Archives for category: beeldende kunst

Beste Irma Ruifrok,

9789027664044Misschien hebben wij elkaar weleens ontmoet op een feestje bij Uitgeverij Zwijsen, maar misschien ook niet. In elk geval hebben wij samengewerkt en ben ik zeer intensief met jouw werk bezig geweest op een wel heel speciale manier. Namelijk op het Kinderboekenfestival in Paramaribo, Suriname, Zuid Amerika, dat wordt bezocht door ongeveer 7000 kinderen per dag die met bussen worden aangevoerd van overal waar er wegen zijn. Suriname is een voormalig kolonie van Nederland, en iedereen spreekt daar Nederlands. (Sorry, ik vertel dit erbij omdat ik eigenlijk niet weet of je Vlaams bent, en in Belgi├ź is dit niet zo bekend als in Nederland, heb ik van een Vlaams collega in Suriname vernomen).

ik in stand

Het door jou geillustreerde boekje “Dat moet ik zien” was daar een groot succes. Met de uitvergrote illustraties erbij (je werkt daar in een tent op een festivalterrein zo groot als twee voetbalvelden) vertelde ik het verhaal met een Surinaamse draai. Zo woont het jongetje in Paramaribo en is zijn favoriete voetballer Messi, en is hij een fan van Barcelona. Want PSV kennen ze niet daar! ­čÖé

3 meisjes met flapoverOok verzin ik erbij dat zijn moeder denkt dat er een ‘biggy kaaiman’ in de struiken zit (want daar hebben ze daar veel ontzag en schrik voor). Al met al lijkt het hele verhaal over een kind zoals zijzelf te gaan. Na afloop van mijn vertelling, laat ik de kinderen adh van jouw illustraties (zie flapover) het verhaal weer navertellen. Je duidelijke illustraties waren in 2011 en dit afgelopen voorjaar 2013 dus een onmisbare steun bij het doen van mijn werk en vele kinderen hebben ervan genoten. En dat hoor jij natuurlijk weten.

Heel hartelijk dank voor je mooie tekeningen, ook namens de kinderen Suriname.

hartelijke groet,
Selma Noort

groepje

Advertenties

Gisteren bracht ik een bezoek aan het Haags Gemeentemuseum om de tentoonstelling over Alexander Calder te bekijken. Eerder had ik al een boeiende documentaire gezien over zijn werk en zijn voorstellingen met zijn miniatuurcircus. Waar ik me vooral op verheugde was het zien van de zeer grote mobiles die hij maakte. Calder was diep onder de indruk van de werkkamer van Mondriaan, die zijn kamer zo veel mogelijk in de vlakken en kleuren had ingedeeld die wij kennen van zijn schilderijen. (Deze kamer is nagemaakt en deel van de tentoonstelling, erg leuk om te zien en in te gaan). Calder zou tegen hem gezegd hebben: ‘Het zou nog mooier zijn als die vierkanten aan je muur zouden bewegen’, waarop Mondriaan geantwoord zou hebben ‘mijn werk is al snel genoeg’. Calder was gefascineerd door beweging, en ge├»nspireerd door het werk van Mondriaan begon hij de vlakken te laten bewegen door ze te verwerken in grote mobiles. Hij gebruikte meer variatie in de vorm van zijn vlakken, en meer kleuren dan Mondriaan. Omdat hij werkte met een metalen ophangsysteem draaiden zijn mobiles niet alleen, maar veerden zij ook licht, zodat je je als kijker nog meer bewust werd van het spel met de zwaartekracht. Zijn mobiles zijn om vrolijk van te worden, speels en kleurrijk, maar… in het Gemeentemuseum hingen ze gisteren doodstil, waardoor ze zwaar en log leken, en erg van massief metaal. Niets van de luchtige, speelse lichtheid waardoor je verrast wordt als er beweging is. Log, ernstig en onbewogen heeft Calder ze toch niet bedoeld? Hij maakte ze om te bew├ęgen.

Ik wierp een blik over de schouder naar de zaalwachter. Een zacht duwtje tegen een van de hoog hangende mobiles was een optie, ik kon erbij als ik me uitrekte. Maar dat daar geen prijs op zou worden gesteld was een ding dat zeker was. Ik wachtte tot de kust veilig was, rekte mijn nek en blies. Zo zwaar als de mobile leek, zo licht verspreidde zich een heerlijke trilling door het gevaarte en het begon aan een kleine, sierlijke dans van kleur en elegantie. Ik blies nogmaals. De beweging bleef, maar slechts gedeeltelijk in het laaghangende gedeelte. Wat zou het prachtig zijn als de hele mobile zou bewegen. Dan pas zou er echte betovering zijn en oh en ah geroepen worden. Het was als de belofte van vuurwerk en de teleurstelling wanneer blijkt dat men niet van plan is deze aan te steken. En de zaalwachter was sluipend teruggekeerd. Een aardige vrouw, dat wel. Ze vond het zelf ook spijtig dat ze over zoiets onschuldigs moest zeuren. ‘U mag hier niet blazen, mevrouw,’ zei ze. ‘Maar zonder beweging zijn ze niet bedoeld,’ zei ik, al even spijtig. Dat vond zij ook maar ze probeerde er toch een zinnig verbod van te maken: ‘Als iedereen gaat blazen worden ze vies (het laagste stuk van de mobiles hing op ongeveer 2.40 meter hoogte) en dat vindt de familie van Calder niet goed.’

Alexander Calder, de man die beroemd werd door zijn fascinatie voor beweging, kon hij maar even terugkeren om een zetje tegen zijn roerloze, zware mobiles te geven, dan zou hij het zeker hebben gedaan want hij had een kinderlijk plezier in de verrukking die de vrolijke lichtheid van beweging bij zijn toeschouwers teweegbracht.

naar de grenzen van de werkelijkheid

De eerste tien jaar schreef ik uitsluitend boeken die gebaseerd waren op de realiteit. Ik kon die realiteit niet loslaten. Pas toen ik een poos niet schreef en er een periode van rust in mijn leven had plaatsgevonden, schreef ik het eerste verhaal dat zich niet in een herkenbare werkelijkheid afspeelde – een sprookje genaamd “Eilandheimwee”, dat werd bekroond met een Zilveren Griffel. Sindsdien was het prettig de werkelijkheid te laten voor wat het was en nieuwe werelden te scheppen, op het randje van die werkelijkheid soms, waardoor lezers twijfelden. Het was herkenbaar en toch niet. Zoiets kon toch niet bestaan/gebeuren… of wel? En: Kon zoiets maar echt gebeuren. Bestonden deze boekpersonen maar echt.

Met schilderen verliep het voor mij vlotter. Thuis zette ik van alles op het doek zonder voorbeeld, tastend en zoekend tot er iets herkenbaars ontstond… en toch ook weer niet – situaties op de grenzen van de realiteit. Anders was het met een model voor mijn neus. Dan probeerde ik toch altijd weer een gelijkenis te treffen. Telkens weer ging wat ik maakte lijken op wie er voor me zat, of ik dat nu een interessant model en een interessante pose vond of niet (meestal niet). Voor mijn gevoel lukte het me gisterenavond voor het eerst echt om het model en de pose, waar ik helemaal niets mee had, los te laten door mijn blik ervan af te wenden en alleen nog maar gedeeltelijk haar houding te gebruiken voor wat ik wel interessant vond en wilde tekenen.

Een moeizaam proces waar ik altijd mee bezig ben en aan werk – het verbeelden van de grenzen van de werkelijkheid en het ongevormde land daarachter. Daar is het zoveel interessanter en daar vertoef ik zoveel liever dan in het land van de realiteit die wij denken met elkaar te delen.

zo precies mogelijk naar werkelijkheid

%d bloggers liken dit: