naar de grenzen van de werkelijkheid

De eerste tien jaar schreef ik uitsluitend boeken die gebaseerd waren op de realiteit. Ik kon die realiteit niet loslaten. Pas toen ik een poos niet schreef en er een periode van rust in mijn leven had plaatsgevonden, schreef ik het eerste verhaal dat zich niet in een herkenbare werkelijkheid afspeelde – een sprookje genaamd “Eilandheimwee”, dat werd bekroond met een Zilveren Griffel. Sindsdien was het prettig de werkelijkheid te laten voor wat het was en nieuwe werelden te scheppen, op het randje van die werkelijkheid soms, waardoor lezers twijfelden. Het was herkenbaar en toch niet. Zoiets kon toch niet bestaan/gebeuren… of wel? En: Kon zoiets maar echt gebeuren. Bestonden deze boekpersonen maar echt.

Met schilderen verliep het voor mij vlotter. Thuis zette ik van alles op het doek zonder voorbeeld, tastend en zoekend tot er iets herkenbaars ontstond… en toch ook weer niet – situaties op de grenzen van de realiteit. Anders was het met een model voor mijn neus. Dan probeerde ik toch altijd weer een gelijkenis te treffen. Telkens weer ging wat ik maakte lijken op wie er voor me zat, of ik dat nu een interessant model en een interessante pose vond of niet (meestal niet). Voor mijn gevoel lukte het me gisterenavond voor het eerst echt om het model en de pose, waar ik helemaal niets mee had, los te laten door mijn blik ervan af te wenden en alleen nog maar gedeeltelijk haar houding te gebruiken voor wat ik wel interessant vond en wilde tekenen.

Een moeizaam proces waar ik altijd mee bezig ben en aan werk – het verbeelden van de grenzen van de werkelijkheid en het ongevormde land daarachter. Daar is het zoveel interessanter en daar vertoef ik zoveel liever dan in het land van de realiteit die wij denken met elkaar te delen.

zo precies mogelijk naar werkelijkheid

Onlangs ontving ik een verzoek van een uitgeverij om een voorleesboekje voor kleuters te schrijven voor een abonnementen serie. Ik ben bekend met deze boekjes en heb door de jaren al een hele stapel geschreven, voor bijna alle basisschool leeftijden. Fijne klussen, omdat het werk overzichtelijk is. Duidelijk wordt aangegeven wat er van me wordt verwacht en meestal word ik ook gevraagd het verhaal rond een bepaald thema te schrijven en/of rekening te houden met een specifieke doelgroep kinderen. Een voorleesboekje voor kleuters dus dit keer, thema kerst. Nu heb ik al veel kerstverhalen geschreven voor kleuters, dus ik wilde een andere invalshoek. Onmiddellijk schoot me iets te binnen, ik zou het kerstboekje schrijven vanuit een dier, ipv uit kleuters. Mijn keuze viel op muizen en die zag ik haarscherp voor me, met kleertjes aan, slapend in bedjes onder lappendekentjes, moeder muizen met schortjes voor en meisjes muizen met gestippelde jurkjes, heerlijk! Ik herinnerde me een kinderboekje vol muizen in broekjes en jurkjes, van lang geleden, toen ik zelf een kleuter was. Ik was er weg van en las en bekeek het telkens weer opnieuw. Er kwam een muizenmeisje in voor waarvan haar kopje niet met een lijn was getekend, maar de omtrek ervan werd aangegeven door heel kleine streep’haartjes’. Eigenlijk niet verwachtend dat het boekje nog in mijn bezit was, tilde ik een stapel boeken op en ja!! Daar lag het!! Het boekje uit mijn jeugd. Niet het mijne, met de ingekleurde plaatjes. Dat werd ooit weggegooid. Maar precies hetzelfde boekje van het jongere zusje van een vriendin. Het lag bij het vuilnis (waar ik altijd tussen rommel – dat is een familietrekje). Ik herkende het met vreugde en ontroering, en redde het en nu is het dus weer in mijn bezit. Het heet: “Sniffeltje Snorrepiet, de zingende muis” – een verhaal met tekeningen van Willy Schermelé. Uitgeverij G.B. van Goor Zonen’s – Den Haag – Batavia. Een auteur wordt niet vermeld.

Ik heb het boekje nu opnieuw zitten bekijken. Ik herinner me weinig van het verhaal, maar alles van de illustraties, tot de kleinste details. Muizen dus, met jurkjes en broekjes aan. Toch, als ik nu even snel stukjes  lees, ben ik bang dat het verhaal wel degelijk ook invloed op me heeft gehad. Het gaat vooral over dat meisjes hun plaats moeten weten en goede, propere huisvrouwtjes moeten worden. Oei! Meer dan ooit besef ik nu uit eigen ervaring hoe groot de invloed van kinderboeken is op mensenlevens!!

Het is wel tekenend, denk ik nu, dat ik me illustraties zo goed herinner van vroeger, maar de verhalen niet. Ik was dol op tekenen. Het was dan ook tweede keus, schrijver worden. Ik had namelijk al een pen en papier. Verf, doeken en een kunstacademie, of een illustratoren-opleiding, daar dacht ik niet eens over na, het behoorde niet tot de mogelijkheden. Dus probeerde ik maar in woorden af te schilderen wat ik in mijn gedachten ‘zag’.

Mijn eerste boek stuurde ik 33 jaar geleden naar Miep Diekmann. Ik was toen 18 jaar. Miep nodigde me uit om bij haar thuis te komen, zodat ze me kon leren hoe ik een manuscript in elkaar hoorde te zetten. Een van de eerste dingen die ze tegen me zei was: “Heb vooral niet de illusie dat je iets nieuws of origineels schrijft, alles is al gezegd, gedaan en geschreven. Alleen nog niet precies zoals jij het doet, dus schrijf op jouw manier, dan is het goed genoeg.”

Okee. Muizen met kleertjes aan dus. En kerstmis. Op mijn manier met een vleug nostalgie.

Wie kent het boekje ook nog van vroeger?

Zet je kind (4 t/m 7 jaar) voor je laptop, dan lees ik voor!

Op “3e kerstdag” ging ik op uitnodiging voorlezen voor een groep beginnend dementerende bejaarden, vaste bezoekers van de dagbesteding inpandig in een bejaardentehuis. Ik heb al vaker  lezingen gegeven voor ouderen, grootouders vaak, maar ook ouderen die andere, hulpbehoevende ouderen thuis gingen voorlezen (dit werd georganiseerd door de bibliotheek). Ik vind ouderen een ongelooflijk leuke groep om mee te werken, over het algemeen enthousiast, vol humor en lekker relativerend over van alles en nog wat (een enkele zuurpruim daargelaten). Ik kwam mooi op tijd en alles ging in deze groep ‘op z’n dooie akkertje’. De bejaarden kwamen binnen, werden uit de jas geholpen, van koffie en koek voorzien en keken eerst eens op hun gemak rond. Hehe, kerst was weer voorbij.

Na de koffie werd ‘de activiteit’ aangekondigd. Het was duidelijk dat de mensen hieraan gewend waren, want ze namen dadelijk een actieve luisterhouding aan en draaiden de grijze hoofden aandachtig mijn kant op. Ik had gekozen voor twee kerstverhalen met een grappig aftelgedicht ertussen, en na de pauze voor twee verhalen over oudjaar en het winteralfabet dat achterin het boek staat. Het waren verhalen met een duidelijke spanningsboog en met duidelijk herkenbare emoties (in het klein) erin, zoals angst, ondeugend/kwajongens, medelijden, straf of begrip, het opnemen voor een kleinere/jongere, e.d. De mensen zaten vol in het verhaal en genoten. Ze leefden intens mee) en dat was van hun gezichten te lezen. Ook deden ze oplettend mee met de (aftel)versjes, lachend en met kwinkslagen naar elkaar, en tevreden over wat ze allemaal gelukkig nog wisten en konden.

Na afloop deelde ik een aantal exemplaren uit van het rijk geïllustreerde boek waaruit ik had voorgelezen, om te bekijken. De mensen zetten koffie opzij, veegden zorgvuldig kruimeltjes van het tafellaken, pakten het voorzichtig aan met licht bevende handen en keken aandachtig, wezen elkaar illustraties aan, en bladerden respectvol. Een generatie verrukt over ‘zo’n mooi boek’. Heel anders dan sommige kinderen die ik weleens observeer.

Het is me vaker opgevallen dat ouderen intens kunnen genieten van sommige (tijdloze) kinderboeken zoals zij die vroeger als kind niet (vaak) in handen kregen. Jammer dat zij er moeilijk  toegang toe krijgen. Mijn moeder (85 – ervaren lezer) heeft via mij pas nog “Negen open armen” en “De hemel van Heivisj”  van Benny Lindelauf in een ruk uitgelezen, en daarvoor “Soldaten huilen niet” van Rindert Kromhout. Mijn schoonvader, die nooit boeken leest, vond het mijne dan nog wel te pruimen en was ontroerd door (voor 6 t/m 9 jaar) “Donders! Onze hond is een held!” Misschien in de bieb. de ‘grote letter boeken’ naast de voorleesboeken van de kinderboekenafdeling plaatsen? En meer ‘kinder & jeugdboeken’ naar de grote letter bibliotheek? Zoals mijn 11+ boek “Dat spel van jou en mij” dat tot mijn verrassing ook in de grote-letter-bibliotheek terecht kwam.

Wie (welke instantie) gaat hier eigenlijk over?

*Ik heb het hier over beginnend dementerende bejaarden of bejaarden met weinig of geen leeservaring – en natuurlijk niet over bejaarde hoog-opgeleide / literair ervaren / wetenschappelijke belezen, etc. lezers.  

Er was een tijd dat ik niet gratis kwam signeren of voorlezen, behalve dan in of vlakbij mijn eigen woonplaats omdat dit vaak meer een soort ‘vriendendienst’ was. Het kost mij toch een dag(deel) en niemand werkt graag onbetaald, zeker niet als je er voor moet reizen. Dit was zoals het was en leek door iedereen geaccepteerd te worden. Boekhandels betaalden netjes via Stichting Schrijvers School Samenleving en natuurlijk wilde ik best weleens wat extra’s doen, maar het bleef een werkrelatie. Maar de tijden zijn veranderd. De boekhandels hebben het moeilijk en (sommige) schrijvers willen graag hun boeken meer voor het voetlicht krijgen. En wat doen mensen dan? Die zoeken elkaar op en proberen samen te werken. Vandaar dat ik dit jaar iets heb gedaan wat ik in de 30 jaar hiervoor nooit wilde: signeren op een markt die niet speciaal rond lezen of boeken is georganiseerd. Geheel vrijwillig. Omdat het om een erg leuke zaak gaat met aardige eigenaars, dicht bij huis, en omdat ik het weleens wilde proberen. Ik kon thuis zitten bij de kachel of dik aangekleed in een standje voor de Bruna. Begin deze maand ging ik naar het Sinterklaasfeest in het winkelcentrum. Erg leuk, vol kinderen, enthousiaste ouders. Sinterklaas speelt nog altijd een enorme rol bij jonge gezinnen, merkte ik aan alle reacties. En de mensen waren erg enthousiast over “Het grote voorleesboek van Sinterklaas”. Opbrengst: Zeventien boeken verkocht, twee uurtjes lol en Sinterklaaspret, enthousiaste kinderen, voorlezen in de kou in de stoel van de Sint en een leuke cadeaubon.

Afgelopen zaterdag waagde ik me daarom bij dezelfde boekhandel in Alphen aan den Rijn (Bruna, wd De Atlas) aan de kerstmarkt. Mensen komen voor kerstspullen en niet voor boeken, maar er waren er toch genoeg die het leuk vonden om “Het grote voorleesboek van de winter” te bekijken. Het was leuk deel uit te maken van de bedrijvigheid. Opbrengst: 11 boeken verkocht, leuke gesprekken gehad met belangstellenden, veel vragen van kinderen beantwoord, een pot kerstjam gekregen van de stalhouder ad overkant, en een fles gluhwein. Een cadeaubon wilde ik niet meer, want dan zou de boekhandel verlies lijden op mijn komst (Hoe erg is dat! Niet aan denken… niet aan denken!)

Er was een tijd dat ik dit vreselijk zou hebben gevonden. Leuren met mijn boeken alsof ik verse vis sta te verkopen. Alsof ik mezelf te koop aanbied. Mijn denkwereld, mijn creatie, mijn liefde voor het vak en de liefde die ik in de verhalen heb gestopt. Ik wil zo niet meer denken. Ik probeer zo niet meer te denken. Het was leuk, daar denk ik aan. Ik heb het geprobeerd, als een beginneling met een debuut dat niet verder is gekomen dan het plaatselijk krantje. Maar dat wil ik ook niet zo voelen.

Zonet, terwijl ik begon met koken, werd ik gebeld door een man die verpakkingen wilde verkopen voor boeken. Had hij me te pakken via de KvK of via LinkedIn? Ik weet het niet. Hij was aardig, vaderlijk, charmant en uitermate beleefd en absoluut geen geroutineerde salesbeller. En, dacht ik, zijn zaak had het ook moeilijk, anders zou hij niet op deze manier mensen opbellen. Ik heb hem niet afgesnauwd en zelfs nog even met hem gesproken, terwijl ik tot voor kort geen greintje geduld had met mensen die het wagen me te bellen om iets te verkopen.

Ik ben benieuwd hoe mensen hun grenzen zullen verleggen om hun spullen aan de man te brengen als de tijden nog moeilijker gaan worden. Beginnen we in deze zakelijke maatschappij elkaar toch weer op straat te ontmoeten, handenwrijvend boven een vuurkorf, rode neuzen, flacon gaat rond… o nee, dat is Dickens.


Omdat we in turbulente tijden verkeren waarin alles bliksemsnel verandert en we achter de feiten aanhollen, is mijn plaats als schrijver in deze maatschappij ook onzeker geworden. Ik schrijf nu 32 jaar en ‘schrijver zijn’ is deel van mijn identiteit geworden. Schrijven is niet iets wat ik doe, schrijver zijn is iets wat ik ben. De laatste tijd is niet alleen mijn vermogen tot kost winnen aan het wankelen gebracht, maar ben ik zelf, als persoon aan het wankelen gebracht. Ik heb meermalen dof en verslagen aan de keukentafel uit het raam zitten kijken naar de school naast ons huis. Ik kijk recht de kleuterklassen binnen en zie de juf bezig met de kinderen. Ooit, lang lang geleden zou ik kleuterleidster worden. En als ik geen schrijver was geworden, was ik daar zelf bezig geweest tussen de kinderen. Zou ik het nog kunnen? Zou ik gelukkiger zijn als ik de hele kinderboekenwereld achter me liet en me lijfelijk weer tussen de kinderen begaf? Zingen, troosten, verzorgen, begeleiden, voorlezen, pret hebben met de kinderen. En dan zou ik een prentenboek in mijn handen krijgen van die of die… En ik zou weten wie die of die was en alles weer voor me zien, iedereen uit het kinderboekenwereldje. En ik zou me verscheurd voelen, het zou fysiek pijn doen er geen deel meer van uit te maken. En het onderwijs is ook nog eens zo veranderd, kleuters worden nu heel anders benaderd dan toen ik mijn diploma kreeg in 1979. Ik zou in elk geval eerst stage moeten lopen. En fysiek? Een kleuterleidster moet kunnen bukken en tillen en ik ben al blij als het me ‘s morgens is gelukt mijn sokken aan te trekken…

Afgelopen kinderboekenweek overzag ik ineens de hele situatie waarin ik als kinderboekenschrijver (en vele van mijn collega’s) ben komen te verkeren. Vlak bij het Zaantheater, waar ik mijn eerste optreden van de kinderboekenweek zou hebben, verzwikte ik akelig mijn enkel en kwam ten val. Mijn mand met boeken en mijn handtas daarin viel ook. Mijn handtas schoof onder een geparkeerde auto. Mijn boeken lagen overal om me heen. Ik kon niet overeind komen, keek naar mijn enkel die eruit zag alsof hij gebroken was en kon jammerend maar één dingen denken: ‘O god, nee, niet op de eerste dag van de kinderboekenweek. Ik kan het geld niet missen, ik moet nog 10 dagen op pad. Nee toch! Waarom nou?’ Er was geen hond in de buurt die me daar achter de auto’s kon zien liggen. Uiteindelijk lukte het me om op handen en knieën overeind te komen en naar mijn handtas te staren, die drie meter buiten mijn bereik lag. Als er nu nog iemand met mijn tas vandoor gaat… dacht ik. Maar dat gebeurde niet. Ik werd overeind geholpen door een lieve jonge vrouw en door de zorgzame mensen van het Zaantheater naar het ziekenhuis gebracht.

Het is denk ik die val geweest die me heeft laten zien hoe mijn leven als kinderboekenschrijver momenteel voor me aanvoelt. Mijn boeken op straat en mijn persoonlijke veiligheid (handtas) buiten bereik en daarbij een dreigend onvermogen om geld te verdienen.

Nou ja. Ik ben toen ook overeind gekomen en doorgelopen, zij het hinkend. Moet lukken. Blik vooruit. Rug recht. Kin omhoog. En beter je best doen!

 

 

Nog een laatste sinterklaascadeautje?

Voorleesplezier voor (groot)ouders en kinderen va 6 jaar.  Om zelf te lezen va 7 jaar: DONDERS! Onze hond is een held! van Selma Noort, uitgeverij Leopold.

trefwoorden: humor, spanning, sfeer, vriendschap

verkrijgbaar: betere boekhandel, webboekwinkels (altijd raak), webwinkel van uitgeverij Leopold.

Dit is de biblionbespreking (voor de bibliotheekaanschaf, die buitengewoon groot was):

De twee buurkinderen, Jan en Dani Donder (geen familie, maar wel toevallig dezelfde achternaam) leven erg mee met hun vriendje Karel als zijn ouders een jaar gaan werken in een ziekenhuis in Afrika. Karel moet bij een deftige tante gaan wonen, tegenover het verwende klasgenootje Wendolien. Gelukkig mag zijn tekkeltje Tarzan mee. Maar deze verdwijnt nadat tante hem voor straf op straat heeft gezet. Dani en Jan komen in actie met hun reusachtige Deense dog, ook Wendolien genaamd. Gelukkig is die Wendolien niet altijd zo lief als ze lijkt. Derde deeltje uit de serie “Donders!”. Sprankelend verhaal, geschreven in korte getitelde hoofdstukjes, met prima dialogen, veel humor en een goed opgebouwde spanning. De sympathieke hoofdpersonen komen prima uit de verf. Zwierige pentekeningen, ingekleurd met aquarel, maken het boek tot een juweeltje. Een aanrader voor goede lezertjes vanaf ca. 8 jaar.

(recensie: Ria Scholten-Boswerger voor Biblion)

Het gras voor de voeten weggemaaid.

Mensen die kinderen willen, fantaseren over hoe het zal zijn om een gezin te hebben. Wat voor ouders zullen zij zijn, hoe willen zij zich opstellen naar hun kinderen, en wat willen zij hun kinderen meegeven. Natuurlijk fantaseren zij dan ook over de feestdagen. Kinderen bij de kerstboom, of kinderen op bezoek bij opa en oma. En hoe zullen zij het Sinterklaasfeest al of niet vieren. Voor jonge mensen die nog geen ouders zijn, lijkt een toekomst als ouder een toekomst waar je zeggenschap over zult hebben, waar je controle over zult hebben.

Iets minder jonge mensen die inmiddels ouders zijn geworden, hebben al ervaren dat je veel minder controle hebt over hoe je leven met kinderen verloopt dan je had gedacht toen je eraan begon. De televisie heeft invloed op je kinderen, de school, grootouders, iedereen… En soms heeft het er iets van weg dat iedereen leuk met je kind bezig is, behalve jijzelf. Althans, jij bent er voor de was en het geregel, de verzorging en het geld, en anderen nemen je al die leuke zaken die je je had voorgesteld af.

Het Sinterklaasfeest bijvoorbeeld. Je wilde het rustig houden, met respect en blijdschap bij een gewoon cadeautje. Je wilde je kinderen niet overladen met rotzooi, en je wilde al helemaal niet dat ze schreeuwend en hyperactief, doorgedraaid de boel zouden onderkotsen. Toch gebeurt dit. Want Sinterklaas komt al heel vroeg op tv.  Sinterklaas komt bij opa en oma. En op school. Sinterklaas en zijn Pieten komen op zwemles, ze komen bij de supermarkt, ze komen in het winkelcentrum, ze komen in het buurthuis, ze komen op de knutselclub, bij de naschoolse opvang, op de peuterspeelzaal… En als je dan zelf aan de buurt bent met je bescheiden / verstandige snoepgoed, je mandarijn en je doordachte presentje, dan vis je achter het net. Je kind kan geen Sinterklaas meer zien. Het wend zich af, is doorgedraaid, het snakt naar rust en reageert alle overvloedige feeststress en overvoering met lawaai af op zijn ouders, broertjes en zusjes.

Heeft Sinterklaas zijn hielen gelicht, dan zet de schooljuf binnen 24 uur al de kerstboom in de klas, want het kerstgebeuren moet volledig doorgemaakt zijn nog voor het aanbreken van de kerstvakantie. En is die kerstvakantie dan daar, dan wordt de boom weggehaald, de klas opgeruimd en begint het feest… thuis. Dan komen de ouders nog een keertje met hun kerstboom overal achteraan gehobbeld. Hoezo verheugde gezichtjes bij de kerstboom? Ze hebben het kerstgebeuren al uitgebreid op school gevierd. Ze spelen het wel mee, hoor, de kleintjes, om hun (groot)ouders een plezier te doen. Een soort opoffering: “ja, mooie kerstboom mama. Mogen we nou alsjeblieft televisie kijken?”

Hou toch eens op met die overdaad aan goeie bedoelingen. Supermarkt, verkoop je zooi. Juf, geef rekenles! Opa en oma, zet koffie en domineer niet zo. En opgedonderd met die Zwarte Pieten op zwemles. Schoolslag en watertrappen, daar komen ze voor!

Van wie zijn die kinderen nou eigenlijk? Mogen de ouders er alstublieft zelf ook nog eens een keertje lol van hebben!?

HET GROTE VOORLEESBOEK VAN SINTERKLAAS

Nederlanders houden van vernieuwing. Iets wat al gedaan is moet je niet nog eens doen, en als je het dan toch doet, dan moet het tenminste op een heel andere manier. Vernieuwing verdient (aanmoedigings)prijzen, beurzen en subsidie. Een verbetering hoeft die vernieuwing niet te zijn, als het maar verandering is, dan voldoet de Nederlander aan hedendaagse criteria voor waardering.

Zo ook in de wereld van het jonge kind. Verandering, originele benadering, nieuwe invalshoek, het moet anders, er moet een frisse wind waaien, vernieuwing, innovatie! Natuurlijk is hier ook veel goeds uit gekomen, maar in sommige gevallen is de originaliteitsdrift van de volwassenen die zich met dit wereldje bezig houden zo ongebreideld dat het product van hun creatieve denken dan misschien wel tegemoet komt aan de eisen van volwassenen, maar lang niet meer aan de belevingswereld van jonge kinderen.

Want hoe kun je als kleintje variatie op een thema herkennen en waarderen als je het thema nooit hebt gehoord?  Als een kind ‘slaap, kindje slaap, daarbuiten loopt een schaap…’ van oma heeft geleerd en dit goed kan zingen dan lacht het als ik in de klas kom en zing: “…daarbuiten loop een aap, een aap met grote oren, van achteren en van voren…” Als het kind het originele liedje niet kent, blijft het me blanco aankijken. Ik heb het over jonge kinderen. In de wereld van een jong kind is alles mogelijk. Het is fijn voor een kind om deel uit te maken van het ‘grote begrijpen van het algemene beeld’ van zijn omgeving, het maakt dat het kind vertrouwen in zichzelf krijgt en niet voor alles naar de volwassenen om hem heen hoeft op te kijken. Daartoe krijgt een kind over het algemeen eerst een traditioneel beeld aangeboden, en daarna de variatie op dat beeld. Een grap begrijp je pas, als je begrijpt dat er in die grap iets gebeurt dat ‘anders loopt’ dat ‘niet zo hoort’ en dus moet je eerst weten hoe het ‘wel hoort’.

Ook bij de makers van kinderfilms, boeken, tv-programma’s, enz. heeft de innovatiedrift toegeslagen. En helaas over de hoofden van de kinderen heen. Hoe kun je nou lachen om een Sinterklaas met een basebalpet op, als je helemaal niet weet dat hij eigenlijk een mijter op hoort te hebben? En hoe kun je nu vervuld raken van dat gevoel van ontzag en blijheid over iemand die jou een cadeautje komt brengen en die alles van je weet en je toch lief vindt, als je Sinterklaas nooit anders hebt gezien dan als een belachelijke, chaotische pias in gezelschap van stuntelende, onvoorstelbaar drukke en lawaaierige pieten die dingen kapot en kwijt maken. Hoe kunnen hiphop Sintliedjes grappig zijn als je het gewone zeikerige Sinterklaas Kapoentje nooit gehoord hebt?

We kunnen variatie op een thema waarderen als we het thema kennen. We kunnen een prachtige gedicht waarderen als we de beperking van de dagelijkse omgangstaal hebben ervaren.

Daarom is de Sinterklaas in mijn “Het grote voorleesboek van Sinterklaas” een cliché. Omdat je daarmee begint.

Als je je kindje tot tien wilt leren tellen, begin je toch ook niet met het getal 56 op zijn kop?

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 692 other followers