben ondernomen of gepresteerd dat schrijvers en/of vertalers ten goede komt en die daarvoor naar de mening van de VvL te weinig publieke waardering krijgen. Afgelopen juni werd de VvL penning uitgereikt aan Annemiek Neefjes, de bedenker van het concept: De Schoolschrijver. Ik ben een van Annemieks schoolschrijvers, en mijn collega’s en ik waren trots op haar want we hebben in praktijk ervaren hoeveel je als schoolschrijver kunt betekenen.

Wat doet een schoolschrijver? Een schoolschrijver gaat binnen een traject van een half jaar één dag per week naar een basisschool waar grote behoefte is aan taalstimulering. Na een feestelijk introductie werkt de schoolschrijver negen weken met dezelfde klassen zodat de wisselwerking tussen schrijver en kinderen verdiept en verbreed wordt. Daarna volgen er nog drie weken talentenklassen, waarin een aantal kinderen extra aandacht van de schrijver krijgt. De schrijver werkt vanuit  eigen ervaring, enthousiasme, en liefde voor lezen en schrijven. Kortom, recht uit het schrijvershart. Er is wel een ruim en ondersteunend, flexibel programma met richtlijnen dat o.a. ook aanstuurt op het optimaal betrekken van de leerkrachten en de ouders bij het project De Schoolschrijver. Zo organiseert de schrijver een ouderbijeenkomst, een studiebijeenkomst voor de leerkrachten, een bibliotheekbezoek of –speurtocht, huiswerkopdrachten, leestips, een muurkrant in de school, e.d.

Alle kinderen van de school kennen de schoolschrijver. Na een aantal weken is er geen enkel kind meer dat niet weet wat een uitgeverij is, een illustrator of een titel. Alle kinderen begrijpen dan dat iemand – een schrijver – door middel van verbeelding en taal de wereld in een boek schept. Ze kunnen zich een beeld vormen van hoe een schrijver begint met een idee, tot aan het moment dat een boek in de winkel ligt. En ze ontdekken dat zij ook schrijvers kunnen zijn. Van gedichtjes, verhalen over hun familie, van gevoelens en wensen, of van fantasieverhalen vol monsters en prinsessen. Dit schrijven zonder opdracht – uit je verbeelding – is iets dat op scholen zeer zelden tot nooit wordt gedaan. Maar juist dan zijn kinderen razend enthousiast en optimaal gemotiveerd om naar eigen woorden te zoeken. Juist dan zetten ze spelenderwijs hun passieve taalkennis om in actieve en creatieve taalbeheersing zoals ze die zo nodig hebben voor interactie met hun leefwereld.

De kinderen gaan anders naar boeken kijken: “Ik denk dat deze schrijfster dit boek speciaal geschreven heeft voor kinderen die van voetballen houden.” “Deze schrijver heeft een verhaal geschreven dat echt is gebeurd. Dat is heel dapper.” “Het is net alsof ik de stem van die schrijver in mijn hoofd hoor als ik lees. Het is een hele aardige stem.”

Aan het eind van mijn vier maanden was het moeilijk om afscheid te nemen. Voor de laatste keer in mijn auto wegrijdend van de school zag ik ze nog even, “mijn” kinderen, in het drukke Amsterdamse stadsgewoel tussen al die grote mensen op weg naar huis met boven hun hoofden deinend de ballonnen die ik had getrakteerd.

Dit waren de afscheidswoorden van de juf van groep vier: ‘Ik vind dat je moet weten, Selma, dat sommige kinderen in deze (zwakke) klas anderhalf (school)jaar in taalvaardigheid vooruit zijn gegaan door je werk hier.’

Dit jaar ben ik weer schoolschrijver – andere kinderen, andere school.

ZENUWACHTIG VOOR JE BOEKENBEURT? WELNEE, JOH. RUSTIG AAN!

Beste kinderen: zoek een boek uit dat je leuk vindt (in de boekwinkel of in de bibliotheek), en vertel daarover aan de andere kinderen uit je klas. Kies een origineel boek, liefst een boek dat nog niet veel kinderen hebben gelezen. Breng je enthousiasme over op je klas. En vertel ook wat je er zo leuk aan vindt. Dus niet alleen maar: ‘Dit is een leuk boek.’ Maar vertel bijvoorbeeld dat je die boef in het boek zo leuk vindt omdat hij heel slim is (en geef dan een voorbeeld van hoe slim hij is). Of dat het verhaal zich ’s nachts afspeelt, dus extra spannend is. Of omdat het verhaal echt gebeurd is. Of juist omdat het fantasie is. Of omdat het grappig of mooi of ontroerend is. Of omdat er honden in voorkomen en jij veel van honden houdt. Zoiets.

Snap je de titel van het boek? Vertel aan je klas waarom jij denkt dat het boek zijn titel heeft. Wie heeft de tekening voorop gemaakt? (Die naam vind je meestal binnen in het boek). Wat vind je van die tekening? Past die goed bij het boek? Of is hij veel spannender of saaier dan het boek? Klopt wat er op de achterkant van het boek staat geschreven met wat er IN het boek staat? Waarom koos jij dit boek voor je boekbespreking? Wie is de uitgever van het boek? (Schrijvers knutselen hun boeken dus niet thuis. Zoiets moois komt niet uit hun printer. Schrijvers verkopen hun verhalen aan een uitgever, en die zorgt ervoor dat er van hun verhaal een echt boek wordt gemaakt.) Lees een stukje voor dat jij heel spannend of grappig of mooi vindt. Oefen het voorlezen thuis. En denk daarbij aan:

Goed voorlezen doe je rustig, met punten en komma’s. Zo nu en dan kijk je de klas in. Houd je vinger bij waar je voorleest, dan vindt je meteen weer terug waar je bent gebleven. Laat vraagtekens en uitroeptekens horen! Lees spannend of grappig of mooi voor. En vooral: spreek duidelijk. SNEL voorlezen is niet GOED voorlezen. Als je heel snel leest, volgen je luisteraars het verhaal niet.

Oefen je boekenbeurt een keer voor je ouders of opa of oma. Vraag wat ze er leuk aan vinden en wat je nog zou kunnen verbeteren. Vraag of ze je goed konden verstaan. En ga dan rustig naar school met je boek. Het gaat helemaal goed komen!

Als je een boekbespreking houdt over een van mijn boeken, laat het me dan weten via mijn e-mail. Je vindt mijn e-mail adres en al veel antwoorden op vragen op mijn site: http://www.selmanoort.nl.Ik stuur je altijd een e-mail terug om je succes te wensen. Die e-mail kun je dan voorlezen bij je boekenbeurt. Laat de juf of meester dan weten dat je zo slim was om informatie over de schrijver (over mij) op te zoeken, en dat je zelfs zo superslim was dat je een e-mail hebt gestuurd en ontvangen.

DYSLEXIE: Als je dyslexie hebt kun je in de bibliotheek een boek zoeken in de kast die heet “makkelijk lezen plein”. Boeken voor kinderen met dyslexie zijn vaak extra spannend of grappig zodat die kinderen, ook al vinden ze lezen misschien niet zo leuk, toch verder willen lezen. Vraag maar eens naar mijn boeken “Help! De meester is een vreetzak!” of “Help! Ze jatten de dikke dame!” Op mijn site zie je onder ‘boekenlijst’ nog meer boeken die ik speciaal voor kinderen met dyslexie heb geschreven. Lezen is misschien een beetje lastig, maar vertellen kun je zeker goed! En dat is het belangrijkst voor je boekenbeurt!

Doe je best, meer kun je niet doen. Een boekenbeurt is leuk!

Succes hoor! Daaaag!

Selma Noort

Chen en HoDe Chinese tweelingbroertjes Chen en Ho met twee van hun klasgenootjes.

Illustratie Peter van Harmelen, Voorleeskwartier, uitgeverij Zwijsen, titel: HET GEHEIM VAN GROEP 3.

De Volkskrant:

“Negenendertig Chinese restaurants geven deze week 39 procent korting op nummer 39 van de menukaart – met of zonder rijst. De actie heeft een serieuze ondertoon: Nederlandse Chinezen willen op deze manier aandacht vragen voor de discriminerende stereotyperingen die hen ten deel vallen.”

Er moet mij iets van het hart over de Chinezen in ons land. Het heeft me al lang verbaasd dat zij zo’n onvoorstelbaar incasseringsvermogen hebben. Het is/was altijd zo’n groep waarvan iedereen het wel goed leek te vinden dat ze gediscrimineerd en uitgelachen werden. Ik kwam nou nooit eens iemand tegen die het opnam voor onze Chinese medelanders. Ik identificeerde me met deze groep die het zich niet kon veroorloven of het zich niet leek te verwaardigen om zich tegen deze, al generaties voortdurende, uitgeholde lolligheid te verdedigen.

Toen ik in 2011 een opdracht kreeg om een dik voorleesboek te schrijven voor en over een groep drie, besloot ik heel bewust om een Chinese tweeling als hoofdpersonen te laten fungeren. De jongetjes Chen en Ho, die populair en supergoed in rekenen zijn, en waarvan de ouders hebben gestudeerd en beiden een hoge functie bekleden. Ik hoopte dat na het luisteren naar dit boek, kinderen anders tegen Chinese kinderen aan zouden kijken. Daarom maakte ik van deze tweeling het soort jongetjes dat iedereen wel als vriendje zou willen hebben.

De aanvankelijke reacties van de kinderen bij het voorlezen waren nog net zo als toen ikzelf bijna een halve eeuw geleden op de basisschool zat. Ze trokken gezichten, maakten spleetoogjes, ze gingen zogenaamd Chinees praten en er werd honend gelachen. Toen ik verbaasd reageerde en toen bleek dat ik geen grapje maakte maar mijn hoofdpersonen serieus nam, was er oprechte verwondering! Dit was op scholen met kinderen van over de hele wereld waar de woorden ‘discriminatie’ en ‘respect’ tegelijk met KIP, ROOS en REUS groep drie binnen kwamen.

Ook in andere voorleessituaties kwam ik bij kinderen deze opvattingen over Chinezen tegen. Vaak werden ze niet gecorrigeerd en lachten de aanwezige volwassenen besmuikt en schouderophalend. Respect leek voor iedereen te moeten gelden, behalve dus voor Chinezen (Chinese kinderen met Chinese ouders, normen en waarden). Bij geadopteerde Chinese kinderen leek het weer iets anders te liggen, misschien wel omdat zij er weliswaar Chinees uitzien, maar zich verder ‘Hollands’ manifesteren.

Aan kinderen vertel ik waarom ik een Chinese tweeling heb gekozen als hoofdpersonen. Ik vertel dan dat ik het altijd heel raar vind, die grapjes over Chinezen. En dan zijn de kinderen het eigenlijk meteen met me eens en is het over met de grapjes.

Het boek van Tamara Bos, Dinky en het paard van Sinterklaas, over een Chinees meisje, heeft enorm geholpen om een Chinees kind in Nederland een gezicht en een naam te geven. Ik vond het geweldig dat een Chinees meisje de hoofdrol in dit boek (en in de film) had.

Als Nederlandse volwassenen zich nu eens gedragen en ophouden met dat stomme gegniffel en die versleten grapjes over, in dit geval, Chinezen, dan geven we onze kinderen tenminste een duidelijke boodschap mee. Discriminatie doet iedereen tekort. Witte mensen, bruine mensen, Chinezen, maar ook ‘lelijke’, dikke, lange of ‘bijzondere/andere’ mensen. En aan die laatste groepen moeten we nog hard werken want al opvoedend, gniffelen we wat af in Nederland, om dan ‘verbaasd’ en verontwaardigd te doen als er op scholen gepest wordt.

LATER: Een uur na het posten van deze blog haalde iemand op twitter n.a.v. dit blog een herinnering op aan het lezen van de boeken over Kleine Sjang vroeger. En gek dat ik er in eerste instantie niet aan had gedacht, maar daar zal mijn weerstand tegen het ‘stom doen over Chinezen’ wel vandaan komen want ik heb met intens plezier begin jaren ’90 de boeken over Kleine Sjang, van Eleanor Francis Lattimore, bewerkt en vertaald voor uitgeverij Leopold. En die boeken heb ik natuurlijk ook weer aan mijn eigen kinderen voorgelezen!

Sjang

Miep Diekmann ontmoette ik in 1979 op de school waar ik stage liep. Ik mocht haar ‘een verhaal’ toesturen. Dat deed ik en dat was meteen mijn eerste boek.

Miep vroeg mij bij haar thuis te komen zodat ze me kon helpen het verhaal netjes als een manuscript te typen. Ik reisde voor het eerst alleen met de trein en betrad een voor mij totaal onbekende wereld toen ik bij haar over de drempel stapte en ze me vroeg of ik ‘een sherry’ wilde. Giechelen ging niet, daar in mijn eentje met niemand die begreep hoe raar dat was. Ik voelde me vreselijk onwerelds en verloren in een omgeving waar ik geen grip op had. Ik sprak dezelfde taal als Miep, zo leek het, maar ik ‘verstond’ haar niet.

Toch zijn veel van Mieps opvattingen, die altijd sterk en zeer uitgesproken waren, me bij gebleven en na verloop van tijd kreeg ik een referentiekader waarin ik ze kon plaatsen.  Soms moet ik weer denken aan wat zij me indertijd probeerde bij te brengen. Miep had in 1978 de Gouden Griffel gekregen voor het boekje Wielewielestap dat zij had geschreven voor peuters en kleuters, met illustraties van The Tjong King. Ik hoor het haar nog gepassioneerd zeggen – hoe bijzonder het was dat een boekje voor zulke jonge kinderen de Gouden Griffel kreeg, want: “Kind, ze bekronen bijna altijd boeken die ze zelf nog wel leuk vinden; boeken voor oudere kinderen. Zich inleven in een peuter of kleuter doen ze niet als ze een boek beoordelen. En dat zouden ze wel moeten doen. Kijk nou eens naar het smoeltje van zo’n kind als je voorleest. Komt het over wat er in het boek staat? Kan die kleine er iets mee? Moet die uk erover nadenken en gaat ie erover aan het praten? Zo moet je naar een boek voor peuters of kleuters kijken. Maar die recensenten en al die lui die meningen vormen over boeken, denken vanuit hun eigen leeftijd en ervaring. Nou ja, meid, je zal ’t allemaal nog wel meemaken.”

Onlangs kwam mijn boek “Stiefkind”, een jeugdroman, uit. En het viel me meteen op dat mensen dan pas vinden dat ik ‘echt’ schrijf. Een ‘echt’ boek. En dát zit mij nou ‘echt’ niet lekker. Want mijn boeken voor kleuters, daar ben ik net zo trots op. Vier grote voorleesboeken die er prachtig uitzien en veel (groot)ouders, leerkrachten en kinderen stof tot nadenken geven. Ik heb veel contact met mijn lezers en ze vertellen mij dat de boeken deel uitmaken van de dagelijkse wereld van hun kinderen en henzelf, en dat de kinderen zichzelf en situaties herkennen in de boeken en daarover praten. (Net zoals Roel, mama, die deed dat ook, hè!)

Dat is mooi. Dat is heel mooi. En het is raar dat mensen uit het vak doen alsof schrijven voor (heel) jonge kinderen niets voorstelt. Ik ben vandaag begonnen met een nieuw ‘groot’ voorleesboek over Roel en Noor. Het vijfde. En Tineke van der Stelt gaat er weer haar mooie sfeervolle tekeningen in maken. En voor de mensen die vinden dat dit schrijven niet veel voorstelt, stel ik dit voor: Neem een kind op schoot, lees het kind voor uit een van deze boeken. Laat het kind bekend raken met Roel en Noor. Zie wat de verhaaltjes voor dit kind betekenen. Observeer het proces van het omzetten van taal naar (ver)beeld(ing) op het geconcentreerde snoetje. En oordeel dan pas. Want ik schrijf niet voor jullie. Maar voor jullie kinderen, en voor de kinderen die jullie eens waren – en nu achteloos verloochenen.

Hoe is het mogelijk dat in een maatschappij waarin wij beweren onze kinderen toch serieus te nemen, dat mensen die met kinderen werken, leerkrachten en kinderboekenschrijvers bijvoorbeeld, weggezet worden als infantiel en minderwaardig aan hen die met en/of voor volwassenen werken?

IMG_0889Vandaag was ik, peinzend over alle eigenaardigheden van mijn werk, neerslachtig gestemd, dus ik vond dat ik toe was aan troost. In de garage staan, hoog in een van de rekken tussen de rest van de voorraad, een paar pakken soep die ik heb gekocht toen ze 3 voor de prijs van 2 waren voor dagen dat ik troost zou behoeven. Ik ging een pak erwtensoep halen en leegde hem in het steelpannetje. Gas aan, kommetje klaarzetten. Zo. Intussen keek ik door het raam naar de verregende herfsttuin. Gisterenavond kiepte de timmerman van het dorp een stapel afvalhout voorin. Wij mogen dat altijd hebben voor onze houtkachel. Op de een of andere manier weet de goede man het wel altijd zo te timen dat hij het neergooit op dagen dat het hoost van de regen. En dat hout van hem is nu juist zo prachtig droog. Maar goed, ik weet – een gegeven paard mag men niet in de bek kijken. En we zijn er blij mee.

Ik ga het stapelen, besloot ik, omdat het plotseling ophield met regenen en de zon even achter een wolk vandaan kwam, en omdat buitenlucht en hard werk helpen tegen neerslachtigheid. Want dan DOE je iets. Ik trok een dik jas-vest van een van mijn zoons aan en begon ijverig hout te rapen, naar het houthok te dragen en op te stapelen. Mijn zorgelijk peinzen ging geleidelijk over in oplettend kijken. Er zat van allerlei hout bij.  Stukken dakrand, stukken tafelpoot, afdeklatjes, sierlatjes, blokken, palen, kozijnen, alles in stukjes en soms met potlood beschreven in geheime timmermansformules. Ik ken dat potlood, zo’n echt timmermanspotlood dat je met een aardappelmesje moet slijpen. Ik ken de man. Wat krom, versleten knieën, met kinderen en bijbehorende verhalen zoals een eind-zestiger levensverhalen heeft. Verschillende keren heeft hij allerlei klussen in ons huis gedaan. Dan stond hij zwoegend in de tuin te zagen, en soms, als hij het niet merkte, stak zijn tong daarbij uit zijn mond. Dan zag je even het kind dat hij eens was. Toen ik alle hout opgestapeld had veegde ik het achtergebleven zaagsel op. En strekte ik mijn rug. En begon ik walnoten uit het gras te rapen. En zag ik iets liggen dat ik uit de verte herkende als een vrij groot diertje  (anders dan een vogel) en begon er naartoe te lopen… En toen schoot me die soep te binnen.

Ik rende naar binnen, trapte mijn klompen uit, en rende de met rook gevulde kamer in op het moment dat het brandalarm begon te loeien. Eerst de zwarte pan van het gas en naar buiten. Ramen open, deuren wijd open, en toen naar boven roepen, naar de zoons: “Hoorden jullie het brandalarm niet?”

Laconiek antwoord: “Ja, nou?  Jij bent toch beneden.” Mijn andere zoon sliep in vol vertrouwen de slaap der onschuldigen.

Wakkere zoon lesje brandalarm gegeven. Terug de tuin in. Naar het diertje gaan kijken dat onbeschermd midden op het gras lag in de inmiddels weer met bakken uit de lucht komende regen. Dood egeltje. Shit. Dood egeltje geaaid en ertegen gepraat. Dood egeltje bewoog! Oe! Egeltje leefde nog. Gauw in doos, warm, blaadjes en dennennaalden en kattenbrokjes. Toe maar, kleintje.

Zwarte pan binnen gehaald en onder kraan gezet.

Egeltje ligt nog stil in doos onder dekentje en warme lamp. Wind en regen slaan het huis binnen maar de brandlucht moet eruit en ik heb immers de vestjas aan. Nee, een dropje haalt het niet bij erwtensoep maar nu ga ik thee zetten en  ‘koude natte egeltjes’ googelen , dat troost ook.

IMG_0888

stief hamacaDERTIG JAAR VERDER…

Afgelopen zaterdag kreeg ik de tien auteursexemplaren van mijn nieuwe (jeugd)roman “Stiefkind” overhandigd. ‘s  Middags ging ik naar de Middag van het Kinderboek in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam en het was fijn om op de vraag van collega’s of ‘ik nog wel eens iets schreef’, een exemplaar ervan te kunnen laten zien. Eén opmerking raakte me onplezierig. Een collega zei: ‘Zo, dus je bent nu na lange tijd weer begonnen met literatuur.’ ‘Hoezo?’ vroeg ik. ‘Ik ben daar nooit mee gestopt.’ ‘Nou ja, die voorleesboeken en zo…’ zei de collega. Ik baalde van die opmerking. De vier grote voorleesboeken die ik voor Leopold heb geschreven zijn voor kinderen van 4 t/m 7 jaar en ik denk dat ik hiermee een mooie serie boeken heb gemaakt, ook al gaan ze over thema’s als Sinterklaas, winter, en kinderboerderij. Tja, ik had “literatuur” kunnen schrijven voor 4-jarigen, maar geen uitgever zou het in dit tijdsgewricht nog uitgegeven hebben. Daar komt bij dat ik altijd bezig ben voorlezen thuis en op school te promoten. En die boeken zijn voor iedere ouder of leerkracht toegankelijk. En dat is heel belangrijk en mooi werk waar ik trots op ben.Eenmaal thuis keek ik naar de rij boeken die ik voor Leopold geschreven heb. De laatste boeken die het Nederlands Letterenfonds steunde met een werkbeurs waren o.a. mijn 8+ boek “Musje, mijn zusje” en mijn 11+ boek “Dat spel van jou en mij” dat zeer goed gerecenseerd werd in de landelijke pers. Hoezo schrijf ik geen literatuur meer?

Een andere collega in de OBA zei: “Jij hebt toch nooit eerder iets voor deze leeftijd geschreven?” Die vraag is begrijpelijk. Ik heb eerder jeugdromans geschreven maar zo lang geleden dat veel collega’s dat niet weten. In mijn kast moest ik het boek dat de schrijfstijl van “Stiefkind” het meest benadert onder wat spinrag en stof vandaan vissen. Het is een pocket die ik ooit met plakband bij elkaar probeerde te houden, met een saai en onaantrekkelijk omslag. Het was het tweede boek dat ik schreef. Het verscheen in 1983, precies 30 jaar geleden en werd bekroond met een Vlag en Wimpel, waar ik destijds niet van onder de indruk was omdat ik toen niets afwist van de prijzen voor kinder- en jeugdboeken.

Toch zijn er mensen die juist nog weten van mijn vroege werk. In de OBA keek de winnares van de Gouden Lijst verrast op toen ze mijn naam hoorde en vertelde mij als kind boeken van mij te hebben gelezen. Ook een Vlaams dichteres kende mij omdat zij vroeger werk van mij gelezen had. Vroeger werden mijn boeken dan in elk geval gelezen. Dat is toch leuk om te horen. Fijner zou het zijn als de boeken die ik tegenwoordig schrijf, ook gelezen werden. Want ja, ik schrijf dus ‘nog’.

KUNSTKAARTEN

Mijn nieuwe kunstkaarten zijn binnen van de drukker. Ze worden op verschillende verkooppunten verkocht, o.a. bij Galerie LIFO, Nieuwe Rijn 22, Leiden, en bij een aantal kinderboekwinkels. Je kunt ze ook bestellen via mijn site http://www.selmanoort-art.nl. Kies daar welke kaarten je wilt hebben, mail me en bestel zo. Ik ben erg blij met de kaarten. Ik merk dat een kaartenmolentje voor de deur de drempel verlaagt voor mensen die aanvankelijk niet snel binnen durven in een galerie. Met het idee van “ik koop een kaart (binnen afrekenen) en dan kijk ik meteen rond” is de drempel lager. Ook voor mensen die zich geen kunst kunnen veroorloven, is een kaart een leuk souvenir. Ik geniet als ik mensen met het kaartenmolentje zie draaien en met plezier zie kiezen. Een kaart voor een neef, een kaart als boekenlegger. En ook het overleg tussen mensen over welke kaarten hun voorkeur hebben, waarom of waarom niet… is heerlijk om stiekem naar te luisteren.

kaartenset1 complete set van 8 kaarten (bv. zoals hier afgebeeld) kost 10 euro incl. verzendkosten.

4 kaarten kosten 5 euro incl. verzendkosten.

losse kaarten kosten 1 euro (en een postzegel).

Je kunt ook gewoon aangeven welke kaarten je wilt. Al wil je 10 dezelfde kaarten, dan is dat ook mogelijk. Je hoeft de combinatie  zoals op de foto dus niet aan te houden.

Op verzoek kun je (een van) de kaarten gesigneerd krijgen.

 

scan_reghthuys-smallDeze week heb ik de loodzware sleutel van middeleeuws formaat van ’t Reghthuys gekregen en mag ik ’s morgens de deur openen en de vlag buiten hangen, iets dat ik met veel plezier doe. De Culturele Vereniging ’t Reghthuys is gehuisvest in het Reghthuys, Reghthuysplein 1, in Nieuwkoop, een gebouw uit 1628. In verband met ‘Zomerkunst’ exposeren kunstenaars van uiteenlopende disciplines hun werk in dit mooie, sfeervolle gebouw. Bijna al mijn schilderijen hangen er want er is ruimte genoeg. Nu en dan werp ik even een blik in het cachot in de kelder, en verheug me over het feit dat ik er vandaag de dag in elk geval niet meer ingestopt zou kunnen worden, zo laag is die ruimte. De muren hangen vol met mijn werk en in de ruimte exposeert Marion Westerman haar papierpulp sculpturen die je werkelijk van alle kanten wilt bekijken en die zo kunstig geschilderd zijn dat je echt even denkt dat je bijvoorbeeld met geroest metaal te doen hebt. Vandaag is er braderie voor de deur, of dat gunstig is of juist niet ga ik wel merken. Eigenlijk gaat ’t Reghthuys pas om 12.00 uur open, maar vanwege die braderie gooi ik de boel nu om 10.00 uur open en ga ik er vast lekker rustig zitten. Ik heb een boek van mijn collega Marco Kunst gekocht en ben daar gisteren in begonnen. Heerlijk lezen en zo nu en dan even praten met mensen die binnenkomen. De reacties zijn overigens tot nu toe verrast en verheugd over alle kleuren en de vrolijkheid van de tentoonstelling.

Marion Westerman en ik exposeren nog in ’t Reghthuys t/m a.s. zondag, 28 juli. We zijn iedere dag aanwezig. Er staat ook een boekentafel met kinder/jeugdboeken die je natuurlijk gesigneerd kunt krijgen als je dat wilt, en Marion en ik verkopen kaarten van ons werk.

IMG_0742

%d bloggers liken dit: