Archives for the month of: december, 2013

ZENUWACHTIG VOOR JE BOEKENBEURT? WELNEE, JOH. RUSTIG AAN!

Beste kinderen: zoek een boek uit dat je leuk vindt (in de boekwinkel of in de bibliotheek), en vertel daarover aan de andere kinderen uit je klas. Kies een origineel boek, liefst een boek dat nog niet veel kinderen hebben gelezen. Breng je enthousiasme over op je klas. En vertel ook wat je er zo leuk aan vindt. Dus niet alleen maar: ‘Dit is een leuk boek.’ Maar vertel bijvoorbeeld dat je die boef in het boek zo leuk vindt omdat hij heel slim is (en geef dan een voorbeeld van hoe slim hij is). Of dat het verhaal zich ’s nachts afspeelt, dus extra spannend is. Of omdat het verhaal echt gebeurd is. Of juist omdat het fantasie is. Of omdat het grappig of mooi of ontroerend is. Of omdat er honden in voorkomen en jij veel van honden houdt. Zoiets.

Snap je de titel van het boek? Vertel aan je klas waarom jij denkt dat het boek zijn titel heeft. Wie heeft de tekening voorop gemaakt? (Die naam vind je meestal binnen in het boek). Wat vind je van die tekening? Past die goed bij het boek? Of is hij veel spannender of saaier dan het boek? Klopt wat er op de achterkant van het boek staat geschreven met wat er IN het boek staat? Waarom koos jij dit boek voor je boekbespreking? Wie is de uitgever van het boek? (Schrijvers knutselen hun boeken dus niet thuis. Zoiets moois komt niet uit hun printer. Schrijvers verkopen hun verhalen aan een uitgever, en die zorgt ervoor dat er van hun verhaal een echt boek wordt gemaakt.) Lees een stukje voor dat jij heel spannend of grappig of mooi vindt. Oefen het voorlezen thuis. En denk daarbij aan:

Goed voorlezen doe je rustig, met punten en komma’s. Zo nu en dan kijk je de klas in. Houd je vinger bij waar je voorleest, dan vindt je meteen weer terug waar je bent gebleven. Laat vraagtekens en uitroeptekens horen! Lees spannend of grappig of mooi voor. En vooral: spreek duidelijk. SNEL voorlezen is niet GOED voorlezen. Als je heel snel leest, volgen je luisteraars het verhaal niet.

Oefen je boekenbeurt een keer voor je ouders of opa of oma. Vraag wat ze er leuk aan vinden en wat je nog zou kunnen verbeteren. Vraag of ze je goed konden verstaan. En ga dan rustig naar school met je boek. Het gaat helemaal goed komen!

Als je een boekbespreking houdt over een van mijn boeken, laat het me dan weten via mijn e-mail. Je vindt mijn e-mail adres en al veel antwoorden op vragen op mijn site: http://www.selmanoort.nl.Ik stuur je altijd een e-mail terug om je succes te wensen. Die e-mail kun je dan voorlezen bij je boekenbeurt. Laat de juf of meester dan weten dat je zo slim was om informatie over de schrijver (over mij) op te zoeken, en dat je zelfs zo superslim was dat je een e-mail hebt gestuurd en ontvangen.

DYSLEXIE: Als je dyslexie hebt kun je in de bibliotheek een boek zoeken in de kast die heet “makkelijk lezen plein”. Boeken voor kinderen met dyslexie zijn vaak extra spannend of grappig zodat die kinderen, ook al vinden ze lezen misschien niet zo leuk, toch verder willen lezen. Vraag maar eens naar mijn boeken “Help! De meester is een vreetzak!” of “Help! Ze jatten de dikke dame!” Op mijn site zie je onder ‘boekenlijst’ nog meer boeken die ik speciaal voor kinderen met dyslexie heb geschreven. Lezen is misschien een beetje lastig, maar vertellen kun je zeker goed! En dat is het belangrijkst voor je boekenbeurt!

Doe je best, meer kun je niet doen. Een boekenbeurt is leuk!

Succes hoor! Daaaag!

Selma Noort

Advertenties

Chen en HoDe Chinese tweelingbroertjes Chen en Ho met twee van hun klasgenootjes.

Illustratie Peter van Harmelen, Voorleeskwartier, uitgeverij Zwijsen, titel: HET GEHEIM VAN GROEP 3.

De Volkskrant:

“Negenendertig Chinese restaurants geven deze week 39 procent korting op nummer 39 van de menukaart – met of zonder rijst. De actie heeft een serieuze ondertoon: Nederlandse Chinezen willen op deze manier aandacht vragen voor de discriminerende stereotyperingen die hen ten deel vallen.”

Er moet mij iets van het hart over de Chinezen in ons land. Het heeft me al lang verbaasd dat zij zo’n onvoorstelbaar incasseringsvermogen hebben. Het is/was altijd zo’n groep waarvan iedereen het wel goed leek te vinden dat ze gediscrimineerd en uitgelachen werden. Ik kwam nou nooit eens iemand tegen die het opnam voor onze Chinese medelanders. Ik identificeerde me met deze groep die het zich niet kon veroorloven of het zich niet leek te verwaardigen om zich tegen deze, al generaties voortdurende, uitgeholde lolligheid te verdedigen.

Toen ik in 2011 een opdracht kreeg om een dik voorleesboek te schrijven voor en over een groep drie, besloot ik heel bewust om een Chinese tweeling als hoofdpersonen te laten fungeren. De jongetjes Chen en Ho, die populair en supergoed in rekenen zijn, en waarvan de ouders hebben gestudeerd en beiden een hoge functie bekleden. Ik hoopte dat na het luisteren naar dit boek, kinderen anders tegen Chinese kinderen aan zouden kijken. Daarom maakte ik van deze tweeling het soort jongetjes dat iedereen wel als vriendje zou willen hebben.

De aanvankelijke reacties van de kinderen bij het voorlezen waren nog net zo als toen ikzelf bijna een halve eeuw geleden op de basisschool zat. Ze trokken gezichten, maakten spleetoogjes, ze gingen zogenaamd Chinees praten en er werd honend gelachen. Toen ik verbaasd reageerde en toen bleek dat ik geen grapje maakte maar mijn hoofdpersonen serieus nam, was er oprechte verwondering! Dit was op scholen met kinderen van over de hele wereld waar de woorden ‘discriminatie’ en ‘respect’ tegelijk met KIP, ROOS en REUS groep drie binnen kwamen.

Ook in andere voorleessituaties kwam ik bij kinderen deze opvattingen over Chinezen tegen. Vaak werden ze niet gecorrigeerd en lachten de aanwezige volwassenen besmuikt en schouderophalend. Respect leek voor iedereen te moeten gelden, behalve dus voor Chinezen (Chinese kinderen met Chinese ouders, normen en waarden). Bij geadopteerde Chinese kinderen leek het weer iets anders te liggen, misschien wel omdat zij er weliswaar Chinees uitzien, maar zich verder ‘Hollands’ manifesteren.

Aan kinderen vertel ik waarom ik een Chinese tweeling heb gekozen als hoofdpersonen. Ik vertel dan dat ik het altijd heel raar vind, die grapjes over Chinezen. En dan zijn de kinderen het eigenlijk meteen met me eens en is het over met de grapjes.

Het boek van Tamara Bos, Dinky en het paard van Sinterklaas, over een Chinees meisje, heeft enorm geholpen om een Chinees kind in Nederland een gezicht en een naam te geven. Ik vond het geweldig dat een Chinees meisje de hoofdrol in dit boek (en in de film) had.

Als Nederlandse volwassenen zich nu eens gedragen en ophouden met dat stomme gegniffel en die versleten grapjes over, in dit geval, Chinezen, dan geven we onze kinderen tenminste een duidelijke boodschap mee. Discriminatie doet iedereen tekort. Witte mensen, bruine mensen, Chinezen, maar ook ‘lelijke’, dikke, lange of ‘bijzondere/andere’ mensen. En aan die laatste groepen moeten we nog hard werken want al opvoedend, gniffelen we wat af in Nederland, om dan ‘verbaasd’ en verontwaardigd te doen als er op scholen gepest wordt.

LATER: Een uur na het posten van deze blog haalde iemand op twitter n.a.v. dit blog een herinnering op aan het lezen van de boeken over Kleine Sjang vroeger. En gek dat ik er in eerste instantie niet aan had gedacht, maar daar zal mijn weerstand tegen het ‘stom doen over Chinezen’ wel vandaan komen want ik heb met intens plezier begin jaren ’90 de boeken over Kleine Sjang, van Eleanor Francis Lattimore, bewerkt en vertaald voor uitgeverij Leopold. En die boeken heb ik natuurlijk ook weer aan mijn eigen kinderen voorgelezen!

Sjang

%d bloggers liken dit: