Gisteren bracht ik een bezoek aan het Haags Gemeentemuseum om de tentoonstelling over Alexander Calder te bekijken. Eerder had ik al een boeiende documentaire gezien over zijn werk en zijn voorstellingen met zijn miniatuurcircus. Waar ik me vooral op verheugde was het zien van de zeer grote mobiles die hij maakte. Calder was diep onder de indruk van de werkkamer van Mondriaan, die zijn kamer zo veel mogelijk in de vlakken en kleuren had ingedeeld die wij kennen van zijn schilderijen. (Deze kamer is nagemaakt en deel van de tentoonstelling, erg leuk om te zien en in te gaan). Calder zou tegen hem gezegd hebben: ‘Het zou nog mooier zijn als die vierkanten aan je muur zouden bewegen’, waarop Mondriaan geantwoord zou hebben ‘mijn werk is al snel genoeg’. Calder was gefascineerd door beweging, en geïnspireerd door het werk van Mondriaan begon hij de vlakken te laten bewegen door ze te verwerken in grote mobiles. Hij gebruikte meer variatie in de vorm van zijn vlakken, en meer kleuren dan Mondriaan. Omdat hij werkte met een metalen ophangsysteem draaiden zijn mobiles niet alleen, maar veerden zij ook licht, zodat je je als kijker nog meer bewust werd van het spel met de zwaartekracht. Zijn mobiles zijn om vrolijk van te worden, speels en kleurrijk, maar… in het Gemeentemuseum hingen ze gisteren doodstil, waardoor ze zwaar en log leken, en erg van massief metaal. Niets van de luchtige, speelse lichtheid waardoor je verrast wordt als er beweging is. Log, ernstig en onbewogen heeft Calder ze toch niet bedoeld? Hij maakte ze om te bewégen.

Ik wierp een blik over de schouder naar de zaalwachter. Een zacht duwtje tegen een van de hoog hangende mobiles was een optie, ik kon erbij als ik me uitrekte. Maar dat daar geen prijs op zou worden gesteld was een ding dat zeker was. Ik wachtte tot de kust veilig was, rekte mijn nek en blies. Zo zwaar als de mobile leek, zo licht verspreidde zich een heerlijke trilling door het gevaarte en het begon aan een kleine, sierlijke dans van kleur en elegantie. Ik blies nogmaals. De beweging bleef, maar slechts gedeeltelijk in het laaghangende gedeelte. Wat zou het prachtig zijn als de hele mobile zou bewegen. Dan pas zou er echte betovering zijn en oh en ah geroepen worden. Het was als de belofte van vuurwerk en de teleurstelling wanneer blijkt dat men niet van plan is deze aan te steken. En de zaalwachter was sluipend teruggekeerd. Een aardige vrouw, dat wel. Ze vond het zelf ook spijtig dat ze over zoiets onschuldigs moest zeuren. ‘U mag hier niet blazen, mevrouw,’ zei ze. ‘Maar zonder beweging zijn ze niet bedoeld,’ zei ik, al even spijtig. Dat vond zij ook maar ze probeerde er toch een zinnig verbod van te maken: ‘Als iedereen gaat blazen worden ze vies (het laagste stuk van de mobiles hing op ongeveer 2.40 meter hoogte) en dat vindt de familie van Calder niet goed.’

Alexander Calder, de man die beroemd werd door zijn fascinatie voor beweging, kon hij maar even terugkeren om een zetje tegen zijn roerloze, zware mobiles te geven, dan zou hij het zeker hebben gedaan want hij had een kinderlijk plezier in de verrukking die de vrolijke lichtheid van beweging bij zijn toeschouwers teweegbracht.

Advertenties