DOOR DE OGEN VAN DE SCHRIJFSTER

IMG_1448Gisteren was zo’n dag waarop ik was waar ik het liefst ben, en ik deed waar ik gelukkig van word. Dit dankzij een alerte juf uit Katwijk die snel in actie kwam nadat ik in de Kinderboekenweek in haar klas vertelde over- en voorlas uit Silas en de wolf. Zij belde haar vriendin Linda die werkt in bezoekerscentrum De Kennemerduinen en o.a. bezig was rond de organisatie van de tentoon-stelling: Door de ogen van de wolf. Linda nam per omgaande contact met mij op, en zo kwam het dat ik gisteren deze informatieve en kindvriendelijke expo opende. Linda stelde mij vragen over het ontstaan van mijn boek en ik stelde weer vragen aan de aanwezige kinderen. “Wie kent er verhalen over wolven?” En die kenden ze allemaal.
De opening werd druk bezocht en de interactieve tentoonstelling goed gewaardeerd. Na afloop van het voorlezen kwam een flink aantal (groot)ouders met kinderen Silas en de wolf laten signeren. Er was een trotse jonge vader bij, wiens pasgeboren zoon, diep in slaap in de kinderwagen, Wolf heette. En een jongen die al twaalf was maar het boek toch graag wilde hebben.
Na het signeren stond er een lunch klaar in zo’n houten ruimte die zich het best laat omschrijven als een grote, gezellige eetkeuken. Met kerstboom, bosachtige aankleding, en een enorme tafel gemaakt uit een dikke boomstam die vol stond met bio-sapjes en heerlijke ambachtelijke broodjes op dikke planken. De ruimte stroomde vol boswachters en vrijwilligers, ik zag baarden, grote rode handen, rode wangen, verwaaid haar, en de groene jasjes gingen uit want buitenmensen vinden het binnen al gauw te warm. De sfeer was ongedwongen, mensen maakten gemakkelijk een praatje, de broodjes waren heerlijk. Na verloop van tijd gingen de jasjes weer aan, want er moest gewerkt worden. Een vrouwelijke boswachter legde mij nog uit welke mooie wandeling ik goed kon maken en (spijtig) nam ik afscheid.
Weer  buiten liep ik het pad op dat me was gewezen en begon ik de groene paaltjes te volgen. Het was bewolkt. Ik was waar ik het liefst ben. Tussen bomen. In stilte. Ik liep niet snel en stond vaak stil, zoals ik gewoon ben, want er is altijd veel te zien. Bijna twee uur later kwam ik terug bij mijn auto, mijn jaszakken vol natte dennenappels.
Nu staat het pluche wolfje dat ik kreeg van een lieve vriendin die kwam luisteren, op mijn werktafel. De dennenappels staan in een mand op de verwarming. Langzaam drogen ze en gaan ze open.

Het was een goede, een heel mooie dag.

 

 

Advertenties