Archives for the month of: november, 2011

Nog een laatste sinterklaascadeautje?

Voorleesplezier voor (groot)ouders en kinderen va 6 jaar.  Om zelf te lezen va 7 jaar: DONDERS! Onze hond is een held! van Selma Noort, uitgeverij Leopold.

trefwoorden: humor, spanning, sfeer, vriendschap

verkrijgbaar: betere boekhandel, webboekwinkels (altijd raak), webwinkel van uitgeverij Leopold.

Dit is de biblionbespreking (voor de bibliotheekaanschaf, die buitengewoon groot was):

De twee buurkinderen, Jan en Dani Donder (geen familie, maar wel toevallig dezelfde achternaam) leven erg mee met hun vriendje Karel als zijn ouders een jaar gaan werken in een ziekenhuis in Afrika. Karel moet bij een deftige tante gaan wonen, tegenover het verwende klasgenootje Wendolien. Gelukkig mag zijn tekkeltje Tarzan mee. Maar deze verdwijnt nadat tante hem voor straf op straat heeft gezet. Dani en Jan komen in actie met hun reusachtige Deense dog, ook Wendolien genaamd. Gelukkig is die Wendolien niet altijd zo lief als ze lijkt. Derde deeltje uit de serie “Donders!”. Sprankelend verhaal, geschreven in korte getitelde hoofdstukjes, met prima dialogen, veel humor en een goed opgebouwde spanning. De sympathieke hoofdpersonen komen prima uit de verf. Zwierige pentekeningen, ingekleurd met aquarel, maken het boek tot een juweeltje. Een aanrader voor goede lezertjes vanaf ca. 8 jaar.

(recensie: Ria Scholten-Boswerger voor Biblion)
Advertenties

Het gras voor de voeten weggemaaid.

Mensen die kinderen willen, fantaseren over hoe het zal zijn om een gezin te hebben. Wat voor ouders zullen zij zijn, hoe willen zij zich opstellen naar hun kinderen, en wat willen zij hun kinderen meegeven. Natuurlijk fantaseren zij dan ook over de feestdagen. Kinderen bij de kerstboom, of kinderen op bezoek bij opa en oma. En hoe zullen zij het Sinterklaasfeest al of niet vieren. Voor jonge mensen die nog geen ouders zijn, lijkt een toekomst als ouder een toekomst waar je zeggenschap over zult hebben, waar je controle over zult hebben.

Iets minder jonge mensen die inmiddels ouders zijn geworden, hebben al ervaren dat je veel minder controle hebt over hoe je leven met kinderen verloopt dan je had gedacht toen je eraan begon. De televisie heeft invloed op je kinderen, de school, grootouders, iedereen… En soms heeft het er iets van weg dat iedereen leuk met je kind bezig is, behalve jijzelf. Althans, jij bent er voor de was en het geregel, de verzorging en het geld, en anderen nemen je al die leuke zaken die je je had voorgesteld af.

Het Sinterklaasfeest bijvoorbeeld. Je wilde het rustig houden, met respect en blijdschap bij een gewoon cadeautje. Je wilde je kinderen niet overladen met rotzooi, en je wilde al helemaal niet dat ze schreeuwend en hyperactief, doorgedraaid de boel zouden onderkotsen. Toch gebeurt dit. Want Sinterklaas komt al heel vroeg op tv.  Sinterklaas komt bij opa en oma. En op school. Sinterklaas en zijn Pieten komen op zwemles, ze komen bij de supermarkt, ze komen in het winkelcentrum, ze komen in het buurthuis, ze komen op de knutselclub, bij de naschoolse opvang, op de peuterspeelzaal… En als je dan zelf aan de buurt bent met je bescheiden / verstandige snoepgoed, je mandarijn en je doordachte presentje, dan vis je achter het net. Je kind kan geen Sinterklaas meer zien. Het wend zich af, is doorgedraaid, het snakt naar rust en reageert alle overvloedige feeststress en overvoering met lawaai af op zijn ouders, broertjes en zusjes.

Heeft Sinterklaas zijn hielen gelicht, dan zet de schooljuf binnen 24 uur al de kerstboom in de klas, want het kerstgebeuren moet volledig doorgemaakt zijn nog voor het aanbreken van de kerstvakantie. En is die kerstvakantie dan daar, dan wordt de boom weggehaald, de klas opgeruimd en begint het feest… thuis. Dan komen de ouders nog een keertje met hun kerstboom overal achteraan gehobbeld. Hoezo verheugde gezichtjes bij de kerstboom? Ze hebben het kerstgebeuren al uitgebreid op school gevierd. Ze spelen het wel mee, hoor, de kleintjes, om hun (groot)ouders een plezier te doen. Een soort opoffering: “ja, mooie kerstboom mama. Mogen we nou alsjeblieft televisie kijken?”

Hou toch eens op met die overdaad aan goeie bedoelingen. Supermarkt, verkoop je zooi. Juf, geef rekenles! Opa en oma, zet koffie en domineer niet zo. En opgedonderd met die Pieten op zwemles. Schoolslag en watertrappen, daar komen ze voor!

Van wie zijn die kinderen nou eigenlijk? Mogen de ouders er alstublieft zelf ook nog eens een keertje lol van hebben!?

HET GROTE VOORLEESBOEK VAN SINTERKLAAS

Nederlanders houden van vernieuwing. Iets wat al gedaan is moet je niet nog eens doen, en als je het dan toch doet, dan moet het tenminste op een heel andere manier. Vernieuwing verdient (aanmoedigings)prijzen, beurzen en subsidie. Een verbetering hoeft die vernieuwing niet te zijn, als het maar verandering is, dan voldoet de Nederlander aan hedendaagse criteria voor waardering.

Zo ook in de wereld van het jonge kind. Verandering, originele benadering, nieuwe invalshoek, het moet anders, er moet een frisse wind waaien, vernieuwing, innovatie! Natuurlijk is hier ook veel goeds uit gekomen, maar in sommige gevallen is de originaliteitsdrift van de volwassenen die zich met dit wereldje bezig houden zo ongebreideld dat het product van hun creatieve denken dan misschien wel tegemoet komt aan de eisen van volwassenen, maar lang niet meer aan de belevingswereld van jonge kinderen.

Want hoe kun je als kleintje variatie op een thema herkennen en waarderen als je het thema nooit hebt gehoord?  Als een kind ‘slaap, kindje slaap, daarbuiten loopt een schaap…’ van oma heeft geleerd en dit goed kan zingen dan lacht het als ik in de klas kom en zing: “…daarbuiten loop een aap, een aap met grote oren, van achteren en van voren…” Als het kind het originele liedje niet kent, blijft het me blanco aankijken. Ik heb het over jonge kinderen. In de wereld van een jong kind is alles mogelijk. Het is fijn voor een kind om deel uit te maken van het ‘grote begrijpen van het algemene beeld’ van zijn omgeving, het maakt dat het kind vertrouwen in zichzelf krijgt en niet voor alles naar de volwassenen om hem heen hoeft op te kijken. Daartoe krijgt een kind over het algemeen eerst een traditioneel beeld aangeboden, en daarna de variatie op dat beeld. Een grap begrijp je pas, als je begrijpt dat er in die grap iets gebeurt dat ‘anders loopt’ dat ‘niet zo hoort’ en dus moet je eerst weten hoe het ‘wel hoort’.

Ook bij de makers van kinderfilms, boeken, tv-programma’s, enz. heeft de innovatiedrift toegeslagen. En helaas over de hoofden van de kinderen heen. Hoe kun je nou lachen om een Sinterklaas met een basebalpet op, als je helemaal niet weet dat hij eigenlijk een mijter op hoort te hebben? En hoe kun je nu vervuld raken van dat gevoel van ontzag en blijheid over iemand die jou een cadeautje komt brengen en die alles van je weet en je toch lief vindt, als je Sinterklaas nooit anders hebt gezien dan als een belachelijke, chaotische pias in gezelschap van stuntelende, onvoorstelbaar drukke en lawaaierige pieten die dingen kapot en kwijt maken. Hoe kunnen hiphop Sintliedjes grappig zijn als je het gewone zeikerige Sinterklaas Kapoentje nooit gehoord hebt?

We kunnen variatie op een thema waarderen als we het thema kennen. We kunnen een prachtige gedicht waarderen als we de beperking van de dagelijkse omgangstaal hebben ervaren.

Daarom is de Sinterklaas in mijn “Het grote voorleesboek van Sinterklaas” een cliché. Omdat je daarmee begint.

Als je je kindje tot tien wilt leren tellen, begin je toch ook niet met het getal 56 op zijn kop?

%d bloggers liken dit: