Archives for the month of: juni, 2012

Zolang ik me kan herinneren was ik op zoek naar ‘leermeesters’ (v/m) die ik naarstig zocht op de plaats waar ik toegang toe had: de bibliotheek. Ik opende een boek en de stemmen van schrijvers en romanfiguren begonnen te spreken, soms rechtstreeks tegen mij, het gretig lezende meisje. Beelden vormden zich voor mijn geestesoog, werelden openden zich, geuren dreven de wereld van mijn verbeelding binnen en ik hoorde regen ruisen, vogels tjirpen, het geluid van een stoomtrein of van koetsen op de kasseien. Vrouwen, mannen, jong en oud, zij vertelden hun verhalen aan mij.  Ik kende bundels korte verhalen, romans en biografieën en was rond mijn 16e nog steeds gek van kinderboeken, maar ook van sciencefiction en van de dikke, klassiek vormgegeven boeken van de grote Russische schrijvers. Nederlandse literatuur was ik nog niet aan toe. Dan kwam pas toen ik rond de 25 was. Theoretische (leer)boeken kende ik niet.

Toen ik op mijn zestiende in Leiden naar de Haanstra Kweekschool voor Kleuterleidsters ging, moest ik het leerboek Psychologie van de schrijvers Duijker en Dudink aanschaffen. De lerares psychologie gaf  ons eerste huiswerk op: ‘Lees het hoofdstuk over de puberteit’. Ik vond het heel moeilijk een boek te lezen dat niet verhalend was. Ik begon opnieuw en opnieuw en worstelde me door zinnen en alinea’s die niets leken te betekenen en waarbij ik geen ‘beelden’ kreeg. Ik voelde me wanhopig. Ik wist niet dat lezen zo moeilijk kon zijn, en dikke boeken zo akelig saai.  Maar met moed der wanhoop ging ik door, en uiteindelijk lukte het me nieuwe begrippen uit de abstracte taalbrei te zeven. Als eerste de ‘aha-erlebnis’ en ‘ambivalentie’.  ‘Ambivalentie’, zei ik tegen mezelf. ‘Aha! Dát voel ik dus over zoveel.’ Daarna kwam de schaamte omdat ik een puber volgens het boekje bleek te zijn. Ik vertoonde alle symptomen als beschreven in Duijker en Dudink, zoals we het boek noemden. Dit onder ogen ziend genas ik prompt van de puberale veronderstelling unieker dan leeftijdgenoten te zijn en nam me voor me volwassener te gaan gedragen (ik laat hierbij in het midden of dat lukte). In elk geval was dat ongetwijfeld de bedoeling van die psychologielerares.

Deze terugblik komt door het woord ‘ambivalentie’ in de titel van deze blogs. Aan de ene kant het gevoel dat kleuterleidster zijn leuk is, zinvol, en een uitdaging. Dat het me scherp zal houden, mijn schrijven wellicht ten goede zal komen. Dat ik als juf veel kanten van de zaak zie: de ouders, de kinderen, het moderne (of juist niet) onderwijs, het dorpsleven, opgroeien en opvoeden in dit tijdsgewricht, gezinsperikelen…  De realiteit, de liefde, de chaos, de frustraties. En aan de andere kant het gevoel dat kleuterleidster zijn te moeilijk is, te uitputtend, fysiek en mentaal te zwaar (het lawaai, de chaos soms, de voortdurende vraag om aandacht, het er alleen voor staan tussen al die kleintjes, de verantwoordelijkheid, de onmacht, etc.). Dat ik gek ben om mijn veilige, serene, door mijn prachtige tuin omgeven huis te verlaten.

Ambivalentie:  Als ik moet schrijven geloof ik dat het simpeler is het leven praktisch te leven dan erover te schrijven. Als ik het leven praktisch leef geloof ik dat ik gezegend ben als ik er slechts over te schrijven hoef.

Advertenties

“Juf! Juf! Pietje zit te kotsen!” Dat was duidelijke taal. Ik liet vallen waar ik mee bezig was en holde naar Pietje. Het arme kind ging maar door. Een onvoorstelbare hoeveelheid zure drab belandde op zijn trui en broek en in zijn schoenen, spetterde op de vloer en het tafeltje met puzzels (100 stukjes onder gespuugd). Ik praatte kalmerend en dacht koortsachtig na. “Jongens, hier niet lopen!” zei ik tegen de andere kinderen. “Blijf op afstand.” “Het stinkt, het stinkt, juf!” Ja. het stinkt. Truitje met nauwe hals over het hoofdje van Pietje. Ach, kots in zijn haar en op zijn oogjes. “Ik ga zo lekker even je gezicht wassen, hoor jongen,” troost ik. Achter me: “Juf! Juf! Jantje bloedt!” Ach ja, Jantje bloedt uit zijn neus over alle blokjes en beestjes. Shit! Eh… ik bedoel ‘verdikkie’. “Juf, juf! De wc stroomt over!” “Juf, juf! Klaasje loopt toch door die kots heen, juf!”

’s Avonds leg ik mijn kloppend hoofd doodmoe (maar voldaan) op mijn kussen. Maar de slaap komt niet. Ik hoor 25 stemmetjes tegelijk: “Juf! Juf!”

Gisteren ruimde ik ‘mijn’ klaslokaal op in de school waar ik inval als kleuterleidster, en legde alles klaar voor het schoolreisje van ‘mijn’ kleuters. Ikzelf kon daar niet bij zijn want ik was als kinderboekenschrijver in de bibliotheek van Naaldwijk om daar aan twee groepen 4 over mijn werk te vertellen. Makkie, na de afgelopen dagen!!  HA! Deze afspraak in Naaldwijk stond allang vast bij Stichting Schrijvers, School, Samenleving. Ook morgen ga ik nog als schrijfster naar drie scholen in Delft, en zaterdag naar Amsterdam ivm de maand van het spannende boek (ik hoop dat mijn boeken ‘spannend’ genoeg zijn). Maandag ben ik dan weer gewoon als juf terug bij ‘mijn’ kleuters. Het duurde precies 1 dag, toen kende ik hun namen, en na drie dagen wist ik wie ik dichtbij me in de kring moest zetten om zo nodig in de nek te grijpen om op die manier met zo weinig mogelijk afleiding voor de anderen te waken over orde en oplettendheid (grinnik).

Ik verwierf ook razendsnel het vermogen vriendelijk doch vergeefs soebatten om te zetten in bevelen: ZIT! STIL! LET OP! LUISTER! MOND DICHT! JAS PAKKEN EN METEEN TERUG KOMEN IN DE KLAS.  ALS DE JUF PRAAT ZIJN DE KINDEREN STIL. En een heel nuttige: BEMOEI JE ER NIET MEE, JIJ BENT DE JUF NIET! Want het gaat de hele dag door:  Ju-u-uf…. Piet doet dit. Jantje doet dat. Pietje zegt dit. Jantje zegt dat. Juf, Jantje slaat Pietje en Pietje zegt kut.

Deze bevelen staan in hoofdletters niet omdat ik ze schreeuw hoor, maar even om ze duidelijk in de tekst te krijgen. Ik kijk er wel autoritair bij, maar dat hoort zo, heb ik begrepen van een vriendin die ik aan de Haanstra Kweekschool heb overgehouden en die al meer dan 30 jaar voor de klas staat. Een beetje toneelspelen maakt indruk op kleuters. En ik heb het gevoel dat ze al heel snel begrijpen dat eindeloos soebatten alleen maar heel veel tijd op een zeurderige manier in beslag neemt, terwijl ik intussen iets leuks, spannends of interessants zou kunnen vertellen, of grappige liedjes aan hen zou kunnen leren, of een leuk werkje uit zou kunnen leggen.

Ik kan het dus nog, juf zijn. Ik durf dat na zes hele dagen voor de klas al te beweren. Ik heb in sneltreinvaart vaderdagcadeautjes laten maken, alle kinderen over hun papa laten vertellen en dat opgeschreven en mee naar huis gegeven. Ze ruimen op en NETJES! JULLIE DENKEN TOCH NIET DAT IK DAT GA OPRUIMEN? We hebben lol, mooie dingen gemaakt, de oudste kleuters zijn fantastisch en leren me allerlei liedjes en versjes en geven me goede raad (“juf, als het wc papier op is dat kun je dat daar en daar…”, etc).

Maar er moet me iets van het hart. Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat je 1 juf op 25 en soms 35 !!!! kleuters kunt laten werken? Het gaat me aan mijn hart. Ik zou een meisje kunnen helpen beter te praten. Een jongetje met kleur herkennen. Een ander kind met fijne motoriek. En weer andere kinderen zou ik moeilijker werkjes kunnen geven, meer uitdaging, andere materialen, maar daar is begeleiding bij nodig. Ik zou wel… als ik ze allemaal apart meer aandacht kon geven… hoeveel meer zou ik ze kunnen leren als ik kon, hoeveel meer zou ik kunnen helpen als ik kon. Hoeveel meer zou ik kunnen in een kleinere klas?

Er is zoveel te schrijven maar dit is het primaire en meest overweldigende gevoel dat ik heb over weer werken in het onderwijs anno 2012: DE KLASSEN ZIJN TE GROOT! Was er maar tijd en ruimte voor meer persoonlijke begeleiding van de kinderen. Hoe kan de politiek zo ongelooflijk blind en doof voor deze noodzaak in het gewone basisonderwijs zijn? Zo stompzinnig bezuinigen dat deze grote klassen weer ontstaan? Al snel voelde ik de onmacht om meer uit de kinderen te halen. Ik voel bij de oudste kleuters hun verlangen naar meer, en de verveling, de nieuwsgierigheid naar kennis en kunde, hun enthousiasme voor nieuwe dingen. En dan spelen ze toch maar weer met de grote blokken want er is maar 1 juf, en die heeft maar twee handen en er zijn veel hele kleintjes van net vier jaar.

Er zijn vast mensen die hier anders over denken, maar hoe is het mogelijk dat in een beschaafd land als Nederland, het basisonderwijs zo wordt afgescheept? Met als pleister op de wonde een uurtje een extra juf hier of daar om iets met een kind apart te doen. Omdat het kind achterstand heeft? En kinderen zonder ‘achterstand’ dan, die met meer aandacht heel veel verder zouden komen dan ze nu op deze manier komen? Alles wat als dubbeltje functioneert en best een kwartje zou kunnen worden, wat doen we daarmee?  VEEL TE WEINIG!  AAARGH!

Overigens: woensdagmiddag vrij is een sprookje, ik begin elke werkdag om 7.45 uur en ga naar huis tussen 16.30 en 17.00 uur. Tussen de middag heb ik hoogstens 10 minuten pauze om een boterham naar binnen te proppen (die dan ook niet smaakt). Voordeel: 6 dagen kleuterleidster = 1,5 kilo afgevallen!

Dit is het weer even voor nu. Wordt vervolgd.

(als je deze berichten wilt blijven volgen, klik dan op FOLLOW, in het blokje rechtsonder.

Toen ik zestien jaar was ging ik naar de (als links bekend staande) Haanstra Kweekschool voor Kleuterleidsters in het oude stadshart van Leiden, mijn geboortestad (en met 19 jaar kwam ik er met een diploma en mijn eerst geschreven kinderboek weer af). Daar volgde ik een specifieke opleiding tot kleuterleidster (bestaat nu niet meer en dat is een groot verlies). Het waren turbulente jaren waarin ik groeide naar een zekere volwassenheid en genadeloos werd geconfronteerd met mezelf, mijn achtergrond en mijn beperkingen. Maar ook met mijn talenten. Want ik genoot. Ik kreeg poppenspeelles van de beroemde poppenspeler Rien Baartmans (wie kent zijn Rikkie en Slingertje nog?) Ik kreeg talloze kinderboeken onder ogen. Leraren waren vaak aanstekelijk bevlogen en er werd prachtig a cappella gegalmd in de hal van het oude, gezellige en overzichtelijk schoolgebouw aan de Vliet. Achter in de tuin was een schoolpleintje naar een kleuterschool. Er scharrelden kippen en we konden de kleuters buiten zien spelen. Het allermeest werd ik betoverd door (de tekenleraar, maar dit terzijde, en) de blokfluit die ik moest leren bespelen. Noten lezen lukte me niet, zoals ik cijfers niet kan ‘lezen’ wilde het met muzieknoten ook niet lukken. Maar iemand speelde iets voor – en ik speelde het na. Mijn blokfluit was mijn dierbaarste bezit en  nooit ver weg. Als een verslaafde ging ik ieder vrij moment tussen lessen in even naar de hoogste lokalen, opende een van de roedeverdeelde raampjes, ging in het venster boven de dakgoot zitten en liet mijn melancholisch/romantische improvisaties over De Vliet waaien.

Waarom ik hierover blog? Omdat ik afgelopen week eindelijk als kleuterleidster aan het werk ben gegaan. Ik val in, een maand lang, full-time in een klas van 25 kleuters. En ik zal eerlijk zijn – het is een van de meest dappere dingen die ik ooit heb aangedurfd dus ik heb er nachtenlang slecht van geslapen. Het kwam er nooit van, mijn droom om een eigen klas kleuters te ‘hebben’. Waarom dan nu pas, na 34 jaar succesvol schrijverschap, nu ik 52 ben, drie kinderen thuis heb wonen en hoogbejaarde (schoon)ouders die ik in de gaten wil houden? Waarom nu pas, nu ik ernstige artrose heb en me jaren geen raad wist van de pijn? Hoort iemand niet juist van het onderwijs in het kinderboekenschrijverschap te groeien en blij te zijn het wat rustiger aan te kunnen doen (droom van velen)? Is dit geen omgekeerd traject?

Teveel voor een enkel blog. Ik zal er een paar blogs over schrijven.

En nee, ik houd niet op met schrijven. Tenminste niet zolang het (nog) zinvol is (!).

wordt vervolgd… (klik op ‘follow’ rechtsonder als je het vervolg niet wilt missen)

%d bloggers liken dit: