Archives for the month of: april, 2014
groep 7 stoer op klompen

Cool op klompen (groep 7).

Vandaag zou ik, naast mijn vaste klassen, ook de groepen 3B en 3C bezoeken op basisschool El Kadisia in Amsterdam, waar ik werk als schoolschrijver. Ik nam een boek mee in lentesfeer: Het grote voorleesboek van de kinderboerderij (uitg. Leopold) waarin o.a. een verhaaltje staat over twee kinderen die voor het eerst op klompen lopen, wat niet meevalt. Ik was van plan wat taalspelletjes uit het boek met de kinderen te spelen, en om o.a. voor te lezen over die klompjes en ja… Terwijl ik gisterenavond thuis nadacht over wat ik zou gaan voorlezen en me probeerde in te leven in de belevingswereld van de kinderen van El Kadisia, viel mijn oog op de klompen die overal in mijn huis staan, in alle maten. Zou ik die groepen 3 eens lekker aan het giechelen maken en op mijn klompen naar de school toe gaan? Zo het schoolplein vol vaders en moeders op banjeren, en naar binnen de klassen langs, alsof ik er dagelijks zo bij loop? Ik nam in elk geval de kleine klompjes mee die mijn zoons vroeger droegen zodat de kinderen uit groep 3 konden proberen erop te lopen.

De volgende ochtend gooide ik toch nog snel mijn eigen versleten tuinklompen op de achterbank van mijn auto. Maar eenmaal bij de school durfde ik ze niet aan te trekken. Het was enorm druk. De stoepen en straat waren vol, meest van top tot teen gesluierde vrouwen, die hun kinderen naar school toe brachten. Moest ik daar doorheen klossen op die grote dingen? Laf nam ik alleen de kleine klompjes mee naar binnen. Toen ik de juf van groep 3 vertelde dat ik van plan was geweest zelf op klompen te komen, vond ze dat nu juist fantastisch. “Doen!” riep ze enthousiast. “Ga halen, die dingen! De meeste kinderen hebben hier nog nooit echte klompen gezien.”

Aangemoedigd door de juf stak ik in de lunchpauze de straat over naar mijn auto en trok mijn klompen aan. Veel van de kinderen speelden buiten op het plein. Toen ik terug kwam van mijn auto kwamen ze met grote ogen aangerend en verdrongen ze elkaar om me te zien. Overmoedig deed ik een klompendans terwijl ik “Timpe tampe tompen, Selma loopt op klompen” zong, en van die combinatie zo buiten adem raakte dat ik bijna mijn nek brak. Hijgend ging ik de school binnen, waar de bebaarde godsdienstleraar in zijn djellaba het een goeie mop vond en een aantal van de andere leerkrachten, netjes opgevoed, probeerden niet te staren terwijl ze zich zichtbaar afvroegen of dit een grap was, of een cultuuruiting die respect verdiende? In de groepen drie hoefde ik niets te doen om de volle aandacht van de kinderen te krijgen, die werd me vanzelf al gegeven. Terwijl een aantal kinderen de kleine klompjes uitprobeerden ging ik met hen aan de gang. Een koe… bloeit?  Nee, lieverd, hij l-oeit. Een schaap blaat en een geit mekkert. Wat zijn er veel woorden, en wat kennen de meeste kinderen er nog weinig.

Na afloop van de dag kloste ik de school uit, tussen enkele tientallen moeders door, die op muurtjes in de zon met elkaar zaten te praten terwijl ze hun kinderen bij de speeltoestellen in de gaten hielden. Meteen werd ik achterna gezeten door roepende en juichende kinderen, die me omhelsden, mijn handen pakten en smeekten of ik de klompendans weer wilde doen. Ze begonnen al voor me te zingen “Timpe tampe tompen…”. Maar mijn energie was op en ik hield het bij lachen, zwaaien en grapjes maken, terwijl de moeders elkaar subtiel aanstootten en verwonderd glimlachend op mijn klompen wezen. Het lukte om me te bevrijden uit de armen van de kinderen en van het plein af te klossen.

Ze zwaaiden me na, trots roepend: ‘Mama, mama! Kijk! Daar gaat ze! Dat is nou Selma Noort, onze schoolschrijfster!’

kleintjes op klompjes

En het liefste jongetje van groep 3…

Advertenties

IMG_1317IMG_1318IBBY* vriendenmiddag, 11 april 2014, Den Haag.
“Blijf nog even zitten, Miep! Even een selfie maken.”
(Miep Diekmann, 89 jaar oud, zeer slechtziend, 35 jaar geleden mijn schrijfmentor en nog steeds betrokken bij mijn leven en werk).
‘Wat is dat, kind, een selfie?’
“Met mijn eigen toestel, zodat we er samen op staan.”
“O, allright.”
Miep gaat ervoor zitten. “Kijk ik de goeie kant uit? Zit ik zo goed? Heb je ‘m nou al gemaakt?”
“Ja, gelukt.”
Miep grinnikt om zich heen. “Dat kind ook altijd.” En dan bedrijvig: “Help me even overeind, Selma. Heb je m’n stok, m’n tas, m’n mantel?”
“Ja, Miep.”
Miep in taxi, klein op de voorbank. Nog twee dikke kussen door het raam op haar zachte wang. “Dag lieve Miep.”
“Dag kind, dag hoor. De groetjes aan je mannen!”

*International Board for Books for Young People.

%d bloggers liken dit: