“Juf! Juf! Pietje zit te kotsen!” Dat was duidelijke taal. Ik liet vallen waar ik mee bezig was en holde naar Pietje. Het arme kind ging maar door. Een onvoorstelbare hoeveelheid zure drab belandde op zijn trui en broek en in zijn schoenen, spetterde op de vloer en het tafeltje met puzzels (100 stukjes onder gespuugd). Ik praatte kalmerend en dacht koortsachtig na. “Jongens, hier niet lopen!” zei ik tegen de andere kinderen. “Blijf op afstand.” “Het stinkt, het stinkt, juf!” Ja. het stinkt. Truitje met nauwe hals over het hoofdje van Pietje. Ach, kots in zijn haar en op zijn oogjes. “Ik ga zo lekker even je gezicht wassen, hoor jongen,” troost ik. Achter me: “Juf! Juf! Jantje bloedt!” Ach ja, Jantje bloedt uit zijn neus over alle blokjes en beestjes. Shit! Eh… ik bedoel ‘verdikkie’. “Juf, juf! De wc stroomt over!” “Juf, juf! Klaasje loopt toch door die kots heen, juf!”

’s Avonds leg ik mijn kloppend hoofd doodmoe (maar voldaan) op mijn kussen. Maar de slaap komt niet. Ik hoor 25 stemmetjes tegelijk: “Juf! Juf!”

Gisteren ruimde ik ‘mijn’ klaslokaal op in de school waar ik inval als kleuterleidster, en legde alles klaar voor het schoolreisje van ‘mijn’ kleuters. Ikzelf kon daar niet bij zijn want ik was als kinderboekenschrijver in de bibliotheek van Naaldwijk om daar aan twee groepen 4 over mijn werk te vertellen. Makkie, na de afgelopen dagen!!  HA! Deze afspraak in Naaldwijk stond allang vast bij Stichting Schrijvers, School, Samenleving. Ook morgen ga ik nog als schrijfster naar drie scholen in Delft, en zaterdag naar Amsterdam ivm de maand van het spannende boek (ik hoop dat mijn boeken ‘spannend’ genoeg zijn). Maandag ben ik dan weer gewoon als juf terug bij ‘mijn’ kleuters. Het duurde precies 1 dag, toen kende ik hun namen, en na drie dagen wist ik wie ik dichtbij me in de kring moest zetten om zo nodig in de nek te grijpen om op die manier met zo weinig mogelijk afleiding voor de anderen te waken over orde en oplettendheid (grinnik).

Ik verwierf ook razendsnel het vermogen vriendelijk doch vergeefs soebatten om te zetten in bevelen: ZIT! STIL! LET OP! LUISTER! MOND DICHT! JAS PAKKEN EN METEEN TERUG KOMEN IN DE KLAS.  ALS DE JUF PRAAT ZIJN DE KINDEREN STIL. En een heel nuttige: BEMOEI JE ER NIET MEE, JIJ BENT DE JUF NIET! Want het gaat de hele dag door:  Ju-u-uf…. Piet doet dit. Jantje doet dat. Pietje zegt dit. Jantje zegt dat. Juf, Jantje slaat Pietje en Pietje zegt kut.

Deze bevelen staan in hoofdletters niet omdat ik ze schreeuw hoor, maar even om ze duidelijk in de tekst te krijgen. Ik kijk er wel autoritair bij, maar dat hoort zo, heb ik begrepen van een vriendin die ik aan de Haanstra Kweekschool heb overgehouden en die al meer dan 30 jaar voor de klas staat. Een beetje toneelspelen maakt indruk op kleuters. En ik heb het gevoel dat ze al heel snel begrijpen dat eindeloos soebatten alleen maar heel veel tijd op een zeurderige manier in beslag neemt, terwijl ik intussen iets leuks, spannends of interessants zou kunnen vertellen, of grappige liedjes aan hen zou kunnen leren, of een leuk werkje uit zou kunnen leggen.

Ik kan het dus nog, juf zijn. Ik durf dat na zes hele dagen voor de klas al te beweren. Ik heb in sneltreinvaart vaderdagcadeautjes laten maken, alle kinderen over hun papa laten vertellen en dat opgeschreven en mee naar huis gegeven. Ze ruimen op en NETJES! JULLIE DENKEN TOCH NIET DAT IK DAT GA OPRUIMEN? We hebben lol, mooie dingen gemaakt, de oudste kleuters zijn fantastisch en leren me allerlei liedjes en versjes en geven me goede raad (“juf, als het wc papier op is dat kun je dat daar en daar…”, etc).

Maar er moet me iets van het hart. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat je 1 juf op 25 en soms 35 !!!! kleuters kunt laten werken? Het gaat me aan mijn hart. Ik zou een meisje kunnen helpen beter te praten. Een jongetje met kleur herkennen. Een ander kind met fijne motoriek. En weer andere kinderen zou ik moeilijker werkjes kunnen geven, meer uitdaging, andere materialen, maar daar is begeleiding bij nodig. Ik zou wel… als ik ze allemaal apart meer aandacht kon geven… hoeveel meer zou ik ze kunnen leren als ik kon, hoeveel meer zou ik kunnen helpen als ik kon. Hoeveel meer zou ik kunnen in een kleinere klas?

Er is zoveel te schrijven maar dit is het primaire en meest overweldigende gevoel dat ik heb over weer werken in het onderwijs anno 2012: DE KLASSEN ZIJN TE GROOT! Was er maar tijd en ruimte voor meer persoonlijke begeleiding van de kinderen. Hoe kan de politiek zo ongelooflijk blind en doof voor deze noodzaak in het gewone basisonderwijs zijn? Zo stompzinnig bezuinigen dat deze grote klassen weer ontstaan? Al snel voelde ik de onmacht om meer uit de kinderen te halen. Ik voel bij de oudste kleuters hun verlangen naar meer, en de verveling, de nieuwsgierigheid naar kennis en kunde, hun enthousiasme voor nieuwe dingen. En dan spelen ze toch maar weer met de grote blokken want er is maar 1 juf, en die heeft maar twee handen en er zijn veel hele kleintjes van net vier jaar.

Er zijn vast mensen die hier anders over denken, maar hoe is het mogelijk dat in een beschaafd land als Nederland, het basisonderwijs zo wordt afgescheept? Met als pleister op de wonde een uurtje een extra juf hier of daar om iets met een kind apart te doen. Omdat het kind achterstand heeft? En kinderen zonder ‘achterstand’ dan, die met meer aandacht heel veel verder zouden komen dan ze nu op deze manier komen? Alles wat als dubbeltje functioneert en best een kwartje zou kunnen worden, wat doen we daarmee?  VEEL TE WEINIG!  AAARGH!

Overigens: woensdagmiddag vrij is een sprookje, ik begin elke werkdag om 7.45 uur en ga naar huis tussen 16.30 en 17.00 uur. Tussen de middag heb ik hoogstens 10 minuten pauze om een boterham naar binnen te proppen (die dan ook niet smaakt). Voordeel: 6 dagen kleuterleidster = 1,5 kilo afgevallen!

Dit is het weer even voor nu. Wordt vervolgd.

(als je deze berichten wilt blijven volgen, klik dan op FOLLOW, in het blokje rechtsonder.

Advertenties