CURSUS (BE)SCHRIJVEN onder leiding van (school- en jeugdboeken-) schrijfster Selma Noort.
Beschrijven, wie kan dat nog? We appen nu toch gewoon een fotootje.
Zo beschrijven dat de lezer jouw waarneming bijna zelf ervaart is een kunst van schaven, minder woorden, meer woorden, de juiste woorden, en een combinatie ervan.
Oefen het effect van verschillende stijlen, maak een bundel van acht beschrijvingen, en deel de beeld- en zeggingskracht van taal.

Locatie: de werkkamer in het schrijvershuis van Selma, Alphen ad Rijn.
auto: gratis parkeren en de locatie ligt heel makkelijk aan een afslag van de N11.
openbaar vervoer: 12 minuten lopen vanaf station Alphen a/d Rijn.

Datum en tijd:
Woensdagochtend van van 10.00-12.15 uur (kwartier koffiepauze). Start 17 oktober 2018, dan acht weken doorgaand met als laatste les op 5 december. Dit met enige flexibiliteit tot aan de kerst. Als 5 december lastig zou zijn, kunnen we bijvoorbeeld in overleg de week daarna afsluiten. 

Inhoud:
De schrijflessen geven oefening in het schrijven van korte verhalen / fragmenten voor verschillende doelgroepen, en vooral  ook oefening in het experimenteren met en hanteren van verschillende stijlen. Ieder werkt op eigen niveau. De verhalen die je schrijft zul je willen bewaren, en wellicht ook willen delen met anderen. Tijdens de lessen leggen we werk aan elkaar voor en leren we van elkaar.

Bij een gemiste les mag je bellen/mailen over de lesstof van die les en kun je eventueel thuis de gemiste opdracht alsnog maken en naar mij opsturen.

Praktische informatie:
Als je je wilt opgeven (en hopelijk anderen die schrijven leuk vinden, neem ze vooral mee) kan ik je begin oktober definitief laten weten of er genoeg cursisten zijn en of de lessen doorgaan. Ken je andere mensen (onderwijskrachten?) die hiervoor ook belangstelling hebben? Wat ik aanbied kun je namelijk ook toepassen op schrijfonderwijs met kinderen. Dan kun je misschien via school een vergoeding krijgen voor bijscholing/studie/cursus. 

Voor verdere informatie over kosten, locatie, etc., mail mij post@selmanoort.nl.

hartelijke groet,

Selma Noort
post@selmanoort.nl
www.selmanoort.nl
www.selmanoort-art.nl

Advertenties

SILAS EN DE WOLF

omslag 200 dpi

De wolf heeft altijd tot de verbeelding van de mens gesproken. Jonge kinderen horen al over de wolf in sprookjes, en ik herinner me een jeugdboek dat ik prachtig vond, waarin een meisje bevriend raakte met een wolf die haar, zodra ze in gevaar verkeerde, vol liefde en trouw verdedigde door haar belagers aan te vliegen. O, wat wilde ik graag zo’n vriend die met zijn nekharen overeind grommend zijn tanden zou ontbloten zodra er weer eens treiteraars opdoken.
Weer later moest ik erg lachen om het lied van Drs. P. “Trojka hier, trojka daar” over de Russische familie die kind na kind opofferde aan de wolven.

Tijdens het schrijven van Silas en de wolf vroeg ik aan basisschoolkinderen of ze gehoord hadden van de terugkeer van de wolf in Nederland. Alle kinderen wisten hier vanaf, mede door het jeugdjournaal. Ik vroeg hen wat ze hiervan vonden. En daarna wat ze vonden van de argumenten van schapenhouders over het gevaar dat de wolf voor hun schapen oplevert. Net zoals grote mensen konden kinderen de problemen niet op korte termijn oplossen. Ze vonden het heel spannend dat er weer wolven in Nederland in de bossen zouden wonen, maar vonden het ook zielig voor de schapen en lammetjes die waren aangevallen. Zonder uitzondering wilden ze, jongens en meisjes, mijn boek lezen over Silas die in het uiterste zuiden van Nederland tegenover een wolf komt te staan als hij door het bos dwaalt. Ze waren teleurgesteld toen ze begrepen dat het boek nog niet gedrukt was.

Met een boek als Silas en de wolf komen zaakvakken tot leven. De overbevolking, de maatschappij, de natuur, de boeren, het verdwijnen van dieren die hier vroeger wel voorkwamen, jagers, en nog veel meer. Met dit boek daag je kinderen uit een mening te vormen, en daarna om die mening weer te bevragen door de zaak van alle kanten te bekijken. Zo leren kinderen dat zwart-witte opvattingen nuances missen, en dat je je mening kunt bijgestellen naarmate je beter geïnformeerd raakt.

Silas en de wolf is niet alleen een boek over wolven. Het gaat over een jongen waarvan zijn vader is omgekomen, over opnieuw beginnen, over van de stad naar de natuur verhuizen, over een dorpsgemeenschap met een jagerscultuur, en over vriendschap.

Silas en de wolf verschijnt eind september bij uitgeverij Leopold, voor 7t/m10 jaar. Het prachtige omslag is gemaakt door Martijn van der Linden.

foto van JaapLeest.Jaap Friso van “Dé recensiewebsite over jeugdliteratuur, JAAP LEEST”, somt naar aanleiding van mijn boek Oppassen problemen op die niet in het boek staan, sneert links en rechts nog wat en roept dan “Carry Slee!” (waartegen ik overigens geen bezwaar heb). Snerend recenseren, arrogant en lekker populair. Je krijgt er altijd wel enkele jaknikkers mee in je kielzog, want er is veel te vrezen in kinderboekenland.  Wie waagt het een kritische noot bij een onzorgvuldige, flauwe recensie te plaatsen? Zeker niet als de recensent ook in jury’s zit die kinderboeken beoordelen.

Hier dan de juiste feiten die zelfs beginnend amateur-recensenten goed lazen in mijn boek “Oppassen”: Oppaskindje wordt ontvoerd door zijn vader, niet door zijn ‘gescheiden’ vader. Hoofdpersoon Nina vind het eng in de brugklas (en is bang in het donker) maar spreken van “angststoornissen” slaat nergens op. Luca is haar halfbroer, niet haar stiefbroer. Hij is drie jaar ouder, niet vijf jaar ouder. Nina en Luca hebben betrokken, liefdevolle ouders en een warm, gezellig thuis, hun ouders zijn niet gescheiden. Duizelt het al, zoveel correcties die er zeker toe doen – want ‘probleemboek’ roepen is nu minder voor de hand liggend. Duizelt het al? En Stiefkind is een 12/13+ boek, het is zeker niet voor 10-jarigen. Maar dit staat wellicht zo in Jaaps recensie omdat het goed past in zijn ‘een pot nat’ benadering.

Duizelt het al? sneert Jaap Friso in zijn recensie na zijn onjuiste opsomming van problemen.

Oppassen is geen probleemboek. Het gaat over pittige, leuke kinderen, een fijn gezin, maar ook over eigentijdse issues. Bang zijn in het donker is in dit boek eerder grappig en kinderachtig van de hoofdpersoon (en dat weet ze zelf ook wel) dan een probleem, en het is zeker geen stoornis.

Bij het lezen van deze recensie moet ik denken aan zo’n onderwijzer die, zonder werkelijk naar de CITO-toets te kijken, doorverwijst naar het vervolgonderwijs. Hij weet immers al wat ik in mijn mars heb en hij kent mijn ‘soort’. Dus hij zet me weg waar ik volgens hem hoor.

Dit schrijft Jaap Friso op FB:

“Rond mijn 14e was ik dol op de zogenaamde ‘kommer- en kwelreeks’. Boeken (vooral van Lemniscaat) waarin moeilijke maatschappelijke thema’s werden behandeld, maar toch lekker weglazen.

De recente boeken van Selma Noort passen in zo’n reeks. Verhalen over kinderen met veel verantwoordelijkheid en problemen, vaak komen ze uit gebroken gezinnen.

In Oppassen een meisje met angstoornissen en een oudere stiefbroer die graag in vrouwenkleren loopt. Ze passen een weekend op een jongetje, dat wordt ontvoerd door de gescheiden vader. Ga er maar aan staan om hier een coherent verhaal van te maken maar dat is gelukt.

Dit is dan de recensie op zijn web site:

“Liefde voor altijd bestaat niet”

GENRE: Kinderboek 

UITGEVER: Leopold

WAARDERING: 7.5

Nina (12) heeft een angststoornis en haar vijf jaar oudere halfbroer Luca loopt graag in meisjeskleren en maakt zich op. Het wat ongewone duo is tot elkaar veroordeeld als hun ouders een weekend naar Parijs gaan. Geen straf want ze kunnen het goed met elkaar vinden. Luca wordt onverwachts ingeschakeld door de moeder van zijn oppaskind en tijdens het bewuste weekend wordt het jongetje op wie ze passen  ontvoerd door zijn gescheiden vader.

Duizelt het al?  Schrijfster Selma Noort heeft er een handje van om veel personages en verhaallijnen op te voeren en dat brengt bijna automatisch gevaren met zich mee. Dat het te vol wordt omdat een een auteur te veel wil vertellen en dat de focus ontbreekt. Aan dat euvel lijdt Oppassen enigszins maar Noort slaagt er wonderwel in om zaken die bijna onaannemelijk zijn toch geloofwaardig te maken. Een kind dat zomaar wordt meegenomen uit de speeltuin in een bestelbusje. Een allochtone jongen die de androgyne Luca buitengewoon aantrekkelijk vindt.

Het is op het randje maar het wordt niet echt vreemd, vooral door de soepele verteltoon. Het is de verdienste van Noort dat ze wegkomt met die mate van onwaarschijnlijkheid. Net als in de 10+boeken Afkoelen en Stiefkind, die indezelfde lijn liggen.  Anders dan bijvoorbeeld Carry Slee, die soortgelijke thema’s behandelt, maar het er dikker bovenop legt. Noorts verhalen lezen ook gemakkelijk weg, maar krijgen meer diepgang.

Het genderissue van Luca wordt onnadrukkelijk uitgewerkt waardoor het snel vanzelfsprekend wordt.  Dat geldt in mindere mate voor de angsten van Nina, die niet veel meer dan een gegeven zijn, al lijkt het iets met de scheiding van haar ouders te maken te hebben. ‘Liefde bestaat niet echt, denk ik. En dan denk ik: liefde voor altijd bestaat niet’. Het zijn fraaie karakterss, maar ze strijden net iets teveel om voorrang om ze goed te leren kennen

De boeken van Noort zouden niet misstaan in de serie die vroeger werd aangeduid als ‘de kommer en kwelreeks’. Hedendaagse problemen waarbij veel identificatie  mogelijk is. Het gaat doorgaans om kinderen uit gebroken gezinnen, met veel verantwoordelijkheid en de nodige problemen. Maar er is ook  sprake van liefde en vriendschap, hoe ingewikkeld ook, en daarmee altijd een perspectief.

 

Blij was ik met een eerste reactie van een jonge lezer op mijn nieuwste boek “Oppassen”! (11 t/m 15 jaar) “Het gaat over interessante jongeren, het boeit. Wat je over ze leest zou je niet gauw over iemand te weten komen in het echt. Ik was telkens verrast over hoe ze waren. Ze waren anders dan ik verwachtte. Bijna alsof ik achter hun diepste geheimen ben gekomen. Het voelde ook gevaarlijk. Ik denk dat ik me beter zou aanpassen omdat het gevaarlijk is als je zo eerlijk bent over jezelf. In elk geval op de middelbare school.” En: “Ik vroeg me af of ik anders was geweest als ik zulke vrienden had gehad.”

Dit boek “Oppassen” zou eerst in de zomer en onder een andere titel zijn verschenen bij uitgeverij Leopold. Door omstandigheden is het afgelopen december onder deze titel verschenen en daardoor wellicht aan de aandacht ontsnapt. Dit kan ik natuurlijk niet laten gebeuren, want de hoofdpersonen uit mijn verhaal zijn het waard om kennis mee te maken. Homo of hetero, jongen of meisje – doet het ertoe? Waarom moeten homo’s uit de kast komen en hetero’s niet? Waarom zou je jezelf begrenzen? Waarom moeten mensen gelabeld worden? Je bent een mens en je houdt van een mens, maak het niet ingewikkelder dan het is. Je bent niemand uitleg verschuldigd.
In dit verhaal krijgen de complexiteit van seksuele keuzevrijheid, samengestelde gezinnen, multiculturaliteit, talent, liefde, vriendschap en eigenheid alle aandacht.

voorkant oppassen.jpg

De achterflap geeft spanning over een vermiste oppaskindje weer. Dit was mijn opzet. Ik hoop hiermee dat jongeren het boek zullen pakken en lezen, spanning verwachtend, en dat zij dan (hopelijk) net zo verrast zullen zijn over de inkijk in het leven van de hoofdpersonen als de jonge lezer van bovenstaand citaat.

Achterflap: “Midden in mijn verhaal staat Luca ineens op van het bankje en kijkt zoekend om zich heen. ‘Sammie?’ roept hij. Ik hoor schrik en ongerustheid in zijn stem. Sammie moet in de buurt zijn. Een minuut geleden scharrelde hij nog met zijn kiepautootje tussen de herfstbladeren. Hij is pas twee. Een kind van twee kan niet ver weg zijn.” Nina en haar broer Luca hebben beloofd om op elkaar te passen als hun ouders het weekeinde naar Parijs zijn. Maar dan is er ineens ook oppas nodig voor Sammie, Luca’s oppaskind. Nina besluit met Luca mee te gaan. Twee dagen en twee nachten van huis… Wat kan er nou helemaal gebeuren?

Onderwijstip:

Zoek je een boek om klassikaal te lezen in brugklassen en tweede klassen middelbare school, om over te discussiëren en om eigenheid bespreekbaar te maken – lees dat dit boek en overweeg of het iets is voor je klas.

 

img_3677Regelmatig bezoek ik verzorgingstehuizen of dagbesteding voor senioren (soms licht dementerend) om te vertellen over mijn werk als (jeugdboeken)schrijver en om voor te lezen. Niet omdat ouderen ‘kinds’ zouden zijn en daarom dus op kinderboeken getrakteerd worden, maar omdat jeugdboeken voor alle leeftijden interessant zijn, en omdat mijn werk tijdloos en herkenbaar genoeg is voor ouderen om er zich een voorstelling bij te maken.

Ik vertel o.a. hoe ik de verhalen schrijf, aan een uitgever verkoop, hoe de samenwerking met de illustratoren verloopt en wat voor technieken illustratoren kunnen gebruiken. Ik neem boeken mee om te bekijken en veel ouderen zijn zeer gecharmeerd van de prachtige illustraties en vormgeving van de kinderboeken van tegenwoordig.

Ik vertel hoe ik scholen bezoek en wat ik doe om het lezen bij kinderen te stimuleren. Ik vertel ook over kinderen die thuis een andere taal spreken, over onze multiculturele samenleving en het belang van lezen en boeken voor ALLE kinderen. De ouderen zijn hier vaak door getroffen en vinden het prettig om positief over de overeenkomsten tussen alle culturen te horen – alle mensen houden van hun kinderen, en alle kinderen leren lezen en beleven plezier aan verhalen en illustraties.

Een speciale ‘lezing/programma’ neem ik mee op verzoek. Ik neem de mensen dan mee in het verleden, naar de watersnoodramp van 1953. Ik laat een diapresentatie zien en ik lees voor uit mijn boek “De zee kwam door de brievenbus” (bekroond met de Vlag-en-Wimpel en de Thea Beckmanprijs voor het beste geschiedenisboek 2016) In dit boek staat het waar gebeurde verhaal van Lia Soeting die als 8-jarig meisje de watersnoodramp meemaakte. Dit boek is geen typisch jeugdboek, het is een boek voor alle leeftijden. Na afloop en tijdens de pauze raken mensen met elkaar en mij aan de praat en halen hun eigen herinneringen op aan de tijd van de watersnoodramp.

Kinderen en ouderen samen: Bij een van de verzorgingstehuizen waar ik een aantal keren ben geweest (bijv. in de weken voor Kerstmis met een kerstverhaal of rond het Sinterklaasfeest), worden ook kinderen van een naburige dagopvang uitgenodigd (0 t/m 6 jaar). Nadat ik de senioren een en ander over mijn werk en de totstandkoming van verhalen/boeken heb verteld, komen de kinderen om mij heen zitten om naar een voorleesverhaal te luisteren. Sommigen gaan bij de ouderen zitten, en de wandelwagentjes worden tussen de ouderen neergezet. Ik heb tijdens het voorlezen ouderen glimlachend hand in hand met een kleintje zien zitten. Wat ik over mijn werk verteld heb, zien zij nu in praktijk gebeuren en tevens ervaren ze hoe leuk verhalen, in eerste instantie bedoeld voor kinderen,  ook weer zijn.

http://www.selmanoort.nl / praktische informatie  of e-mail: post@selmanoort.nl

Selma Noort kreeg zaterdag 17 september in het Archeon de Thea Beckmanprijs 2016 voor het beste historische kinderboek “De zee kwam door de brievenbus”.

Een deskundige jury onder leiding van universitair docent cultuurgeschiedenis Hubert Slings heeft zich de afgelopen maanden gebogen over een ruim aanbod van oorspronkelijk Nederlandse historische jeugdboeken voor lezers van 12 jaar en jonger. De Thea Beckmanprijs is genoemd naar de in 2004 overleden schrijfster van een groot aantal historische jeugdboeken, waarvan “Kruistocht in spijkerbroek” bij velen bekend is. De uitreiking van de prijs, beschikbaar gesteld door het Archeon, vond traditiegetrouw ook plaats in het Archeon. Tijdens de presentatie van de shortlist van vijf titels werd per boek een animatiefilm getoond, gemaakt door studenten van de Willem de Kooning Academy waarna de winnaar van de Thea Beckmanprijs 2016 bekend werd gemaakt: “De zee kwam door de brievenbus” van Selma Noort (omslag en illustratie: Martijn van der Linden).

Eerder dit jaar al werd dit boek bekroond met de Vlag en Wimpel 2016 door de Griffeljury. In dit boek staat het waar gebeurde verhaal van Lia Soeting die als 8-jarig meisje in Kruiningen, Zeeland, de watersnoodramp meemaakte. Haar verhaal in dit boek wordt inmiddels landelijk gebruikt als aanvulling op de geschiedenislessen op basisscholen (leeftijd 9+).

Het is een wijdverbreid misverstand dat jeugdboeken alleen voor kinderen zouden zijn want jeugdliteratuur is leeftijdloos. Zo wordt dit verhaal ook veel gelezen door (groot)ouders en opvoeders, en andere in het onderwerp geïnteresseerde volwassenen die herinneringen hebben aan de watersnoodramp van 1953. Selma Noort bezoekt dan ook niet alleen scholen en bibliotheken om aan kinderen over haar boek te vertellen, maar zij leest ook voor aan groepen ouderen, waarna herinneringen worden opgehaald.

*Op de foto’s boven: – uitreiking in het Archeon, – met Ria Turkenburg van uitg. Leopold

img_3677

 

 

 

 

 

 

 

PERSBERICHT

Officiële opening Nationale Kunstdagen door Jan des Bouvrie

De Nationale Kunstdagen vinden op 12 en 13 november 2016 voor de zevende keer plaats. Tijdens deze professionele kunstbeurs exposeren kunstenaars hun werk zonder tussenkomst van galeries aan kunstkopers en -liefhebbers. De beurs wordt op zaterdag 12 november om 11.00 uur officieel geopend door Jan des Bouvrie.

Jan des Bouvrie is al enkele jaren ambassadeur van Stichting Kunstweek, de organisator van de beurs. Over het antwoord op de vraag of hij de officiële opening van de Nationale Kunstdagen wilde verrichten, hoefde hij niet lang na te denken.

Tijdens de beurs exposeren meer dan 200 kunstenaars, die door het publiek en deskundigen hoog worden gewaardeerd. Onder andere exposeert schrijfster en beeldend kunstenaar Selma Noort met haar figuratieve olieverfschilderijen enkele werken tijdens de beurs in Rotterdam Ahoy. Bezoekers kunnen in november genieten van bijna 1.500 kunstwerken, bijna elke kunstvorm is vertegenwoordigd: schilderijen, keramiek, tekeningen, fotografie, bronzen beelden, houten objecten, sieraden en nog veel meer disciplines worden geëxposeerd en te koop aangeboden door de makers van de kunstwerken zelf.

Jaarboek Kunstenaars
De opening van de Nationale Kunstdagen gaat gepaard met de eerste overhandiging van het dan net verschenen Jaarboek Kunstenaars 2017: het Jaarboek toont realistische en abstracte kunst, schilderijen en beelden van bekende Nederlandse kunstenaars en van jong talent. Door de omvang en samenstelling is het Jaarboek een referentie en naslagboek, waarbij alfabetische en geografische registers het vinden van een kunstenaar gemakkelijk maakt.

Toegangskaarten voor de beurs zijn met grote korting in de voorverkoop verkrijgbaar via de website van de Nationale Kunstdagen: www.kunstdagen.nl.

————————————————————————————————————————-

Charlie and Charlie, 70/100 cm, olie op doekClaudette, olie op doek, 50/60 cm

Nieuwjaarskans:

Ik had zin om het nieuwe jaar met iets onverwachts te beginnen, en zette daarom een foto van mijn schilderij “Model” op FB en twitter. Ik schreef erbij dat: a) wie het mooi vond, b) het wilde hebben, c) er thuis plek voor had – een motivatie kon schrijven. De nieuwjaarskans. Aan de hand van die motivaties zou ik dan beslissen aan wie ik dit grote schilderij (70 bij 100 cm, olie op doek, twv  €1400,00) zou gunnen.

Mensen kregen een ruime week om te reageren. Ik vroeg hen ook om de oproep te delen en/of te retweeten zodat zoveel mogelijk mensen kans kregen om mee te dingen. Op FB kwamen al snel reacties binnen en werd er ijverig (doch soms met een gezonde tegenzin, want immers meer concurrentie) gedeeld. Ook op twitter begonnen de reacties binnen te komen en werd mijn oproep herhaaldelijk geretweet.

Een paar zaken vielen mij onmiddellijk op. Veel meer mensen dan ik had kunnen vermoeden hadden moeite om te verwoorden wat hen aantrok aan het schilderij. De heldere kleuren werden veelvuldig geroemd, maar velen liepen daarna vast. “Het zou mooi staan bij mij in de kamer / op mijn kale muur / in mijn nieuwe huis / ik zou er heel erg blij mee zijn” was dan nog een hoopvol toevoegsel, en daar bleef het vaak bij. Mijn schrijvende collega’s hadden minder moeite met het verwoorden. En veel jonge mensen die vaak niet meer hoeven verwoorden omdat ze nu immers altijd beschikking hebben over het delen van beelden, hielden het bij beeld: een selfie (dit ben ik voor mijn kale muur), een foto van een (kleurrijke) kamer waar het schilderij echt heel mooi zou staan, een foto van het huis in aanbouw waar het schilderij mooi zou staan, etc.

Ik vroeg mij, telkens weer nieuwe reacties lezend, af of mensen in 1800 of begin vorige eeuw zich beter konden uitdrukken omdat beschrijven in die tijd noodzakelijk was? Was hun vocabulaire uitgebreider, genuanceerder, poetischer? De bijbel bijvoorbeeld, is nu aangepast aan modern taalgebruik. Dit betekent dat al die prachtige woorden en die rijke taal die ik met de paplepel ingegoten kreeg, en die veelal al alleen nog maar passief bekend waren, nu helemaal uit onze taal verdwijnen.

Kunnen we nog wel beschrijven wat we zien, meemaken, voelen en willen? Zoals vroeger in brieven aan elkaar? Of kunnen nu alleen schrijvers e.d. nog beschrijven omdat de noodzaak tot beschrijven steeds meer verdwijnt? We hoeven zelfs niet meer op een ansicht onze vakantie te beschrijven aan het thuisfront, we eten gewoon een ijsje ergers waar er WIFI is, en appen daarvandaan een fotootje of tien naar het thuisfront. Zien en meemaken kun je dus aardig op beeld vastleggen.Woorden zijn dan erg veel werk. En die mens kiest bij voorkeur nu eenmaal de makkelijkste en de kortste weg van A naar B.

Maar wat je voelt of wilt, dat zul je toch moeten beschrijven. Als je daar geen woorden meer voor hebt, dan loop je lelijk vast in het leven. Daar is namelijk geen snel fotograferend mobieltje voor uitgerust. En zien we niet steeds meer mensen vastlopen in dit leven omdat ze het middel van de taal (dus discussie) niet meer tot hun beschikking hebben?

Er is vast wel onderzoek gedaan naar het verschil tussen taalgebruik in de vorige eeuw(en) en nu. Ik denk bijvoorbeeld dat de mensen van nu (onder de veertig) veel minder woorden kennen dan de ouderen, en dat de jeugd van nu er nog minder kent. Hoe verhoudt het beschikbare vocabulaire van tegenwoordig zich tot dat van iemand uit, bijv.,  de middenklasse uit de vorige eeuw?

Als je meer van mijn schilderijen wilt zien, kijk dan op www.selmanoort-art.nl.

IMG_2220

Loes Hazelaar kwam het schilderij “Model” afgelopen week ophalen in mijn atelier.

 

 

IMG_1553Op 27 juni, afgelopen zomer, schreef ik het blog “Er ontbrak iets op het CPNB feest” over o.a. het Marokkaanse meisje Ouahiba:  https://selmanoort.wordpress.com/2014/06/27/er-ontbrak-iets-op-het-cpnb-feest/

Ik kreeg via FB, twitter en de mail veel reacties op dit blog. Er was zelfs iemand die naar het nummer van een bankrekening vroeg om geld te storten zodat het boekje over Ouahiba er zou kunnen komen. Ook reageerden er mensen met uiteenlopende suggesties om dit boekje op de markt te krijgen, waaronder twee uitgevers. Eén van die uitgevers had het boekje weliswaar kunnen maken, maar had geen toegang tot de kanalen waardoor ik het graag verspreid zou zien. Want ik wil het niet alleen maar gedrukt hebben, ik wil het GELEZEN hebben. Ik wil dat Ouahiba’s verhaal overal in Nederland op basisscholen en in bibliotheken binnenkomt, gewoon tussen de andere boeken waar het thuishoort. Zodat zoveel mogelijk kinderen het tegenkomen en ervoor kunnen kiezen om het te lezen.

Hoe kon ik dit voor elkaar krijgen? Tja, als het gratis in de kinderboekenweek zou worden verspreid of zoiets.  Nou ja, keep on dreaming, Selma. Maar er was nog die tweede uitgever. Die had ik zelf in eerste instantie niet benaderd omdat ik ervan uitging dat dit boek niet in het fonds zou passen…

Maar tijden veranderen, en mensen veranderen mee. Het was en is heel moeilijk in het boekenvak. En terwijl er veel financieel veilige keuzes (moeten) worden gemaakt, soms ten koste van kwaliteit en diversiteit, zijn er ook mensen die opstaan en zeggen: Ik ga ervoor. Omdat sommige dingen gezegd moeten worden, en sommige verhalen gehoord moeten worden.

En zo is het gegaan. Chapeau! Ik verklap deze uitgever nog niet. Maar het verhaal van Ouahiba gaat er komen. En dat is in deze tijd mooi en hartverwarmend nieuws!

Hieronder nog een klein stukje van Ouahiba’s (8 jaar) verhaal (zij is in de bibliotheek):

“Ik denk iets moeilijks.
Ik sta daar stil met dat boek.
Ik hoor en ik zie niks meer.
Dit is wat ik denk:
Maan en Sterre staan in een boek.
Dus ik, Ouahiba, weet dat ze bestaan.
Maar ik, Ouahiba, sta nooit in een boek.
Hoe weten die Maan en Sterre nu dat IK besta?
En al de andere AVI-kinderen:
Bas, Mo en Jip.
Wendie, Pien en Els.
Daarom schrijf ik dit op in dit boek:
Ik, Ouahiba, besta.
Niet bij jou in de straat misschien.
Maar ergens anders.
Ik, Ouahiba, besta.”

IMG_1910WATERSNOODRAMP 1953, KRUININGEN

De laatste weken ben ik heel intensief bezig geweest met het plaatsje Kruiningen, in Zeeland, en met de watersnoodramp van 1953. Ik heb erover gelezen, met mensen over gesproken, over gegoogeld, en ben naar het watersnoodmuseum geweest. Ik heb foto’s bekeken, opstellen van kinderen uit 1953 gelezen en kende zelfs straatnamen en namen van gebouwen daar. Mijn vriendin Lia Soeting woonde vroeger in Kruiningen en maakte als 8-jarig meisje de watersnoodramp mee. Door de verhalen die ze me erover vertelde besloot ik een boek* te schrijven over de watersnood gezien door de ogen van een 8-jarig meisje. Wekenlang zag ik al schrijvend voor mijn geestesoog eb en vloed in het overstroomde dorp, de mensen, de dieren, de duisternis. Ik hoorde hoe koud het was, hoe de geluiden klonken, hoe de weinige bootjes die eerst kwamen vastliepen op obstakels in de straten. Het vreselijke geloei van de koeien die verdronken, en het door merg en been gaand geroep van mensen die elkaar kwijt waren geraakt, en van mensen in doodsangst en doodsnood. Ik las de namen van hen die omgekomen waren keer op keer, en bekeek de foto’s zo intens dat de beelden op mijn netvlies gegrift staan.

Gisteren kwam ik terug van een tweedaags bezoek aan scholen in Zeeuws-Vlaanderen. In een groep 6 las ik voor uit mijn manuscript. De reactie van de kinderen en de leerkracht was prachtig. Ze waren doodstil en ik zag in hun ogen dat zij in hun verbeelding zagen wat ik met woorden probeerde te schilderen: Kruiningen, 31 januari 1953, en een klein meisje van 8 jaar met haar zusje en broertje en haar papa en mama.

Op weg naar huis reed ik Kruiningen binnen. Ik was er niet eerder geweest. Meteen herkende ik met een schok vanaf de Rijksweg het uitzicht op het dorp. Hier, precies hier, komt Liesje uit mijn boek eindelijk weer op het droge, zoals ik zag op foto’s uit 1953. En nu stond stond ik daar! Ik reed naar het dorpscentrum en stapte daar uit mijn auto. Het waaide hard en het begon te regenen en dat leek alleen maar zo te horen voor dit bezoek. Daar stond De Korenbeurs uit mijn boek, en daar Avondlicht, het bejaardenhuis. Daar de kerk. En hier was de markt. Dit stuk van Kruiningen, daar speelt de tweede helft van mijn boek zich af.

Ik ging de Korenbeurs in, een soort bruin café nu, en nam plaats aan de bar. Ik voelde me Carmiggelt. Ik zit dus echt nóóit aan een bar en kom al helemaal nooit in café’s. Maar nu dus wel. Ik bestelde weliswaar geen pilsje, maar toch stoer een tomatensoep. De dame achter de tap kon me niet veel informatie verstrekken. Ze was geen geboren en getogen Kruiningse. Maar toen de soep op was wist ik waar tegenwoordig het bejaardenhuis was en liep ik daarheen.

Daarbinnen praatte ik met een mevrouw die de watersnood in Kruiningen als 16-jarig meisje meemaakte. Op haar gezicht zag ik alle emoties die ik in mijn boek al had geprobeerd te beschrijven. Ik vond het moeilijk om haar niet te omhelzen en te troosten. Het voelde gespleten om zo met 1953 bezig te zijn terwijl alles al zo lang geleden is. Maar de herinneringen zijn nog springlevend, en het is nog niet lang geleden dat de mensen in Kruiningen eindelijk over hun ervaringen uit die tijd konden en begonnen te praten. Helemaal bijzonder was het dat deze lieve mevrouw vroeger gymles had van de vader van Liesje, mijn hoofdpersoon, en dat zij uitriep: “O, dat was ’n heel lieve man!” Want zo heb ik hem ook geschreven.

Ik mocht ook binnen kijken in het voormalig bejaardenhuis Avondlicht, waar de tweede helft van mijn boek zich afspeelt. Het was raar om daarna zo alleen en in een soort vacuüm van tijd in de regen en de wind daar door dat stille dorp te lopen. Al die weken had ik deze straten voor me gezien, de taal gehoord, de storm, de regen, het water. En nu liep ik er. Het was alsof ik door mijn eigen boek doolde, zoals in ‘Hart van inkt”, het boek van Cornelia Funke.

Misschien is dat wat schrijvers doen, een persoonsverwisseling ondergaan. Het voelde alsof ik terugkwam waar ik als achtjarig meisje was geweest.

Want ik was nooit eerder echt in Kruiningen, en in 1953 was ik nog niet geboren.

* Het boek: “De zee kwam door de brievenbus” verschijnt zomer 2015 bij uitgeverij Leopold, met illustraties van de Zeeuwse illustrator Martijn van der Linden. In de kinderboekenweek lees ik woensdagmiddag 8 oktober voor uit het manuscript bij boekhandel De Koperen Tuin, in Goes.

 

 

 

%d bloggers liken dit: