Archives for the month of: januari, 2014

Kleuterleidsters, juffen en ik zijn het er over eens: er zijn te weinig liedjes over “de winter”. Bij het schrijven van “Het grote voorleesboek van de winter” (uitg. Leopold, 4 t/m 8 jaar) ondervond ik dat weer eens. Tja, en wat doe je dan? Dan schrijf je er zelf een, met lekker veel actie/gebaren erbij. Omdat ik het niet kan gaan voorzingen op alle scholen, heb ik het op de wijs van een bekend liedje (Herfst, herfst, wat heb je te koop…) geschreven.

Het is dikke pret als ik op een basisschool kom, om na het voorlezen en vertellen dan dit lied met de kinderen te zingen. Compleet met alles erop en eraan. Als je wilt zien hoe ik dat doe, nodig me dan uit om op je school of in de bieb te komen voorlezen, en …zingen. De hoge C haal ik niet, maar de kinderen hebben gegarandeerd lol! En als ik weer wegga, kunnen alle meesters en juffen het lied verder zingen met de kinderen. Elke winter weer…

Omdat het eerste couplet (onder de muzieknoten) een beetje moeilijk te lezen is, staat de tekst daarvan nog eens hieronder. Veel plezier!

winterlied

Winter, winter, wat heb je te koop? Uit: “Het grote voorleesboek van de winter”, Selma Noort, Uitgeverij Leopold, Illustraties: Tineke van der Stelt.

1e couplet:

Winter, winter, wat heb je te koop?
Duizend dikke sneeuwvlokken op een hoop.
Krakende vorst. Boerenkool met worst.
Warme chocolademelk voor de dorst!

Advertenties

LangeraarBoekhandel Haasbeek Herenhof uit Alphen aan den Rijn en ik hebben elkaar vandaag geadopteerd. Al vaker organiseerde deze mooie kantoor/boekhandel activiteiten waar ik voor gevraagd werd. Vanmorgen was ik – nog in verband met de Nationale Voorleesdagen – met deze boekhandel en verschillende vertegenwoordigers van de plaatselijke krantjes op een razend enthousiaste basisschool, basisschool Aeresteijn in Langeraar. Daar heb ik voorgelezen aan en gezongen met drie grote groepen, en daarna, tot mijn niet geringe verbazing, was ik ruim drie kwartier aan de lopende band bezig met signeren en had de boekhandel een pracht verkoop. In deze moeilijke tijd voor boekhandel en (kinderboeken)schrijvers lag de volgende stap eigenlijk gewoon voor de hand – ik stelde voor dat ik de boekhandel zou adopteren door me extra voor hen in te zetten door middel van deelname aan hun activiteiten, signeren en/of voorlezen. De boekhandel op haar beurt, wilde mij ook wel adopteren, mijn boeken goed in voorraad nemen en die activiteiten organiseren.

Proost dus! Op een fijne samenwerking in de toekomst, boekhandel Haasbeek Herenhof!

En basisschool Aeresteijn – tot ziens!

DE SCHOOLSCHRIJVER

De feestelijke afsluiting van het schoolschrijverproject 2013 in het Muziekgebouw in Amsterdam, met presentator Abdelkader Benali.

De feestelijke afsluiting van het schoolschrijverproject 2013 in het Muziekgebouw in Amsterdam, met presentator Abdelkader Benali.

Sinds 2007 kent de VvL de (Vereniging van Letterkundigen) VvL-penning toe als blijk van waardering voor mensen of instanties die iets hebben ondernomen of gepresteerd dat schrijvers en/of vertalers ten goede komt en die daarvoor naar de mening van de VvL te weinig publieke waardering krijgen. Afgelopen juni werd de VvL penning uitgereikt aan Annemiek Neefjes, de bedenker van het concept: De Schoolschrijver. Ik ben een van Annemieks schoolschrijvers, en mijn collega’s en ik waren trots op haar want we hebben in praktijk ervaren hoeveel je als schoolschrijver kunt betekenen.

Wat doet een schoolschrijver? Een schoolschrijver gaat binnen een traject van een half jaar één dag per week naar een basisschool waar grote behoefte is aan taalstimulering. Na een feestelijk introductie werkt de schoolschrijver negen weken met dezelfde klassen zodat de wisselwerking tussen schrijver en kinderen verdiept en verbreed wordt. Daarna volgen er nog drie weken talentenklassen, waarin een aantal kinderen extra aandacht van de schrijver krijgt. De schrijver werkt vanuit  eigen ervaring, enthousiasme, en liefde voor lezen en schrijven. Kortom, recht uit het schrijvershart. Er is wel een ruim en ondersteunend, flexibel programma met richtlijnen dat o.a. ook aanstuurt op het optimaal betrekken van de leerkrachten en de ouders bij het project De Schoolschrijver. Zo organiseert de schrijver een ouderbijeenkomst, een studiebijeenkomst voor de leerkrachten, een bibliotheekbezoek of –speurtocht, huiswerkopdrachten, leestips, een muurkrant in de school, e.d.

Alle kinderen van de school kennen de schoolschrijver. Na een aantal weken is er geen enkel kind meer dat niet weet wat een uitgeverij is, een illustrator of een titel. Alle kinderen begrijpen dan dat iemand – een schrijver – door middel van verbeelding en taal de wereld in een boek schept. Ze kunnen zich een beeld vormen van hoe een schrijver begint met een idee, tot aan het moment dat een boek in de winkel ligt. En ze ontdekken dat zij ook schrijvers kunnen zijn. Van gedichtjes, verhalen over hun familie, van gevoelens en wensen, of van fantasieverhalen vol monsters en prinsessen. Dit schrijven zonder opdracht – uit je verbeelding – is iets dat op scholen zeer zelden tot nooit wordt gedaan. Maar juist dan zijn kinderen razend enthousiast en optimaal gemotiveerd om naar eigen woorden te zoeken. Juist dan zetten ze spelenderwijs hun passieve taalkennis om in actieve en creatieve taalbeheersing zoals ze die zo nodig hebben voor interactie met hun leefwereld.

De kinderen gaan anders naar boeken kijken: “Ik denk dat deze schrijfster dit boek speciaal geschreven heeft voor kinderen die van voetballen houden.” “Deze schrijver heeft een verhaal geschreven dat echt is gebeurd. Dat is heel dapper.” “Het is net alsof ik de stem van die schrijver in mijn hoofd hoor als ik lees. Het is een hele aardige stem.”

Aan het eind van mijn vier maanden was het moeilijk om afscheid te nemen. Voor de laatste keer in mijn auto wegrijdend van de school zag ik ze nog even, “mijn” kinderen, in het drukke Amsterdamse stadsgewoel tussen al die grote mensen op weg naar huis met boven hun hoofden deinend de ballonnen die ik had getrakteerd.

Dit waren de afscheidswoorden van de juf van groep vier: ‘Ik vind dat je moet weten, Selma, dat sommige kinderen in deze (zwakke) klas anderhalf (school)jaar in taalvaardigheid vooruit zijn gegaan door je werk hier.’

Dit jaar ben ik weer schoolschrijver – andere kinderen, andere school.

%d bloggers liken dit: