HET GROTE VOORLEESBOEK VAN SINTERKLAAS

Nederlanders houden van vernieuwing. Iets wat al gedaan is moet je niet nog eens doen, en als je het dan toch doet, dan moet het tenminste op een heel andere manier. Vernieuwing verdient (aanmoedigings)prijzen, beurzen en subsidie. Een verbetering hoeft die vernieuwing niet te zijn, als het maar verandering is, dan voldoet de Nederlander aan hedendaagse criteria voor waardering.

Zo ook in de wereld van het jonge kind. Verandering, originele benadering, nieuwe invalshoek, het moet anders, er moet een frisse wind waaien, vernieuwing, innovatie! Natuurlijk is hier ook veel goeds uit gekomen, maar in sommige gevallen is de originaliteitsdrift van de volwassenen die zich met dit wereldje bezig houden zo ongebreideld dat het product van hun creatieve denken dan misschien wel tegemoet komt aan de eisen van volwassenen, maar lang niet meer aan de belevingswereld van jonge kinderen.

Want hoe kun je als kleintje variatie op een thema herkennen en waarderen als je het thema nooit hebt gehoord?  Als een kind ‘slaap, kindje slaap, daarbuiten loopt een schaap…’ van oma heeft geleerd en dit goed kan zingen dan lacht het als ik in de klas kom en zing: “…daarbuiten loop een aap, een aap met grote oren, van achteren en van voren…” Als het kind het originele liedje niet kent, blijft het me blanco aankijken. Ik heb het over jonge kinderen. In de wereld van een jong kind is alles mogelijk. Het is fijn voor een kind om deel uit te maken van het ‘grote begrijpen van het algemene beeld’ van zijn omgeving, het maakt dat het kind vertrouwen in zichzelf krijgt en niet voor alles naar de volwassenen om hem heen hoeft op te kijken. Daartoe krijgt een kind over het algemeen eerst een traditioneel beeld aangeboden, en daarna de variatie op dat beeld. Een grap begrijp je pas, als je begrijpt dat er in die grap iets gebeurt dat ‘anders loopt’ dat ‘niet zo hoort’ en dus moet je eerst weten hoe het ‘wel hoort’.

Ook bij de makers van kinderfilms, boeken, tv-programma’s, enz. heeft de innovatiedrift toegeslagen. En helaas over de hoofden van de kinderen heen. Hoe kun je nou lachen om een Sinterklaas met een basebalpet op, als je helemaal niet weet dat hij eigenlijk een mijter op hoort te hebben? En hoe kun je nu vervuld raken van dat gevoel van ontzag en blijheid over iemand die jou een cadeautje komt brengen en die alles van je weet en je toch lief vindt, als je Sinterklaas nooit anders hebt gezien dan als een belachelijke, chaotische pias in gezelschap van stuntelende, onvoorstelbaar drukke en lawaaierige pieten die dingen kapot en kwijt maken. Hoe kunnen hiphop Sintliedjes grappig zijn als je het gewone zeikerige Sinterklaas Kapoentje nooit gehoord hebt?

We kunnen variatie op een thema waarderen als we het thema kennen. We kunnen een prachtige gedicht waarderen als we de beperking van de dagelijkse omgangstaal hebben ervaren.

Daarom is de Sinterklaas in mijn “Het grote voorleesboek van Sinterklaas” een cliché. Omdat je daarmee begint.

Als je je kindje tot tien wilt leren tellen, begin je toch ook niet met het getal 56 op zijn kop?

Advertenties