Archives for the month of: april, 2012

WAT? MAG ER NIET MEER GESCHREEUWD WORDE?! IS SCHREEUWEN ORDINAIR? DAT MAKEN WE, GODBETERT, ZELLUF WEL UIT, JA!

Vanmorgen luisterde ik onder ’t opruimen naar Radio 1 en hoorde tot mijn stomme verbazing dat op bepaalde markten in Nederland het schreeuwen nadrukkelijk wordt ontmoedigd. WAT? WAAROM? Het zou ‘ordinair’ zijn. Ja, nou wordt ie helemaal mooi. Wat is er nou mooier, ontroerender en heerlijker dan zo’n goedbedoelde, rondborstige, door weer en wind gekleurde, ordinaire (= gewoon, volks) schreeuw? VERSE VIS! LEKKURRE SNEBONE! GESONDE MAKEREEL! AREBEIE UIT ME ÈGE TUINTJE! MAAK ME LOS, DAME, DURRIE BOSSE TULLUPU VOOR VEF EUROOTJES! Geen dieper geluk dan over de (Leidse) markt te lopen (elke zaterdag) en deze kreten te horen, begeleid door de klokken van het carillion hoog in de toren van ons mooie stadhuis. Als je ziek bent geweest, een keertje de markt hebt gemist, en er dan later diep in de kraag weggedoken weer terugkomt, dan is ie er weer: die man met die “arebeie uit ze eige tuintje”. Soms is ie een beetje moe geschreeuwd en komt hij niet verder dan AREBEIE! MOOIE AREBEIE! En dan roepen wij in koor: UIT ZE ÈGE TUINTJE! waarop hij dan goeiig grijnst. Hoezo mogen marktlui niet meer schreeuwen? Ik haal steeds vaker mijn schouders op over allerlei flauwekul maar dit gaat me te ver. Nu ga ik op de barricaden! Zijn ze nou helemaal van de pot gerukt? Wel overal die zogenaamde gezellige teringherrie in winkels, via luidsprekers op straat, in sporthallen, zwembaden, kantines, cafe’s en waar je verder nog had gedacht een paar woorden met iemand te kunnen wisselen, en geen menselijke stem meer op de markt? Is dit micro wat er macro aan de hand is? Wordt mijn angstige argwaan bevestigd? Wil men de menselijke stem tot zwijgen te brengen? OPROTTEN! BLEF MET JE POTE VAN DE MARKTLUI AF. AS ZE WILLE SCHREEUWE, DAN SCHREEUWE ZE! EN IK OOK! Leienaars, op de barricaden! Schreeuw het uit:  OPROTTEN! BLEF MET JE POEZELIGE POTE UIT ONS EIGE TUINTJE!

(Voor mensen die mij zo niet kennen, deze Leidse moest effe zingen zoas ze van huis uit gebekt is.)

Advertenties

Vanmorgen hoorde ik het zingen van de ketel
Het was een kreunend onbestemd soort lied
IJl jammerden daarbinnen watergeesten
Sinds mijn kindertijd hoorde ik ze niet

Komt het door man en zonen en de radio
Hun gestamp en het nieuws van alle dag
Hun afkeer van de bron, de stilte en de traagte
Dat ik pas nu weer watergeesten horen mag?

Ik buig mij over het suizend gas en voel de warmte
herinner me woorden die ik toen vast ergens las
“moe luisterden zij naar het zingen van de ketel” denk
dat ’t Lindgren, Grimm of Piggelmee of zoiets was.

Selma Noort

Gisteren bracht ik een bezoek aan het Haags Gemeentemuseum om de tentoonstelling over Alexander Calder te bekijken. Eerder had ik al een boeiende documentaire gezien over zijn werk en zijn voorstellingen met zijn miniatuurcircus. Waar ik me vooral op verheugde was het zien van de zeer grote mobiles die hij maakte. Calder was diep onder de indruk van de werkkamer van Mondriaan, die zijn kamer zo veel mogelijk in de vlakken en kleuren had ingedeeld die wij kennen van zijn schilderijen. (Deze kamer is nagemaakt en deel van de tentoonstelling, erg leuk om te zien en in te gaan). Calder zou tegen hem gezegd hebben: ‘Het zou nog mooier zijn als die vierkanten aan je muur zouden bewegen’, waarop Mondriaan geantwoord zou hebben ‘mijn werk is al snel genoeg’. Calder was gefascineerd door beweging, en geïnspireerd door het werk van Mondriaan begon hij de vlakken te laten bewegen door ze te verwerken in grote mobiles. Hij gebruikte meer variatie in de vorm van zijn vlakken, en meer kleuren dan Mondriaan. Omdat hij werkte met een metalen ophangsysteem draaiden zijn mobiles niet alleen, maar veerden zij ook licht, zodat je je als kijker nog meer bewust werd van het spel met de zwaartekracht. Zijn mobiles zijn om vrolijk van te worden, speels en kleurrijk, maar… in het Gemeentemuseum hingen ze gisteren doodstil, waardoor ze zwaar en log leken, en erg van massief metaal. Niets van de luchtige, speelse lichtheid waardoor je verrast wordt als er beweging is. Log, ernstig en onbewogen heeft Calder ze toch niet bedoeld? Hij maakte ze om te bewégen.

Ik wierp een blik over de schouder naar de zaalwachter. Een zacht duwtje tegen een van de hoog hangende mobiles was een optie, ik kon erbij als ik me uitrekte. Maar dat daar geen prijs op zou worden gesteld was een ding dat zeker was. Ik wachtte tot de kust veilig was, rekte mijn nek en blies. Zo zwaar als de mobile leek, zo licht verspreidde zich een heerlijke trilling door het gevaarte en het begon aan een kleine, sierlijke dans van kleur en elegantie. Ik blies nogmaals. De beweging bleef, maar slechts gedeeltelijk in het laaghangende gedeelte. Wat zou het prachtig zijn als de hele mobile zou bewegen. Dan pas zou er echte betovering zijn en oh en ah geroepen worden. Het was als de belofte van vuurwerk en de teleurstelling wanneer blijkt dat men niet van plan is deze aan te steken. En de zaalwachter was sluipend teruggekeerd. Een aardige vrouw, dat wel. Ze vond het zelf ook spijtig dat ze over zoiets onschuldigs moest zeuren. ‘U mag hier niet blazen, mevrouw,’ zei ze. ‘Maar zonder beweging zijn ze niet bedoeld,’ zei ik, al even spijtig. Dat vond zij ook maar ze probeerde er toch een zinnig verbod van te maken: ‘Als iedereen gaat blazen worden ze vies (het laagste stuk van de mobiles hing op ongeveer 2.40 meter hoogte) en dat vindt de familie van Calder niet goed.’

Alexander Calder, de man die beroemd werd door zijn fascinatie voor beweging, kon hij maar even terugkeren om een zetje tegen zijn roerloze, zware mobiles te geven, dan zou hij het zeker hebben gedaan want hij had een kinderlijk plezier in de verrukking die de vrolijke lichtheid van beweging bij zijn toeschouwers teweegbracht.

%d bloggers liken dit: