Archives for the month of: oktober, 2012

PORTRETTEN:

Naast mijn schrijven wordt schilderen steeds belangrijker. Ik bof enorm met de LIFO op toplokatie in Leiden, waar al mijn werk exclusief en het hele jaar rond wordt tentoongesteld anders was ik misschien wel gestopt met schilderen. Want wat moet je met je eigen zolder vol schilderijen? En dan maar sjouwen van ziekenhuis naar bibliotheek om nog ergens gezien te kunnen worden…

Oefening baart kunst. Niet alleen teken ik weer vaker en veel met houtskool en krijt, ook in het schilderen heb ik een vorm gevonden waar ik me goed bij voel. Zo goed dat ik heb besloten opdrachten voor portret te gaan aanvaarden. Maar nou is niet iedere kop bepaald een uitdaging om te schilderen en voor een foto-achtig schilderij (precies nageschilderd van een (school)foto met veel blote tanden) moet je bij mij al helemaal niet aankomen. Hang dan gewoon die foto op, is mijn advies.

Simpel. Als ik iemand portretteer krijg je een schilderij van jezelf, geen foto dus.

Werkwijze: Ik ontmoet het model, maak geposeerde foto’s, en kies de meest interessante foto. Ik laat van tevoren zien welke foto ik heb gekozen voor een akkoord. Als iemand echt gruwt van een bepaalde kleur in het schilderij, dan houd ik daar rekening mee. Ik werk in principe met olieverf op doek. Een houtskooltekening is ook mogelijk.

Voorbeelden: (zie ook: http://www.selmanoort-art.nl)
– (boven) mevrouw A.M. van A., olie op doek, 60/80 cm
– (onder) Aaron Kok, acryl op board, 30/40 cm

Advertenties

Ja, ja, ik ben een kinderboekenschrijver en die horen heel veel van kinderen te houden. Wij kinderboekenschrijvers zijn onder alle omstandigheden gek op alle kinderen.

Ik ben niet gauw boos want heb in de loop der tijd geleerd mijn schouders op te halen en te berusten in wat ik niet kan veranderen. Iedereen denkt overal anders over (meest opportunistisch), dus het ‘gelijk’ bestaat niet. Een van de weinige zaken waarmee je mij toch op de kast krijgt is: ((on)nodig) LAWAAI – Arrrrgh!

Ik heb het genoegen naast een basisschool te wonen, naast het kleutergedeelte ervan. Door mijn keukenraampje hoor en zie ik zingen, knutselen, spelen, vriendjes maken en de juf die de klas versiert al naar gelang seizoen, thema of jaarfeest. Ik zie de moeders halen en brengen bij mooi weer en bij stromende regen. Zelfs de Sint schrijdt eens per jaar deftig mijn keuken voorbij. Ik geniet en kijk, en vind het gezellig.

Tot zover dus niks aan de hand. Maar dan het buitenspelen. Jaren lang woonde ik hier en had ik geen last van de kleuters. Je hoort een soort luid geroezemoes van praten, (huilen), schreeuwen en gillen, maar dat hoort erbij. Er wordt gespeeld – de een is monster en de ander een angstige prinses – en dan gil je. Dat begrijp ik best. Ik ben tenslotte ook invalkleuterjuf.
Enkele jaren geleden veranderde er iets aan het buitenspelen. Het ‘pad’ naast de school werd ineens ook gebruikt. Het pad aan de zijkant van de school (tussen mijn huis en het kleuterplein). Het pad waar geen toezicht op is dus waar de kleuters het liefst ‘van alles uitvreten want de juf ziet me hier niet’. Dit pad is afgesloten met een hoog metalen hek met holle spijlen omdat hier lang geleden softdrugs in deze donkere uithoek van het dorp werden verhandeld, ver van sociale controle. Het hek zorgde ervoor dat vandalen met hun rotzooi en vernielzucht van het kleuterschoolplein bleven en de dealers verplaatsten zich naar de fietsenstalling. Het hek was dus fijn en nuttig. Maar o, dat hek! Toen de kleuters al spelend op het pad uitvonden dat het galmt (en hoe!!) als je er met je ijzeren kar tegenaan botst! Keer – op keer – op keer… Of als je er met je bezempje tegenaan mept, met zijn vieren tegelijk. Of met de (ijzeren) schepjes. Gedaan was het met mijn schooltolerantie. Het galmen en timmeren, versterkt door de open omgeving, penetreert merg en been, dubbel glas en mijn concentratie als een injectienaald de weerloze ader van een pijnvrezer.

Wat te doen? Ik sprak met de kleuterleidsters (die aan de andere kant van het gebouw zitten en het gedoe bij het hek dus niet zien/horen???) en liet de kleuters voordoen wat ze deden. O, ja, dat was een naar geluid. ‘Niet doen, jongens.’ Seizoenen en jaren verstreken. Het getimmer duurde voort en ik kon me met moeite beheersen. Ik liep nu en dan naar het hek en sprak de kleuters aan. Legde uit dat er mensen vlakbij de school wonen en dat die timmergeluiden tegen het hek heel vervelend zijn. Ik vroeg aardig en geduldig zoals het een kinderboekenschrijfster / basisschoolbuurvrouw / invalkleuterleidster betaamd of ze ermee wilden stoppen. Soms zeiden de kinderen ‘sorry’ en stopten ze er inderdaad mee, waarop ik ze uitbundig de hemel in prees. Maar vandaag! Vandaag had een jongetje IETS. Ik wist niet wat maar het was something-out-of-hell! Hij sleepte het over de straatstenen (niet van die gladde betonnen, maar van die met grind gevulde oneffen). Het was een onvoorstelbaar kabaal. De kleuters sloegen ER zo hard ze konden op met scheppen. Ze timmerden ERmee tegen het hek. Ik telde tot duizend en haalde diep adem. Na een kwartier was de maat vol.  Ik schoot in mijn klompen, kloste rond mijn huis en beende vastberaden onder de goudgele beukenbomen door naar het hek. De kleuters keken betrapt en schuldbewust toen ze mij zagen komen. Vandaag geen GVR, dat zagen ze meteen.
‘Sorry’ riepen de stinkers alvast om zich in te dekken, met een blik op mijn gezicht.
‘Daar koop ik niks voor! ‘Wat hebben jullie daar? Wat is DAT?’
Het was een koekenpan. Een grote zware metalen.
‘Hier met dat ding!’ Ze staken hem, gehoorzaam en verstandig, onmiddellijk tussen de spijlen van het hek door.
Een dapper waaghalsje probeerde nog: “die is van de juf…”.
‘Als ze ‘m terug wil hebben, dan kan ze ‘m komen halen. Ze weet waar ik woon!’ brieste ik, wijzend naar mijn huis, en ik kloste terug mijn tuin in. Smeet de koekenpan tussen de struiken. Schopte mijn klompen uit. Ging terug mijn werkkamer in.
Terug achter mijn computer waar ik een fijn, lief, aardig, verantwoord en humoristisch voorleesboek voor kleuters aan het schrijven ben.

AAAAAARGHHHH!
Zou de juf die pan nog komen halen?

%d bloggers liken dit: