Archives for category: Uncategorized

Ik kan heel veel. Van kinderen verzorgen tot knopen aanzetten, een leaseauto huren en zelf inchecken op Schiphol.

Deze #Kinderboekenweek2020 reis ik van hot naar her voor de #schrijverscentrale. Om dit zo ontspannen mogelijk te doen, vertrek ik ruim op tijd, en dan nog eens een half uur extra. Want tegenslag loert overal en klassen kinderen laat je niet wachten. Plotseling gaat er op de heenweg een lampje branden voor mijn neus. Ik herken het Рbandenspanning. Ja, kan kloppen, daar is al sinds ik deze auto ben gaan leasen niets aan gedaan. Hè bah. Op de terugweg dan maar. Het is niet urgent, dat weet ik inmiddels.

Maar morgen moet ik naar de Achterhoek en dat is toch echt een eind rijden en ik wil veilig rijden natuurlijk, zeker nu de wegen overal natglad zijn. Op de terugweg van de school in Edam, ik moet opschieten want vanmiddag heb drie klassen uit Zaanstad die ik digitaal ga bezoeken, van achter mijn bureau. Een soort extra school is dat. Rond zes uur ben ik dan klaar en dan wil ik graag eten gaan maken en spullen voorbereiden voor de grote groepen morgen en inpakken voor het hotel waar ik zal overnachten. IK KAN DIT zeg ik tegen mezelf over de bandenspanningsuitdaging want ik wil dapper zijn, hoewel ik met iedereen wil ruilen. Ik zet jouw knopen aan, jij lost mijn bandenspanning op… Nee zeg, kom op, ik ben een feministe, toch. Dus IK KAN DIT. Ik rijd het grote benzinestation langs de A4 op en kan parkeren naast de bandenspannings… eh… paal? Machine. Nou ja. Dat ding met die slang eraan. Zo ver, zo goed. Maar onder een dakje staat hij niet en het gutst werkelijk van de regen. IK KAN DIT. Dus ik stap uit en trek snel mijn jas aan. Capuchon op. Er staat al een man die bezig is, dan kan ik mooi even kijken. En aan de binnenkant van mijn bezinedop zou moeten staan hoe hard ik de banden moet oppompen. O, dat staat er niet. Maar waar dan wel? En als ik nu zomaar iets doe en ik pomp die banden te hard op… wat dan? Intussen druipt de regen van mijn capuchon over mijn gezicht en is mijn bril drijfnat. Het verkeer raast oorverdovend langs en ik zie dat er vijftig cent in het pompding moet. En die heb ik niet. Ik heb alleen een digitale pas in mijn telefoon. Sinds corona-maart heb ik geen tastbaar geld meer in handen gehad. Goed. Dan houdt het hier op. Ik rijd naar de garage van de lease, besluit ik. Die helpen me vast wel. Het is wel een eind omrijden, maar het moet maar want morgen geen tijd en nu ook opschieten want straks weer die drie klassen kinderen. Bij de leasemaatschappij hangen enorme perspex schermen, is met rood-wit lint de boel afgezet alsof er nog ergens een groot politieonderzoek naar iets afschuwelijks aan de hand is en moet ik volgens een GROOT GEBODSBORD een mondkapje op voor ik naar binnen ga. Gelukkig hebben ze een doos van die dingen daarbij staan. Ik jat er meteen twee, handig voor de volgende tegenslag, ergens, ongetwijfeld. De man van de lease zegt dat ze mijn bandenspanning wel willen oplossen maar ik moet dan drie kwartier tot een uur wachten. Ja, dan kan niet! Het is inmiddels half drie en ik snak naar een boterham en ik moet ook hoognodig piesen. Ik loop het kantoor uit en rijd naar het dichtstbijzijnd benzinestation. Het motregent nu alleen nog maar, dat scheelt. Binnen (mondkapje op, aub – ha, ik heb er twee!) pin ik een euro (h√©, 50 cent duurder hier) en die mik ik in die spanningspomp. Ik besluit dat 2.0 een mooie spanning lijkt. Overal om me heen staan vrachtwagens en bestelbussen met bestuurders die even een broodje eten. Ik stel 2.0 in (ik heb iemand zoiets zien doen dus ik denk dat het zo moet) kniel bij de wielen, draai de dopjes van de ventielen, zet de pomp erop en trek hem eraf als de pomppaal gaat piepen. Eitje. Het lukt bij drie wielen. Mijn knieen kraken en mijn handen zijn pikzwart maar IK KAN HET. Alleen het vierde dopje zit muurvast. Ik probeer het met tissue, ik probeer het links en recht maar er zit geen beweging in.

WAAR ZIJN MIJN MANNEN NU IK ZE NODIG HEB? BOEWAH !!! ūüė©

In de bestelbus achter me zit een jongen met blozende wangen een gezond bruin broodje te eten. Ach, hij heeft even pauze en nu kom ik blond… nee, grijs tegen hem doen. “Heb jij gereedschap? Kun je me helpen het dopje van het ventiel te draaien alsjeblieft en sorry dat ik je stoor in je pauze.”De jongen lacht lief. Hij stapt uit, hurkt en draait het dopje los. Alsof het niks is. En hij geeft nog wat nuttige tips die ik, nu ik dit typ, alweer vergeten lijk te zijn. Het lukt me. Ik pomp de laatste band op. Het is voorbij. Gehurkt op straat was ik mijn handen in een plas regenwater. Terug in de auto brandt het lampje nog steeds. Wat nou weer? Ik rijd terug naar de leasemaatschappij. Daar is een andere jongeman die wel even wil laten zien hoe ik dat lampje kan uitzetten. “En het moest spanningsstand 2.3 zijn,” zegt hij. “En hier zit die sticker waar dat op staat.” (Hoezo? Mijn auto is heus niet zwaar beladen, hoor, alleen ikke zit erin!) En hij wijst bij mijn autodeur. Weer wat geleerd. IK KON HET. IK KON HET. Mijn jas is doorweekt. Er zit modder aan mijn broek, mijn handen zijn nog steeds pikzwart en ik heb al met al een half uur oponthoud gehad. Ik weet nog toen ik nog op het dorp woonde. De garagehouder in zijn kleine garage en zijn overall, die zijn handen afveegde aan een lap en zei: “Ik kijk wel even voor je, Selma, is zo gefixt.”

Ik wil die goeie ouwe tijd. Ik wil niet alles kunnen. Ik wil het tuinpad van mijn vader en gezichten op het behang maar niet echt van binnen bang. Het HIER en NU is gewoon teveel. Teveel gevraagd. Natuurlijk huil ik niet hoewel mijn bandenspanning nu even veel te hoog aanvoelt. Thuis was ik mijn handen en zet mijn laptop klaar. Ik stop nog meer mondkapjes en nu ook munten van 50 cent en één euro bij de spullen in mijn boekenmand. Tegenslag ligt overal op de loer.

Ja ja – er zijn ergere dingen. Tuurlijk. Weet ik toch.

IMG_1844

IMG_1840In maart 1979 schreef ik op mijn achttiende het jeugdboek Ik hoef niet op schoot, over een meisje uit een arbeidersgezin dat thuis aan de aandacht ontsnapte omdat ze, in tegenstelling tot haar broer, eigenlijk nooit voor problemen zorgde. Ik zat toen op de Haanstra Kweekschool (voor kleuteronderwijs) in Leiden, en stond op het punt om eindexamen te doen. Op mijn stageschool in Oegstgeest ontmoette ik die lente Miep Diekmann die de Gouden Griffel had gekregen voor haar peuter/kleuterboek Wiele-wiele-stap. Zij zei, toen ik haar daarom vroeg, dat ik wel werk naar haar mocht opsturen. Na zeven avonden ijverig typen op mijn vaders plastic typemachine stuurde ik mijn verhaal naar haar op. De volgende dag al belde ze me op met de mededeling dat ze een uitgever voor me had gevonden РLiesbeth ten Houten van Leopold.
“Gefeliciteerd, je bent een schrijfster”, zei Miep kernachtig, zoals ze kon zijn. En die zin ben ik natuurlijk nooit meer vergeten.

Na een aantal boeken en tweetal Vlag-en-Wimpel bekroningen schreef ik in 1992 na een periode van rust en bezinning Eilandheimwee, en droeg dat op aan het kind dat ik, zo was mij voorspeld en zo leek het jarenlang, nooit zou krijgen. Toen het boek af was en bij de uitgever lag, bleek ik zwanger. Wat een vreugde na zes jaar wachten!
Het boek werd bekroond met een Zilveren Griffel die mij ontzettend lief werd uitgereikt door Hella Haasse, en ik ontving nog jaren daarna heel wat geboortekaartjes van jonge ouders die hun zoontje (maar soms ook dochtertje) Raven hadden genoemd, naar de hoofdpersoon van Eilandheimwee.
Er kwamen vervolgen op het boek. Eilandkind en Sterreneiland. En na een aantal jaren verscheen de verzamelbundel Raven, de jongen van het eiland.
Alle boeken over Raven werden ge√Įllustreerd door Annemarie van Haeringen.

IMG_1968
De tijd van Eilandheimwee was een mooie tijd waarin kinderboeken nog een redelijk lang leven beschoren was. Zoals Miep Diekmann zei, een half jaar voor haar overlijden in 2017: “Kind, ik heb de mooiste tijd in het kinderboekenvak meegemaakt. Ik benijd je niet, zoals de zaken er nu voorstaan. Ik ben blij dat ik niet in jouw schoenen hoefde te staan.”

Omwille van mijn 40-jarig jubileum, na het verschijnen van een groot aantal kinder- en jeugdboeken van mijn hand, heeft uitgeverij Leopold (een door mij bewerkte versie van) Eilandheimwee herdrukt met een nieuw omslag van Martijn van der Linden en de binnenwerkillustraties gemaak door mijzelf.

Bij Eilandheimwee hoort een klein en sober poppenkastspel voor 5 t/m 7 jarigen, dat ik op verzoek graag op scholen kom laten zien.  Het sprookjesachtige verhaal laat zich voorlezen vanaf 5 jaar, en kan door kinderen van 8/9 jaar zelf gelezen worden.

Met dank aan uitgeverij Leopold voor 40 jaar samenwerking!

IMG_1845

 

DE ROLLEN ZIJN AL VERDEELD!

Al een paar keer liep ik er voorbij. Stond ik stil. Liep ik er omheen. Deze geparkeerde busjes van de kinderopvang. Werken de mensen die dit hebben bedacht en ontworpen bij een reclamebureau uit de vorige eeuw? Waren het welwillende amateurs???

jongetjes: brandweerman, politieagent, piraat, piloot, cowboy.
meisjes: verpleegster, tennisster, prinses, zangeres en – vooruit – arts (zorg!).

Ik kan het niet eens opbrengen hier verder iets aan toe te voegen.

img_1517img_1518img_1519

Genderspecifiek taalgebruik

Manspreading (mannen die met de benen wijduit zitten in het OV), man slushie (cocktail zonder het parapluutje en andere ‘fancy shit’), mansplaning (mannen die op neerbuigende toon iets aan vrouwen uitleggen wat ze allang weten), mansnuggy (harige man in zijn eigen ‘truitje’), manblink (mannen die tegen hun tranen vechten), man buffer (de twee stoelen die mannen worden geacht tussen hen leeg te laten in een niet volle bioscoop). En zo waren er nog veel meer voorbeelden.¬†Een onderzoek waar ik om moest lachen, soms hardop, maar dat ook schrijnend was omdat duidelijk werd dat mannen en vrouwen onder grote sociale druk staan en zowel lijden onder, als profiteren van de starre en veroordelende sociale druk wat betreft gender.

Onlangs publiceerde Océane Foubert, een jonge taalwetenschapSTER (!) The case of man-X in LEXIS* over genderspecifiek taalgebruik (Engels) en de bedoelingen hiervan. Voor ik aan het lezen ging, had ze mij tijdens een ontmoeting al van iets overtuigd waar ik eigenlijk geen zin meer in had: in het nut van het

vragende vingers

gebruik van vrouwelijke aanduidingen als ‘schrijfster’, ‘directrice’, ‘voorzitster’, etc. Soms krijg ik van kinderen te horen: ‘U moet toch schrijfster zeggen?’ En dan antwoord ik: ‘Nou ja, iedereen weet nu wel dat wanneer je schrijver zegt, dit een man of een vrouw kan zijn.’ Maar dat schijnt helemaal niet zo te zijn. Het schijnt dat kinderen aannemen dat een schrijver een man is tot anderszins duidelijk wordt (foto of optreden). Hetzelfde geldt voor directeur, chauffeur, voorzitter, kunstenaar, en natuurlijk brandweerman, ombudsman, etc.
Dus nu gebruik ik ‘schrijfster’ weer, en ‘voorzitster’.
Ik ben altijd al alert op vrouwen in functies in mijn boeken, en liet in mijn laatste boek de buschauffeur een vrouw zijn, maar buschauffeuse… wat een woord! De Nederlandse Taalunie staat erachter, maar gevoelsmatig vond ik het veel te geforceerd. Enfin, uit de context moesten kinderen dan maar ontdekken dat de chauffeur (Aha!) een vrouw was.
Bestuurster? Tja. Van het land of van een bus? Lastig hoor.

Wat doet het gebruik van onze taal met het vormen van onze kinderen? We moeten blijven vernieuwen, blijven nadenken, en blijven zoeken naar nieuwe, mooie woorden zoals: leerkracht.

Een neutraal woord voor schrijver: schrijfkracht?

*LEXIS, Journal in English Lexicology, december 2018
Gender-biased neologisms: the case of man-X
authors: Océane Foubert and Maarten Lemmens

CURSUS (BE)SCHRIJVEN onder leiding van (school- en jeugdboeken-) schrijfster Selma Noort.
Beschrijven, wie kan dat nog? We appen nu toch gewoon een fotootje.
Zo beschrijven dat de lezer jouw waarneming bijna zelf ervaart is een kunst van schaven, minder woorden, meer woorden, de juiste woorden, en een combinatie ervan.
Oefen het effect van verschillende stijlen, maak een bundel van acht beschrijvingen, en deel de beeld- en zeggingskracht van taal.

Locatie: de werkkamer in het schrijvershuis van Selma, Alphen ad Rijn.
auto: gratis parkeren en de locatie ligt heel makkelijk aan een afslag van de N11.
openbaar vervoer: 12 minuten lopen vanaf station Alphen a/d Rijn.

Datum en tijd:
Woensdagochtend van van 10.00-12.15 uur (kwartier koffiepauze). Start 17 oktober 2018, dan acht weken doorgaand met als laatste les op 5 december. Dit met enige flexibiliteit tot aan de kerst. Als 5 december lastig zou zijn, kunnen we bijvoorbeeld in overleg de week daarna afsluiten. 

Inhoud:
De schrijflessen geven oefening in het schrijven van korte verhalen / fragmenten voor verschillende doelgroepen, en vooral  ook oefening in het experimenteren met en hanteren van verschillende stijlen. Ieder werkt op eigen niveau. De verhalen die je schrijft zul je willen bewaren, en wellicht ook willen delen met anderen. Tijdens de lessen leggen we werk aan elkaar voor en leren we van elkaar.

Bij een gemiste les mag je bellen/mailen over de lesstof van die les en kun je eventueel thuis de gemiste opdracht alsnog maken en naar mij opsturen.

Praktische informatie:
Als je je wilt opgeven (en hopelijk anderen die schrijven leuk vinden, neem ze vooral mee) kan ik je begin oktober definitief laten weten of er genoeg cursisten zijn en of de lessen doorgaan. Ken je andere mensen (onderwijskrachten?) die hiervoor ook belangstelling hebben? Wat ik aanbied kun je namelijk ook toepassen op schrijfonderwijs met kinderen. Dan kun je misschien via school een vergoeding krijgen voor bijscholing/studie/cursus. 

Voor verdere informatie over kosten, locatie, etc., mail mij post@selmanoort.nl.

hartelijke groet,

Selma Noort
post@selmanoort.nl
www.selmanoort.nl
www.selmanoort-art.nl

img_3677Regelmatig bezoek ik verzorgingstehuizen of dagbesteding voor senioren (soms licht dementerend) om te vertellen over mijn werk als (jeugdboeken)schrijver en om voor te lezen. Niet omdat ouderen ‚Äėkinds‚Äô zouden zijn en daarom dus op kinderboeken getrakteerd worden, maar omdat jeugdboeken voor alle leeftijden interessant zijn, en omdat mijn werk tijdloos en herkenbaar genoeg is voor ouderen om er zich een voorstelling bij te maken.

Ik vertel o.a. hoe ik de verhalen schrijf, aan een uitgever verkoop, hoe de samenwerking met de illustratoren verloopt en wat voor technieken illustratoren kunnen gebruiken. Ik neem boeken mee om te bekijken en veel ouderen zijn zeer gecharmeerd van de prachtige illustraties en vormgeving van de kinderboeken van tegenwoordig.

Ik vertel hoe ik scholen bezoek en wat ik doe om het lezen bij kinderen te stimuleren. Ik vertel ook over kinderen die thuis een andere taal spreken, over onze multiculturele samenleving en het belang van lezen en boeken voor ALLE kinderen. De ouderen zijn hier vaak door getroffen en vinden het prettig om positief over de overeenkomsten tussen alle culturen te horen Рalle mensen houden van hun kinderen, en alle kinderen leren lezen en beleven plezier aan verhalen en illustraties.

Een speciale ‚Äėlezing/programma‚Äô neem ik mee op verzoek.¬†Ik neem de mensen dan mee in het verleden, naar de watersnoodramp van 1953. Ik laat een diapresentatie zien en ik lees voor uit mijn boek ‚ÄúDe zee kwam door de brievenbus‚ÄĚ (bekroond met de Vlag-en-Wimpel en de Thea Beckmanprijs voor het beste geschiedenisboek 2016) In dit boek staat het waar gebeurde verhaal van Lia Soeting die als 8-jarig meisje de watersnoodramp meemaakte. Dit boek is geen typisch jeugdboek, het is een boek voor alle leeftijden. Na afloop en tijdens de pauze raken mensen met elkaar en mij aan de praat en halen hun eigen herinneringen op aan de tijd van de watersnoodramp.

Kinderen en ouderen samen: Bij een van de verzorgingstehuizen waar ik een aantal keren ben geweest (bijv. in de weken voor Kerstmis met een kerstverhaal of rond het Sinterklaasfeest), worden ook kinderen van een naburige dagopvang uitgenodigd (0 t/m 6 jaar). Nadat ik de senioren een en ander over mijn werk en de totstandkoming van verhalen/boeken heb verteld, komen de kinderen om mij heen zitten om naar een voorleesverhaal te luisteren. Sommigen gaan bij de ouderen zitten, en de wandelwagentjes worden tussen de ouderen neergezet. Ik heb tijdens het voorlezen ouderen glimlachend hand in hand met een kleintje zien zitten. Wat ik over mijn werk verteld heb, zien zij nu in praktijk gebeuren en tevens ervaren ze hoe leuk verhalen, in eerste instantie bedoeld voor kinderen,  ook weer zijn.

http://www.selmanoort.nl / praktische informatie  of e-mail: post@selmanoort.nl

Selma Noort kreeg zaterdag 17 september in het Archeon de Thea Beckmanprijs 2016 voor het beste historische kinderboek “De zee kwam door de brievenbus”.

Een deskundige jury onder leiding van universitair docent cultuurgeschiedenis Hubert Slings heeft zich de afgelopen maanden gebogen over een ruim aanbod van oorspronkelijk Nederlandse historische jeugdboeken voor lezers van 12 jaar en jonger. De Thea Beckmanprijs is genoemd naar de in 2004 overleden schrijfster van een groot aantal historische jeugdboeken, waarvan ‚ÄúKruistocht in spijkerbroek‚ÄĚ bij velen bekend is. De uitreiking van de prijs, beschikbaar gesteld door het Archeon, vond traditiegetrouw ook plaats in het Archeon. Tijdens de presentatie van de shortlist van vijf titels werd per boek een animatiefilm getoond, gemaakt door studenten van de Willem de Kooning Academy waarna de winnaar van de Thea Beckmanprijs 2016 bekend werd gemaakt: ‚ÄúDe zee kwam door de brievenbus‚ÄĚ van Selma Noort (omslag en illustratie: Martijn van der Linden).

Eerder dit jaar al werd dit boek bekroond met de Vlag en Wimpel 2016 door de Griffeljury. In dit boek staat het waar gebeurde verhaal van Lia Soeting die als 8-jarig meisje in Kruiningen, Zeeland, de watersnoodramp meemaakte. Haar verhaal in dit boek wordt inmiddels landelijk gebruikt als aanvulling op de geschiedenislessen op basisscholen (leeftijd 9+).

Het is een wijdverbreid misverstand dat jeugdboeken alleen voor kinderen zouden zijn want jeugdliteratuur is leeftijdloos. Zo wordt dit verhaal ook veel gelezen door (groot)ouders en opvoeders, en andere in het onderwerp ge√Įnteresseerde volwassenen die herinneringen hebben aan de watersnoodramp van 1953. Selma Noort bezoekt dan ook niet alleen scholen en bibliotheken om aan kinderen over haar boek te vertellen, maar zij leest ook voor aan groepen ouderen, waarna herinneringen worden opgehaald.

*Op de foto’s boven: – uitreiking in het Archeon, – met Ria Turkenburg van uitg. Leopold

img_3677

 

 

 

 

 

 

 

PERSBERICHT

Offici√ęle opening Nationale Kunstdagen door Jan des Bouvrie

De Nationale Kunstdagen vinden op 12 en 13 november 2016 voor de zevende keer plaats. Tijdens deze professionele kunstbeurs exposeren kunstenaars hun werk zonder tussenkomst van galeries aan kunstkopers en -liefhebbers. De beurs wordt op zaterdag 12 november om 11.00 uur officieel geopend door Jan des Bouvrie.

Jan des Bouvrie is al enkele jaren ambassadeur van Stichting Kunstweek, de organisator van de beurs. Over het antwoord op de vraag of hij de offici√ęle opening van de Nationale Kunstdagen wilde verrichten, hoefde hij niet lang na te denken.

Tijdens de beurs exposeren meer dan 200 kunstenaars, die door het publiek en deskundigen hoog worden gewaardeerd. Onder andere exposeert schrijfster en beeldend kunstenaar Selma Noort met haar figuratieve olieverfschilderijen enkele werken tijdens de beurs in Rotterdam Ahoy. Bezoekers kunnen in november genieten van bijna 1.500 kunstwerken, bijna elke kunstvorm is vertegenwoordigd: schilderijen, keramiek, tekeningen, fotografie, bronzen beelden, houten objecten, sieraden en nog veel meer disciplines worden ge√ęxposeerd en te koop aangeboden door de makers van de kunstwerken zelf.

Jaarboek Kunstenaars
De opening van de Nationale Kunstdagen gaat gepaard met de eerste overhandiging van het dan net verschenen Jaarboek Kunstenaars 2017: het Jaarboek toont realistische en abstracte kunst, schilderijen en beelden van bekende Nederlandse kunstenaars en van jong talent. Door de omvang en samenstelling is het Jaarboek een referentie en naslagboek, waarbij alfabetische en geografische registers het vinden van een kunstenaar gemakkelijk maakt.

Toegangskaarten voor de beurs zijn met grote korting in de voorverkoop verkrijgbaar via de website van de Nationale Kunstdagen: www.kunstdagen.nl.

————————————————————————————————————————-

Charlie and Charlie, 70/100 cm, olie op doekClaudette, olie op doek, 50/60 cm

Nieuwjaarskans:

Ik had zin om het nieuwe jaar met iets onverwachts te beginnen, en zette daarom een foto van mijn schilderij “Model” op FB en twitter. Ik schreef erbij dat: a) wie het mooi vond, b) het wilde hebben, c) er thuis plek voor had – een motivatie kon schrijven. De nieuwjaarskans. Aan de hand van die motivaties zou ik dan beslissen aan wie ik dit grote schilderij (70 bij 100 cm, olie op doek, twv¬† ‚ā¨1400,00) zou gunnen.

Mensen kregen een ruime week om te reageren. Ik vroeg hen ook om de oproep te delen en/of te retweeten zodat zoveel mogelijk mensen kans kregen om mee te dingen. Op FB kwamen al snel reacties binnen en werd er ijverig (doch soms met een gezonde tegenzin, want immers meer concurrentie) gedeeld. Ook op twitter begonnen de reacties binnen te komen en werd mijn oproep herhaaldelijk geretweet.

Een paar zaken vielen mij onmiddellijk op. Veel meer mensen dan ik had kunnen vermoeden hadden moeite om te verwoorden wat hen aantrok aan het schilderij. De heldere kleuren werden veelvuldig geroemd, maar velen liepen daarna vast. “Het zou mooi staan bij mij in de kamer / op mijn kale muur / in mijn nieuwe huis / ik zou er heel erg blij mee zijn” was dan nog een hoopvol toevoegsel, en daar bleef het vaak bij. Mijn schrijvende collega’s hadden minder moeite met het verwoorden. En veel jonge mensen die vaak niet meer hoeven verwoorden omdat ze nu immers altijd beschikking hebben over het delen van beelden, hielden het bij beeld: een selfie (dit ben ik voor mijn kale muur), een foto van een (kleurrijke) kamer waar het schilderij echt heel mooi zou staan, een foto van het huis in aanbouw waar het schilderij mooi zou staan, etc.

Ik vroeg mij, telkens weer nieuwe reacties lezend, af of mensen in 1800 of begin vorige eeuw zich beter konden uitdrukken omdat beschrijven in die tijd noodzakelijk was? Was hun vocabulaire uitgebreider, genuanceerder, poetischer? De bijbel bijvoorbeeld, is nu aangepast aan modern taalgebruik. Dit betekent dat al die prachtige woorden en die rijke taal die ik met de paplepel ingegoten kreeg, en die veelal al alleen nog maar passief bekend waren, nu helemaal uit onze taal verdwijnen.

Kunnen we nog wel beschrijven wat we zien, meemaken, voelen en willen? Zoals vroeger in brieven aan elkaar? Of kunnen nu alleen schrijvers e.d. nog beschrijven omdat de noodzaak tot beschrijven steeds meer verdwijnt? We hoeven zelfs niet meer op een ansicht onze vakantie te beschrijven aan het thuisfront, we eten gewoon een ijsje ergers waar er WIFI is, en appen daarvandaan een fotootje of tien naar het thuisfront. Zien en meemaken kun je dus aardig op beeld vastleggen.Woorden zijn dan erg veel werk. En die mens kiest bij voorkeur nu eenmaal de makkelijkste en de kortste weg van A naar B.

Maar wat je voelt of wilt, dat zul je toch moeten beschrijven. Als je daar geen woorden meer voor hebt, dan loop je lelijk vast in het leven. Daar is namelijk geen snel fotograferend mobieltje voor uitgerust. En zien we niet steeds meer mensen vastlopen in dit leven omdat ze het middel van de taal (dus discussie) niet meer tot hun beschikking hebben?

Er is vast wel onderzoek gedaan naar het verschil tussen taalgebruik in de vorige eeuw(en) en nu. Ik denk bijvoorbeeld dat de mensen van nu (onder de veertig) veel minder woorden kennen dan de ouderen, en dat de jeugd van nu er nog minder kent. Hoe verhoudt het beschikbare vocabulaire van tegenwoordig zich tot dat van iemand uit, bijv.,  de middenklasse uit de vorige eeuw?

Als je meer van mijn schilderijen wilt zien, kijk dan op www.selmanoort-art.nl.

IMG_2220

Loes Hazelaar kwam het schilderij “Model” afgelopen week ophalen in mijn atelier.

 

 

IMG_1553Op 27 juni, afgelopen zomer, schreef ik het blog “Er ontbrak iets op het CPNB feest” over o.a. het Marokkaanse meisje Ouahiba:¬† https://selmanoort.wordpress.com/2014/06/27/er-ontbrak-iets-op-het-cpnb-feest/

Ik kreeg via FB, twitter en de mail veel reacties op dit blog. Er was zelfs iemand die naar het nummer van een bankrekening vroeg om geld te storten zodat het boekje over Ouahiba er zou kunnen komen. Ook reageerden er mensen met uiteenlopende suggesties om dit boekje op de markt te krijgen, waaronder twee uitgevers. E√©n van die uitgevers had het boekje weliswaar kunnen maken, maar had geen toegang tot de kanalen waardoor ik het graag verspreid zou zien. Want ik wil het niet alleen maar gedrukt hebben, ik wil het GELEZEN hebben. Ik wil dat Ouahiba’s verhaal overal in Nederland op basisscholen en in bibliotheken binnenkomt, gewoon tussen de andere boeken waar het thuishoort. Zodat zoveel mogelijk kinderen het tegenkomen en ervoor kunnen kiezen om het te lezen.

Hoe kon ik dit voor elkaar krijgen? Tja, als het gratis in de kinderboekenweek zou worden verspreid of zoiets.¬† Nou ja, keep on dreaming, Selma. Maar er was nog die tweede uitgever. Die had ik zelf in eerste instantie niet benaderd omdat ik ervan uitging dat dit boek niet in het fonds zou passen…

Maar tijden veranderen, en mensen veranderen mee. Het was en is heel moeilijk in het boekenvak. En terwijl er veel financieel veilige keuzes (moeten) worden gemaakt, soms ten koste van kwaliteit en diversiteit, zijn er ook mensen die opstaan en zeggen: Ik ga ervoor. Omdat sommige dingen gezegd moeten worden, en sommige verhalen gehoord moeten worden.

En zo is het gegaan. Chapeau! Ik verklap deze uitgever nog niet. Maar het verhaal van Ouahiba gaat er komen. En dat is in deze tijd mooi en hartverwarmend nieuws!

Hieronder nog een klein stukje van Ouahiba’s (8 jaar) verhaal (zij is in de bibliotheek):

“Ik denk iets moeilijks.
Ik sta daar stil met dat boek.
Ik hoor en ik zie niks meer.
Dit is wat ik denk:
Maan en Sterre staan in een boek.
Dus ik, Ouahiba, weet dat ze bestaan.
Maar ik, Ouahiba, sta nooit in een boek.
Hoe weten die Maan en Sterre nu dat IK besta?
En al de andere AVI-kinderen:
Bas, Mo en Jip.
Wendie, Pien en Els.
Daarom schrijf ik dit op in dit boek:
Ik, Ouahiba, besta.
Niet bij jou in de straat misschien.
Maar ergens anders.
Ik, Ouahiba, besta.”

%d bloggers liken dit: